Gemengde gevoelens

Standard

We hebben weer een boel meegemaakt, de afgelopen dagen, met allerlei diertjes.

De drie kittens die we zo’n drie weken geleden in huis kregen, hebben allemaal een nieuw huis gevonden. Twee lopen er nog wel hier rond te dartelen, maar ze worden deze komende week opgehaald.

We hadden dus bij het asiel aangegeven dat we weer beschikbaar waren voor nieuwe kittens. Zaterdagmiddag werden we direct alweer gebeld door iemand van de kittentelefoon. Ze hadden drie kittens van ongeveer vier weken oud. Pipi, Puck en Pearl, hebben we ze gedoopt. Ze werden gebracht door de dierenambulance . Drie schattige pluizenbolletjes, die luid schreeuwend binnen kwamen. Ze waren gevonden op een bedrijventerrein, onder een container. Ze hadden vreselijke honger. Het is dan even heel hectisch. Bench gezellig opmaken, diertjes eten geven (gelukkig wilden ze al direct kitten-blikvoer!). De diertjes wegen. Op hun gemak stellen.

Toen we net rustig zaten te genieten van het kleine spul, kwam opeens een buurvrouw van ons laantje met een kattenmandje de loopplank af. Even waren we bang dat één van onze katten dood was. Maar het was een broodmager katje, van ongeveer acht tot tien weken oud, die met waterige oogjes naar ons zat te kijken. Ze was gevonden bij het spoor. Ach, wat een arm schaminkeltje.

Direct besloten we ermee naar de dierenarts te gaan. Ik moest natuurlijk thuis blijven, want tenslotte kon ik de drie kittens nog niet alleen laten. Erik ging, samen met zijn zoon, met het poesje op pad.

Erik belde me een uurtje later op; het was inderdaad een poesje van een week of acht tot tien. Ze was uitgedroogd. Ze had niesziekte. We konden haar bij ons thuis hebben, maar dat betekende wel dat ik haar elk uur een heel klein beetje voer en vocht moest geven. Ik had het heel graag gedaan.

Maar, toen Erik en Geert-Jan terugkwamen, zat er heel weinig leven in het poesje. We twijfelden aanvankelijk erg of ze dood was. We gaven haar nog suikerwater onder de tong. Maar om middernacht werd ze stijf. De inspanningen waren haar teveel geworden. Wat triest! Ik moest er even een paar tranen om laten en ook Erik en onze zoon hadden het er moeilijk mee. We waren echt een beetje ontdaan. Maar tja, ook dit hoort erbij.

We lagen op bed, met onze drie nieuwe kittentjes en de andere katten, die dat eens goed moesten bekijken. Drie kleine kittens, die gelukkig wel op tijd gevonden zijn. Die we weer groot mogen laten groeien en een nieuw fijn huisje voor ze mogen zoeken. En alle andere kittens die ook op tijd gered zijn en een mooi, nieuw leven krijgen.

Ik had het zieke katje Pascha gedoopt. Ze had in ieder geval een naam. Ze had in ieder geval een warm mandje. En ze heeft nog aaitjes gehad en gevoeld dat er mensen waren die om haar gaven. Ze had zich nog gewassen. Ze had Erik nog kopjes gegeven. Rest in peace, lieve Pascha. Ik kijk naar drie kittens die op bed liggen te slapen en te spelen. Dan schieten woorden tekort, want het is zó mooi om dit werk te mogen doen, zelfs al gaat het af en toe helemaal mis.

Een gevoelsspreekuur

Standard

EEN GEVOELSSPREEKUUR

Toen ik nog erg met mezelf in de knoop zat, opperde mijn psychiater eens om elke dag een ‘gevoelsspreekuur’ te schrijven. Gewoon gaan zitten en schrijven hoe het met me gaat, het liefst op een vast tijdstip van de dag. Zelfs nu het stukken beter met me gaat, schrijf ik nog zeer regelmatig zo’n gevoelsspreekuur. Gewoon heerlijk rustig met en op mezelf. De dingen die spelen op een rijtje zetten, van me afschrijven. Meestal houd ik die schrijfsels voor mezelf, maar afgelopen week schreef ik (vind ik zelf) een ‘pareltje’, die ik ook als blog geschikt vind…

Het is een ‘intiem inkijkje’ in mijn leven. Maar ik vind zo langzamerhand dat jullie, lezers, daar recht op hebben. Omdat ik veel met jullie deel, maar andersom jullie ook met mij! Dat schept een band, waar ik elke keer verheugd en dankbaar over ben!

