Prins Ricky de Eerste

Standard

Weten jullie nog, dat ik schreef over mamma-poes Etna en haar twee, net geboren, kittens?

Het is op de kop af alweer vijf maanden geleden. Alle drie de katten, mamma-poes, dochter-poes en kater-zoon, vonden een nieuw thuis. De nieuwe eigenaren van Etna zijn we helaas uit het oog verloren, dat liep via het asiel. Van de eigenaren van het kleine meisje Evita krijgen we heel af en toe een update, inclusief foto, dat ze het goed maakt.

Maar de katerzoon Erik, die omgedoopt werd tot Ricky, zien we zeer regelmatig. Hij is namelijk geadopteerd door de zoon van ‘mijn’ Erik en zoonlief woont op een steenworp afstand. Elke zondag komt hij bij ons eten en dan neemt hij Ricky mee. En daarnaast, als hij eens een avond en/of nacht laat weg is, dropt Geert-Jan Ricky bij ons achter de deur, zodat wij – als een heuse opa en oma – op onze harige kleinzoon mogen passen.

Het is heel bijzonder, zo goed als dat gaat. De eerste keer had ik verwacht dat Ricky het hier niet meer zou herkennen, en dan vooral niet de andere poezen. Maar het was alsof hij niet weggeweest was. Hij stampte – ja, stampte – door de kamer en vloog, net als toen hij nog hier woonde, over de meubels en langs of, nog liever, door de vitrage. Hij begroette de aanwezige collega’s met veel enthousiasme.

Ricky is een bijzonder exemplaar kat. Hij is groot, hij is lomp, hij is ongelooflijk druk en wild en dat maakt hem enerzijds soms vreselijk irritant, maar tegelijkertijd ook heel komisch. Als Ricky er is, is er met recht leven in de brouwerij.

Gisteravond kwam zoonlief hem weer brengen. Ricky is, volgens mij, één van de weinige katten die het leuk vindt als de reismand tevoorschijn komt en Geert-Jan met hem op pad gaat, lopend of met de fiets.

Het was gisteravond wel heel groot feest voor Ricky. Erik is een weekend weg en dus moet ik alleen oppassen. Om niet telkens naar de woonkamer te hoeven rennen, om Ricky een beetje te temperen in zijn ruwe spel, was ik met hem en vier andere, jongere poesjes naar de slaapkamer verhuisd. En daar lag hij dan, Prins Ricky de Eerste, die waakt over zijn vier poesjes. Drie van acht weken oud, die dit weekend opgehaald worden, om naar hun nieuwe baasjes/bazinnetjes te gaan. En daarnaast een poesje, wat al ietsje ouder is, die verwilderd was, toen ze hier veertien dagen geleden binnen werd gebracht. Het was al zo ontroerend mooi te zien dat ze, stapje voor stapje, minder schuw werd. Het is nu ook prachtig om te zien hoe ze gewoon onbevangen kennismaakt met Ricky en meespeelt, met hem en de drie andere meisjes.

Ik geniet. Ik zit gewoon een hele tijd alleen maar te kijken. Naar al die katjes, die allemaal al ‘hun rugzakje’ hebben en die dan toch zo harmonieus met elkaar omgaan.

Voor Ricky is het zijn laatste weekend van zijn jeugd. Hij maakte al behoorlijk avances naar de poesjes, toen hij nog hier woonde. Daar was hij heel vroeg mee. En volgens mij is een deel van zijn extreme wildheid te wijten aan opspelende hormonen.

Er zijn al katten genoeg. En het is de overeenkomst, die je aangaat met het asiel, als je een kitten adopteert. Dinsdagochtend wordt Ricky gecastreerd.

Ach, wat is de tijd snel gegaan! Ik zie nog, als de dag van gisteren, voor me, dat ik hem bij Etna aan de tepel legde…

Advertisements

Je thuis-voelen

Standard

Afgelopen week hadden we een weekje vakantie. We maakten wat uitjes, vanuit onze thuisbasis, de boot. Het was heerlijk om op pad te zijn. Lekker toeren, genieten van mooi landschap. Wat bij vrienden en kennissen langs. En dan aan het eind van de dag moe en voldaan weer terug naar huis. Naar ons thuis.

