Verdriet

Standard

Van de week was ik een avond zomaar verdrietig. Niet specifiek om iets, meer een ontlading van een aantal emotionele gebeurtenissen. Hoe harder ik probeerde de tranen te stoppen, hoe harder ze juist gingen stromen. Ik pakte mijn dagboek, schreef en kwam tot een mooie gedachte;

Het verdriet mag er zijn. Het polijst de rauwe randen van mijn leven tot gladde oppervlaktes waarin ik me spiegelen kan.

Ik bleef huilen, maar het waren rustige tranen. Opluchtende tranen, geruststellend. Er zijn in mijn leven veel rauwe randen geweest. Maar ik zag, door mijn tranen heen, hoe die rauwe randen gaandeweg gladde oppervlaktes zijn geworden. Hoe die tranen, het verdriet uit mijn verleden, me gevormd hebben tot het mens wat ik nu ben. In het spiegelende, gladde oppervlak zie ik een sterk mens.

Mijn mooie gedachte deelde ik met een paar mensen die me dierbaar zijn. Ik kreeg er kippenvel-reacties op terug. Herkenning, erkenning. Prachtig dat ik zo kon huilen. Ja, dat is zo.

Het is zo’n pure emotie, verdriet. Over de hele wereld heeft verdriet dezelfde uitingsvorm; tranen. En toch, het wordt zo weinig openbaar getoond. Veel tranen vinden hun weg naar buiten achter gesloten deuren. Vaak ook nog alleen, zonder andere mensen erbij. Alsof we ons moeten schamen voor verdriet. Alsof het slecht is.

Volgens mij hoort verdriet gewoon bij het leven, net als elke andere emotie. Soms kan het gewoon mooi zijn, zoals bij mij, afgelopen week. Zelfs al ben ik een sterk mens, ik stelde me kwetsbaar op. Kracht gebruiken om ‘zwak’ te zijn.

Een prachtige ervaring. Die me niet alleen dichterbij mezelf bracht, maar ook dichterbij de mensen om mij heen. Puur mens!

Ondanks tranen. Of juist dankzij tranen.

Vier het leven

Standard

Al eerder in deze blogs verhaalde ik over lichamelijke ongemakken en vooral over de emoties die dat teweeg bracht. Het waren spannende weken. Het is voor mij toch niet dagelijkse kost dat er onderzoeken gedaan worden om ‘iets kwaadaardigs’ uit te sluiten, zoals huisarts en specialist letterlijk zeiden. Afgelopen maandag zouden mijn partner en ik de uitslagen krijgen.

Vlak daarvoor schreef ik in mijn dagboek dat ook al zou ik te horen krijgen dat ik kanker had, dat de lichamelijke klachten van dat moment niet erger zouden maken. Een diagnose horen betekent niet opeens zieker worden.

We kregen de uitslagen. Het is niets kwaadaardigs. Feitelijk is er op het vakgebied van de specialist die ik bezocht niets te vinden. Wat bleek? Het inzicht van de diagnose werkte ook andersom. Geen diagnose krijgen betekent niet dat mijn lichamelijke klachten minder zijn.

En dus zat ik de afgelopen dagen met dubbele gevoelens. Natuurlijk was en ben ik blij dat er niets kwaadaardigs gevonden is en dat ik er, zonder maar iets te hoeven doen of laten, hopelijk nog een heel aantal jaren aan mijn leven toe mag voegen. Maar ik voel ook mijn lijf, met pijn, waarvoor ik juist naar die dokter ging.

We zijn niet helemaal terug bij af, ook al voelde dat even zo. Ik had gewoon een paar dagen nodig om door te laten dringen wat er feitelijk aan de hand is. Ik heb geen kanker. Maar we moeten wel verder in de speurtocht naar wat het wel is.

Waarschijnlijk wordt dat een weg met vooral lange adem. Nog altijd verbaast (en frustreert) het me dat hier een mens in de medische wereld wordt opgedeeld in talloze kleine stukjes, waarbij iedere specialist naar zijn eigen kleine vakgebiedje kijkt. Alsof één klacht niet van invloed zou kunnen zijn op de rest van dat menselijk lijf. Maar ook, alsof elke specialist de kennis over dat gehele, prachtig functionerende mensenlijf vergeten is toen hij/zij zich specialiseerde.

Wellicht is het daarom goed dat ik terug verwezen ben naar de huisarts. Je mag toch veronderstellen dat die wel naar het lijf als één geheel kijkt.

Hoe het ook verder gaat, naar welke andere specialist(en) ik nu weer verwezen word, vandaag vier ik feest. Met mijn gehele lijf, met hart en ziel. Ik vier het leven. Wat me ongevraagd in de schoot geworpen is. Wat even twijfelachtig leek. Maar waar ik gevoelsmatig een toegift op heb gekregen!

De wereld blijft hetzelfde

Standard

Vorige maand schreef ik de blog ‘Turbulent’, waarin ik onder andere vertelde over mijn lichamelijke klachten en mijn moeite het leven per dag te bekijken. Inmiddels zijn we een maand verder.

Ik heb nog steeds dezelfde lichamelijke klachten. Er worden volop onderzoeken gedaan. Zelfs onderzoeken om ernstige ziekte uit te sluiten dan wel te bevestigen. Dat is erg spannend en gaat vanzelfsprekend gepaard met wisselende emoties.

Vorige week toen ik van de huisarts hoorde dat het niet een eenvoudige ontsteking was, was ik in eerste instantie behoorlijk van slag. Wat dan wel, spookte er door mijn hoofd.

Er gebeurde vervolgens iets wonderlijks. Vanuit mijn luie stoel, kijkend naar het rustig kabbelende water, realiseerde ik me dat de wereld hetzelfde gebleven was, zelfs als ik daar op dat moment met andere ogen en emoties naar kijk. Hoe vanzelfsprekend dat ook is, het was op dat moment een prachtig, geruststellend besef. Een besef wat me helpt. Een zekerheid, dat hoe emotioneel ik me ook kan voelen, de wereld hetzelfde blijft. De wereld om me heen, waar ik normaal zo van geniet. Het prachtige uitzicht, de rust. Het is en blijft er.

Hoe het verder gaat lopen, de komende tijd, is onzeker. Maar met het bovenstaande besef, heb ik me voorgenomen daarvan te blijven genieten, zolang het kan. Zeker ook vanuit de overtuiging dat een positieve instelling bijdraagt aan genezing en herstel.

En dus gaat het me eigenlijk best goed, gezien de omstandigheden.