Drukke Dieren Perikelen

Standard

De vorige blog vertelde ik over Eva, de aangereden kat, die het uiteindelijk niet redde. Kort daarna kregen we een nieuwe poes in de pleeg. Hoogzwangere Etna. Voor ons is het de eerste keer dat we een zwangere poes opvangen. Ik was een beetje mee-zwanger en ik verheugde me erg op de bevalling en de kittens.

Maar ook poezen laten zich niet de wet voorschrijven. Etna begon, net nadat ze bij ons was gebracht, met de bevalling, maar hield halverwege gewoon op. Waarschijnlijk was ze te gestresst; gezworven, opeens een nieuwe omgeving met nieuwe geluiden en allerlei indrukken, dan ook nog direct beginnen aan een bevalling. Het diertje was zó moe.

Het duurde en duurde. Maar omdat ze wel begonnen was, konden we het ook niet op zijn beloop laten. Dus, na twee nachten amper slapen en overdag poes goed in de gaten houden, werd in overleg met het asiel en de dierenarts, besloten tot een keizersnede.

Vrijdagavond kwam Etna terug. Met apart in een doosje, goed ingepakt, twee prachtige cyperse kittens.

Ik verzorgde Etna eerst; legde haar in de rustige berging op haar vers opgemaakte bed. Hield haar in de gaten, omdat ze nog helemaal suf van de narcose was. De kittens lagen lekker warm en hadden bij de dierenarts nog voeding gehad.

Omdat Etna nog zo onder invloed van de narcose was, moest ik haar echt constant bewaken. Ze kunnen namelijk, door de narcose, in een onbewaakt moment hun kroost doodbijten.

Wat een fantastisch moment van trots, toen Etna voor de eerste keer accepteerde dat ik haar twee jongen aanlegde! Daarna ging ze toch weer apart van ze liggen.

Maar, aan het begin van de nacht, de narcose was waarschijnlijk inmiddels helemaal uitgewerkt, was er opeens die klik. Ha, dat zijn mijn kinderen.

Vanaf dat moment ging alles voorspoedig! Prachtig, om mamma-poes en babies zo te mogen observeren en verzorgen.

Totdat vanochtend Etna opeens niet meer wilde eten en drinken. We hebben het haar al elke keer aangeboden, uit zichzelf eet en drinkt ze niet. Ze was ook erg warm, maar ze liet zich niet temperaturen, zelfs niet met drie man sterk.

Ik nam geen risico en overlegde met het asiel, die het nodig vonden dat Etna even (met kinders) naar de dierenarts ging. Hij belde toen Etna onderzocht was.

In feite gaat het prima met Etna. De wond ziet er goed uit, ze heeft geen koorts, ze is aangekomen in gewicht. Alleen haar blaas (en ook darmen) zijn overvol.

Etna is me er ééntje! Zoals ze de eerste uren niets van haar kindjes moest weten, zo toegewijd is ze nu, dat ze zichzelf niet eens de moeite gunt normaal op de kattenbak te gaan.

En dus neem ik me voor af en toe even streng te zijn en haar buiten de berging op de kattenbak te zetten!

Etna is weer, per dierenambulance, onderweg terug naar huis. Ik ben opgelucht dat er niets ernstigs met haar aan de hand is, ik ben blij dat zowel asiel als dierenarts het zo serieus namen en ik moet wel lachen dat Etna ons er gewoon nóg een taak bij geeft!

Poezenmoeders kunnen hun moederschap dus héél serieus nemen!

Deze pleegpoezen-mamma doet dat ook; ik kan heel liefdevol en zorgzaam zijn, maar ook streng en onverbiddelijk, als het moet. Het komt allemaal goed!

Advertisements

Eva

Standard

Afgelopen weekend had manlief Erik dienst op de dierenambulance waar hij als vrijwilliger werkt.

Mensen hadden een kat gevonden langs de kant van de weg, die hen opgevallen was, omdat het diertje er de dag ervoor ook al had gelegen.