In zowel de Happinez als het Psychologie-magazine las ik artikelen over thuis, over je thuis-voelen. Is dat enkel en alleen verbonden aan de plek waar je woont? De plek waar je (dierbare) spulletjes staan.

Volgens socioloog Jan Willem Duyvendak, die een onderzoek deed naar dat mooie thuis-voelen, is het zelfs een emotie. Hij noemt het een ‘stille’ emotie, omdat – als je je thuis voelt – daar eerder onderuitzakken op de bank en ontspanning bij hoort, dan dat je echt in actie komt, zoals bij de meeste andere emoties.

Het is niet alleen de plek waar je woning staat en de spullen die je vergaard hebt, waardoor je je thuis voelt. Componenten als vertrouwdheid, veiligheid en zelfverwerkelijking (jezelf kunnen zijn) vormen een belangrijke basis, waardoor je je echt thuis kunt voelen.

Voor mij is mijn boot echt mijn Thuis, met hoofdletter T.

Zodra we het doodlopende laantje op draaien, heb ik dat geweldige, rustgevende gevoel dat ik weer thuiskom. Bij onze spulletjes, onze diertjes. Ons rustige leven, zonder al teveel prikkels van buitenaf.

Maar ik kom ook thuis bij mezelf, telkens weer.

Voordat ik – alweer vijf jaar geleden – deze boot kocht, was ik jarenlang zoekende geweest. Ik geloof dat ik in de tijd vóór de boot in totaal achttien keer verhuisd ben. Als ik op een nieuwe plek kwam te wonen, was ik altijd razend enthousiast. Maar na twee jaar kriebelde het zo, werd ik zo onrustig, dat ik weer op zoek ging naar een andere plek om te wonen. Ik had een huis. De dierbare spulletjes sjouwde ik met me mee en kregen telkens een nieuwe plek. Daar genoot ik ook van, maar het ware gevoel van me thuis-voelen ontbrak.

Dat zat in mijn binnenste. Hoe kon ik me thuis-voelen, waar dan ook, als er van binnen geen basisveiligheid was? Als ik geen enkel vertrouwen had, niet in mezelf, niet in een ander. Als ik nooit mezelf kon zijn, simpelweg omdat ik mezelf niet liefhad.

Het is interessant dat ik het pas langer dan die twee jaar in een huis volhield, toen ik mijn woonplaats, waar ik van oorsprong geworteld was, verliet en verruilde voor het platteland, ver van mijn oorsprong vandaan.

Ook al kende ik hier niemand, toch voelde ik me hier al meer thuis, dan wat ik ooit gevoeld had. Dat heeft met veiligheid te maken. Een veiligheid die ik nooit eerder had gehad. Die ik in mezelf verworven had. Vanuit dat kleine beetje veiligheid – minder angst – kon ik bouwen aan vertrouwdheid en mezelf zijn. Bouwen aan me thuis-voelen.

Toen ik vijf jaar geleden op het punt in mijn leven stond dat ik single was en er de gelegenheid was iets voor mezelf te kunnen kopen, waar ik kon wonen, kwam de boot op mijn pad. Waarschijnlijk had het ook iets heel anders kunnen zijn.

Het is niet de plek of de boot die me dat thuis-gevoel geeft, hoewel het wel een prachtige plek is. Het is mijn eigen verworven gevoel van veiligheid, vertrouwen, en zeker ook innerlijke rust en balans, wat me – telkens als ik het laantje op rijd – weer dat prachtige thuis-gevoel geeft.

Inderdaad, het is veel meer een emotie dan dat het een gegeven is.

Als we aan het eind van een dagje uit ‘s avonds heerlijk relaxed op bed zitten, met nog even een drankje, uitzicht over het kabbelende water, wordt dat thuis-voelen een hele tastbare emotie. Waar geen woorden voor hoeven te zijn. We zijn thuis!

Moer en bout

Standard

Gisteren heb ik mijn voorraad-blogs weer eens doorgelezen. De blogs die ik kan plaatsen, als ik niet heel veel tijd heb, om een ‘verse’ te schrijven.

De onderstaande tekst kwam ik tegen. Die vind ik het plaatsen waard. Ik vind het een ‘juweeltje’, zóveel wijsheid. Ik kan me zelfs niet meer voorstellen dat ik dat zelf allemaal bedacht heb…

Om ingesleten patronen in je leven te doorbreken, heb je weerstand nodig.