…Deze dagen wil ik het rustig aan doen, omdat het met mijn lijf niet zo goed gaat. En dan kan ik die dagen ook benutten om lekker rustig bij mezelf stil te staan. Beetje balans opmaken. Als ik in mijn gedachten terugkijk naar de laatste maanden, is er heel veel gebeurd. Ik heb in het ziekenhuis gelegen. Direct gevolgd door Erik’s zoon die hier tijdelijk kwam wonen. De diagnose Borderline is uit mijn dossier geschrapt. Ik ben begonnen met vrijwilligerswerk. Ik ben al vier maanden niet opgenomen geweest.

Ik ben er zelf verbaasd over, hoe ik het allemaal doe. Af en toe heb ik een paar mindagen. Maar zelfs dan lukt het me weer te herstellen en de draad op te pakken. Ook al denk ik op zo’n mindag dat het me niet lukt thuis te blijven, dan toch lukt het wel. Natuurlijk speelt Erik een grote rol in het succesverhaal. Maar ik heb er zelf natuurlijk het grootste aandeel in. Als ik niet zelf mijn schouders eronder zou (willen) zetten, kan Erik ook niet veel uitrichten.

Dit is waar ik vele jaren van gedroomd heb. Dat de GGZ-instelling en psychische problemen niet een dagelijks item zouden zijn. Het is nog gloednieuw. Ik moet er nog aan wennen. Zit in mijn achterhoofd nog met de ‘reserve-gedachte’ dat dit tijdelijk is en dat het elk moment mis kan gaan. Het moet nog een deel van mijn leven worden. Een deel van mij. Dat ik dit heb bereikt.

De jaren keihard werken vervagen bij een prachtig heden. Dat had ik nooit durven dromen. Dat ik gewoon een heel mooi alledaags leven heb. Wat voldoening geeft. Waar ik van geniet. En dat zelfs, terwijl er lichamelijk gezien nog een boel mis is. Waar nog een boel winst te behalen valt. Van de week had ik, op de vroege morgen, wakker wordend met pijn (zoals altijd), zelfs de gedachte dat als dat altijd zo zou blijven, dat dan maar gewoon zo is. Aan mijn lijf kan ik het jarenlang keihard werken merken. Dat is misschien de prijs die ik ervoor betaal. Hoewel ik ook denk dat er met de fysiotherapie nog een boel te verbeteren is. Maar zelfs ondanks dat lijf, heb ik een prachtig heden. Alles klopt gewoon.

Langzamerhand werk ik aan een nieuwe invulling van mijn leven. Want ik hoef niet meer elke dag keihard te wroeten aan mezelf. Er komt tijd vrij. Voor me bezig houden met schrijven, studie. Voor diertjes opvangen en verzorgen. Voor gedoseerd ons huis netjes houden. Voor één dag per week, samen met Erik, vrijwilligerswerk te doen.

Ik heb geen grootse plannen. Ik kabbel gewoon door de dagen heen.

De woeste, opspattende golven, van een geruïneerd, moeizaam leven zijn tot bedaren gekomen. Mijn leven kabbelt. En oh, wat kan ik daar vol bewondering bij stilstaan en van genieten. Het ontroert me. Dat ik dát heb bereikt!

Hoogtepunt

Standard

Soms zijn er momenten dat je even alleen moet en wilt zijn, zelfs al is het leven met ons tweetjes heel plezierig. Een paar weken geleden had ik zo’n moment.

Heerlijk dobberend in een warm bad, gezellig met de badeendjes op de badrand, keerde ik naar binnen. Ik had vlak ervoor een telefonische afspraak gehad met mijn GGZ-hulpverleenster en zij had een prachtige boodschap. De diagnose Borderline, die mij een heel aantal jaren geleden – zeer tegen mijn eigen ideeën in – was opgespeld, gaat definitief uit het dossier!