Er was van alles mis met Eva, zoals de collega van Erik haar doopte. Eva had een gebroken voorpoot, een bekkenbreuk. Ze was uitgehongerd en uitgedroogd.

Nu zijn wij ook pleeggezin voor kittens en zieke katten, dus Eva kwam bij ons, omdat ze veel aandacht en zorg nodig had.

Een mooi, lief lapjeskatje.

Ze lag de eerste dag en nacht veel te slapen. En als ze wakker was en ik haar eten en drinken gaf, spinde ze en keek ze met heel tevreden oogjes naar me omhoog.

Ze had ook een wond op haar achterpoot en die begon een beetje te ontsteken. Vandaar dat ze vandaag weer met de dierenambulance meeging, zodat ze gezien kon worden door de dierenarts van het asiel.

Erik had weer dienst, dus hij heeft Eva meegenomen en voor haar gezorgd.

Helaas, Eva komt niet meer terug!

Het bleek dat de wond op haar poot een open botbreuk was. Het bleek dat haar voorpoot niet gebroken, maar verbrijzeld was. Er was té veel schade om het diertje nog een leventje met kwaliteit te bieden. Ze hebben haar in laten slapen.

Hoe kort ze ook bij ons was, het bericht van haar dood raakt me toch.

De bench is opeens een hele lege plek. Gelaten ruim ik alle dekjes, blikjes speciaal voer en pijnmedicatie op. Voor de volgende patiënt.

Schrale troost is dat ze een beter afscheid van het leven gekregen heeft, dan dat ze langs de kant van de weg, in kou en regen, langzaam was doodgegaan.

Ze heeft nog even mogen genieten van lekker voer, een veilige, warme plek en handen die haar liefdevol aaiden. Ze was dankbaar!

Zo kan het dus ook gaan, als je pleeggezin bent voor zieke dieren. Het is de eerste keer dat wij dat meemaken. Het laat ons niet koud.

Gelukkig maar! Als het me niets zou doen, zou ik ook niet de aandacht en zorg kunnen bieden aan een dier in nood. Elk diertje is uniek.

Eva was even in ons leven. En wij in het hare. De herinnering aan haar blijft.

Rust zacht, lief poezendier!

De houtduif in een boom

Standard

Momenteel verblijf ik weer een paar dagen in de psychiatrische kliniek. Het is nogal een wirwar in mijn hoofd en dientengevolge dissocieer ik zoveel, dat thuis zijn niet echt een veilige optie is.

Het is dinsdag. Buiten stormt het. Binnenin mij ook.

Nadat ik de hele ochtend en een deel van de middag krampachtige pogingen heb ondernomen zo normaal mogelijk te doen en te zijn, zonder dat dat wat oplevert, komt er het onvermijdelijke moment dat ik me, letterlijk en figuurlijk, maar even neerleg bij het feit dat de wereld vreemd voor me is.

Ik lig op bed, op de tweede verdieping van de kliniek, en kijk naar de kruinen van fel heen en weer zwiepende oude bomen voor mijn raam. Kale takken die grimmig bewegen op de harde wind.

Opeens ontdekt mijn oog een houtduif, stevig op een tak geklemd.

Waarom precies weet ik niet, maar die ene mooie houtduif tussen de kale takken, ontroert me.

Gebiologeerd kijk ik naar het diertje. Hoe hij – bij elke nieuwe windvlaag – zijn kop wat lager doet. Zijn borstveren en staart wapperen in de wind. Toch houdt hij het vol gewoon te blijven zitten.

Hij is even mijn kameraadje, mijn symbool. Hoe erg het ook stormt – ook in mijn leven – ik houd me toch staande. Straks, als de storm geluwd is, sla ook ik mijn vleugels weer uit.

Terwijl ik dit schrijf, houdt de houtduif me nog steeds gezelschap. Maar straks komt ook het moment dat het weer veilig en rustig genoeg is, om uit te vliegen.

Op weg naar een nieuwe lente. Het ga je goed, klein vriendje!

P.S; Op het moment dat ik deze blog plaats, heb ik mijn vleugels weer uitgeslagen en ben ik weer fijn thuis!