Als een moer die vastgeroest zit om een bout. De moer moet eerst losgeweekt worden – bij het ingesleten patroon moet je de situatie overdenken. Om vervolgens kracht te gebruiken om moer van bout los te draaien – de stappen te zetten die het ingesleten levenspatroon doorbreken.

Moer en bout kunnen beschadigingen oplopen – het kan zijn dat je zelf beschadiging oploopt bij het doorbreken van het patroon. Maar moer en bout zijn stevig materiaal – zelf ben je stevig. Als je de moer en bout, – als je jezelf niet weggooit – zie je de beschadiging. Maar je kan op zoek gaan een nieuwe moer. Dat op zich kost tijd, aandacht en geduld.

Die nieuwe moer staat synoniem voor een nieuw patroon, een nieuwe situatie. Het vergt kracht, tijd, energie. Het kost weerstand. Maar het uiteindelijke resultaat is zichtbaar, in een spiksplinternieuwe moer – een nieuwe situatie, een ander patroon.

Kijk naar die nieuwe moer! Maar kijk ook regelmatig naar de beschadigingen op de oude moer. Wat is mooier? Die oude, roestige moer of die nieuwe – het oude ingesleten patroon of een nieuwe, uitdagende situatie?

En weet je na een tijdje nog hoeveel weerstand het gekost heeft, die oude moer los te breken? Waarschijnlijk niet eens. En als je het nog wel weet, is de situatie dan slechter geworden; is de nieuwe moer – de nieuwe levenssituatie – niet mooier dan de oude roestige?

Moedergevoelens

Standard

Het is toch wat! Ik heb het nooit geweten. Dat kon ook niet, want ik had er geen ervaring mee. Maar, ik heb een moedergevoel!

Het waren de afgelopen maanden bijzondere tijden. Erik’s zoon, Geert-Jan, net zijn middelbare school afgerond, kon – vanwege omstandigheden – plotseling niet meer bij zijn oma blijven wonen. Hij had er twee jaar gewoond, nadat Erik’s vrouw overleden was en Erik het zelf te moeilijk had om voor zijn zoon te zorgen. Opeens moest er een nieuwe woonplek gevonden worden voor Geert-Jan.

Dat gaat niet van de ene op de andere dag. En dus zei ik; “Laat Geert-Jan maar hier op de boot komen”. Zei ik dat? Ik, die altijd een beetje huiverig was voor pubers. Niet wist hoe ik daarmee om moest gaan. Als iemand van te voren tegen mij zou hebben gezegd dat ik anderhalve maand ons kind in huis zou hebben, zou ik bij voorbaat al zo in de stress zijn geschoten, dat het hele plan niet eens meer haalbaar zou zijn geweest.

Het was een zomer met ons drieën. Het was een mooie zomer. Maar ook een periode met – voor mij – lastige gevoelens. Want, het leven kan niet alleen bestaan uit eindeloos uitslapen en vervolgens met je mobiele telefoon eindeloos in de stoel hangen. Zoals pubers dat doen. Er moest een toekomst uitgestippeld worden. Daar horen soms stevige gesprekken bij. Puberzoon een denkbeeldige schop onder de kont geven.

Oei, oei, wat vond ik dat moeilijk. Mijn moedergevoel botste aan alle kanten met de dagelijkse realiteit. Het liefst had ik die uit-de-kluiten-gewassen knul van 17 jaar nog onder mijn vleugels genomen. Had ik hem tot in eeuwigheid verzorgd en vertroeteld. Natuurlijk weet ik dat dat niet verstandig is. Maar verstand en gevoel liggen soms niet op één lijn.

Ik was er behoorlijk door van slag. Misschien nog wel het meest, omdat ik tot de ontdekking kwam dat die lastige gevoelens gewoon moedergevoelens zijn.

Afgelopen dinsdag kreeg Geert-Jan de sleutel van zijn eerste eigen appartementje.

Ha, de lastige periode is voorlopig voorbij. De moedergevoelens mogen weer op een andere manier uiting vinden. Want natuurlijk ben ik, zijn we apetrots. Naar hartenlust, maar wel met beleid, kunnen we voorlopig nieuwe spulletjes voor Geert-Jan kopen. Gewoon elke week één artikel, hebben we bedacht.