Er blijft weliswaar nog genoeg problematiek over, om psychiatrisch patiënte te zijn, maar dat deze diagnose wordt gewist, heb ik te danken aan mijn eigen noeste arbeid en doorzettingsvermogen. Zoals de hulpverleenster ook bejubelde.

En dus lag ik in bad en gleden de jaren aan me voorbij. Niemand die dat helemaal met me mee kan voelen; niemand die me zolang kent, dat hij/zij de hele lange weg met me is meegegaan. Maar zelfs al zou dat wél zo zijn, dan nog, het waren mijn problemen, mijn strijd, mijn wanhoop en tranen. Maar ook mijn doorzettingsvermogen. Mijn kleine overwinningen en zegevieringen.

Er is maar één persoon, die even naast me op de badrand zat, ook al was het niet in levende lijve. Mijn mams, die al heel jong in mijn leven overleed.

Ik geloof dat zij in de hemel is en dat ze – met al haar moederliefde – op mij neerkijkt en die dag blij en trots op me was. Zij was in al die jaren mijn grote metgezel. Zij heeft mijn strijd en tranen gevolgd, gezien, gevoeld misschien ook wel.

In bad waren er ook even tranen, van ontroering vooral. Dat ik, dat kleine onzekere meisje, toch maar mooi uitgegroeid ben tot een volwassen, psychisch redelijk gezonde vrouw. Zonder die akelige diagnose Borderline. Yes! Ik heb het gedaan.

Ik ben ontroerd, ik ben trots.

Terwijl ik dit schrijf, zitten we inmiddels alweer gezellig saampjes aan een glaasje wijn om dit prachtige hoogtepunt in mijn ‘carrière’ te vieren.

Santé! Op mijn psychische gezondheid!

Deze blog staat in een uitgebreidere versie ook op www.mammacando.nl. Een site waar ik ook elke veertien dagen blogs voor schrijf. Neem er eens een kijkje.

Lang leve het leven!

Standard

Een paar maanden terug ben ik een jaar ouder geworden. Ik hoor alweer een paar jaar bij de ‘club vijftigers’. Ik vind er niets mis mee. Nog niet eerder in mijn leven heb ik me zo goed gevoeld als de laatste jaren. Zoals ik wel eerder heb laten doorschemeren, komt dat voor een deel, omdat ik tegenwoordig zo’n leuk en mooi leven heb.

Maar het komt ook door de kalme tijden die langzamerhand aangebroken zijn.

Zoals ik in een artikel in Flow lees, is ontdekt, dat hoe ouder je wordt, hoe minder je je van stuk laat brengen door allerlei emoties. ‘Ons emotionele leven verandert positief, naarmate mensen ouder worden. Oudere mensen maken zich minder vaak kwaad, gaan beter om met conflicten dan jonge mensen en hebben een hoger emotioneel welbevinden’.

Het blijkt dat het oudere mensen minder mentale energie kost hun emoties te kanaliseren dan jonge mensen. Daarnaast schijnt het ook zo te zijn dat als je je emoties goed kunt voorspellen, je ze ook beter kan kanaliseren.

Ha, dat herken ik. Naarmate ik ouder word, kom ik steeds vaker in (emotionele) situaties die ik al eens eerder heb meegemaakt. Dat is geruststellend, want ik weet uit ervaring dat – hoe hoog de emoties nog steeds kunnen oplopen – het toch wel weer goed komt. De emotionele ervaringen uit het verleden vormen de blauwdruk voor het heden en waarschijnlijk ook voor de toekomst.

Wat zou ik me druk maken? Zonde van mijn energie!

Want, dat is natuurlijk de keerzijde van ouder worden. De daadwerkelijke energie wordt wel minder. Het lijf wordt ook wat minder soepel.

Maar gelukkig, er is nog genoeg energie en souplesse, in lichaam en geest, over om bedaard te genieten van het dagelijks leven. Met een glaasje wijn op het terras van mijn woonboot. Met een hoog emotioneel welbevinden, kort gezegd; geluk.

Ook al hoor ik bij de club vijftigers; ik voel me nog jong.

Lang leve het ouder worden! Lang leve het leven!