En hij woont vlakbij ons, dus mag hij af en toe aanschuiven aan tafel.

Het was een heuse ontdekking. Dat ik gewoon moedergevoelens heb, zelfs al ben ik niet zijn echte moeder.

Natuurlijk zullen er opnieuw periodes aanbreken dat we stevige gesprekken moeten voeren. Maar deze tijd genieten we. Met ons drieën. Want, hoe onwennig het ook nog is, onze grote zoon van 17 jaar is net zo trots als wij, dat hij gewoon lekker op zichzelf woont, en af en toe eindeloos uit kan slapen en in de stoel eindeloos met de wereld kan appen, over hoe mooi zijn leven is.

Pauze

Standard

Ooit, in een ‘donkergrijs’ verleden, gaf mijn psychiater me de opdracht tussen twee opeenvolgende activiteiten een half uur pauze in te lassen. Grootgebracht met de zinsnede ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’, was dat een hele moeilijke opdracht.

Zo moeilijk dat ik het nog tijdens het gesprek voor elkaar kreeg het half uur terug te brengen naar tien minuten. En dus, de dag erna, ging ik heel braaf tussen de activiteiten tien minuten zitten. Ik geloof dat ik nog liever de Mount Everest had beklommen. Tien minuten niets doen; niets voor mij! Opeens kreeg ik tijd bij mezelf stil te staan. Dat was waarschijnlijk precies de bedoeling geweest van mijn creatieve psychiater.

Inmiddels zijn we een heel aantal jaren verder. Hoe raar en moeilijk het pauze nemen in het begin ook was, toch heb ik me aangeleerd om regelmatig pauzes te nemen als ik aan het werk ben. Het is gewoon wel prettig even uit te rusten. Even stil te staan bij wat ik gedaan heb en te bezinnen op wat er verder te gebeuren staat. Of even aandacht voor mezelf te hebben.

Toch heb ik nog een volgende stap te leren. Zeker in deze tijd – dat ik dagen heb dat het lichamelijk allemaal nogal stroef verloopt – zou het prettig zijn als ik gewoon een héle pauzedag kon nemen.

Vaak genoeg spreek ik met Erik en mezelf af, dat ik een rustdag zal nemen. In de praktijk doe ik dan nog een heleboel dingen die niet bepaald vallen onder de categorie rust en die ook niet perse nodig zijn, op die dag. Even de was ophangen. Ach, dan ook even de strijk wegwerken. Van het één komt het ander. Voor ik het weet is de dag voorbij gevlogen met allerlei kleine klusjes. En was de rust ver te zoeken.

Ik ben niet de enige die daar moeite mee heeft! Het magazine Psychologie’ van deze maand, komt met de uitslagen van een stressenquête. Op de maanden juli en augustus na (die de meeste mensen als relaxed ervaren), ervaren veel mensen dagelijks stress. Mensen die als een dolle doordenderen, zonder pauzes te nemen, waardoor aan het eind van de dag het stressniveau zo hoog is, dat ze vervolgens niet goed de slaap kunnen vatten. Terwijl mensen die wat meer ontspannen zijn, juist veel beter slapen.

Annegreet van Bergen, die een boek over burn-out schreef, geeft een prachtige vergelijking; ‘Wie geen tijd vrijmaakt voor ontspanning, is net zo dom bezig als houthakkers die nooit stoppen om hun bijl te slijpen’.

Veel mensen zijn er meester in zichzelf rust te ontzeggen. Zomaar ontspannen lukt niet, als je nog allerlei klusjes wil doen, omdat je voorrang geeft aan je ‘to-do-list’.

Het antwoord, ook voor mijzelf, is een ‘not-to-do-list te maken. En me niet schuldig te voelen over een dag lummelen.

Dat lijkt nu nog net zo’n moeilijke opgave als destijds tien minuten zitten, tussen de activiteiten door.

Ik ga het proberen te zien als uitdaging. Want in hetzelfde artikel staat ook geschreven dat als je het gevoel weet vast te houden dat je voor een uitdaging staat, alles je beslist minder zwaar valt. En dát is weer goed voor de broodnodige ontspanning.