Fouten maken mag

Standard

Mijn lief Erik had het de afgelopen week niet zo gemakkelijk. Hij voelde zich erg onzeker. En waarschijnlijk daardoor maakte hij opvallend foutjes. Of misschien zat het hem gewoon niet mee.

De aanloop naar deze ongemakkelijke staat-van-zijn was een grote fout. Mijn laptop moest opnieuw geïnstalleerd worden. Erik had keurig van de diverse mappen op de computer een back-up gemaakt, maar hij was vergeten dat bij Windows 8 de afbeeldingen op een andere plek stonden.

Dus toen Erik mij vol trots wilde laten zien wat hij allemaal voor me gedaan had, was één van de eerste ontdekkingen dat al mijn afbeeldingen waren opgelost in het niets. Dat was wat! Erik schaamde zich diep. Hij had er wel heel veel geld voor over gehad om zo snel mogelijk de foto’s weer terug te toveren. Hij dacht minstens dat ik de relatie met hem wilde beëindigen, omdat hij zo’n grote fout gemaakt had.

Nou nee, de relatie beëindigen was niet aan de orde. Ik was eigenlijk zelfs niet eens boos. Wel ontgoocheld, over mijn hele beeld-verleden wat opeens gedeleted was.

Gelukkig hebben wij een zoon met supertalent als het om computers gaat. Hij wist bijna alle foto’s weer van de (geformatteerde) memory-stick te halen. En, omdat we er zo vaak afbeeldingen op hadden gezet, kreeg ik alle foto’s in achtvoud terug.

Erik – zich nog steeds schamend – zat eenmalig zelfs tot vier uur ‘s ochtends foto’s uit te zoeken. Daarover was ik bozer dan over de oorspronkelijke fout. Criterium voor mijn boosheid is altijd of iemand iets expres doet. De foto’s vergeten op te slaan, gebeurde absoluut niet expres. Tot vier uur doorwerken en daardoor de volgende dag moe en duf zijn, was wel een bewuste keuze. Wat ik wel begrijpelijk vond, maar niet verstandig. En ook niet prettig.

Nu heeft Erik direct van zijn grote fout geleerd. Hij is naarstig op zoek geweest naar opslagmogelijkheden in de ‘cloud’. Via Internet dus. En dat is, geloof ik, gelukt. Hem overkomt het nooit meer dat hij iets van de laptop kwijtraakt! Zijn onzekerheid over dat hij zo’n grote fout kon maken, is minder snel weggepoetst.

Dat vind ik sneu voor hem. Blijkbaar denkt Erik dat hij geen fouten mag maken. Dat is hem ook wel met de paplepel ingegoten. Zoals bij velen. Daardoor is er een bepaalde mate van intolerantie ontstaan in de maatschappij, als het gaat om fouten maken of mislukkingen. Veel draait om prestaties, om succes. Terwijl we gewoon allemaal mensen zijn, die weleens fouten maken.

Sterker nog; psychologen en therapeuten hebben ontdekt dat juist door fouten te maken, de kans op succes groter wordt. Er zijn in de geschiedenis genoeg voorbeelden te vinden, van grote, bepalende ontdekkingen, die tot stand zijn gekomen, juist doordat het eerst vele malen mislukte. De gloeilamp van Edison is op die manier ontstaan.

Als je fouten maken niet ziet als ernstig falen, maar het weet om te bouwen naar iets waar je van kunt leren, is fouten maken helemaal niet zo erg. Dan ontwikkel je jezelf gaandeweg. Dan leer je van je fouten.

Zoals Erik deed door op zoek te gaan naar nieuwe opslagmogelijkheden van onze bestanden. En hoe kan ik nou boos zijn, als hij het op die manier herstelt? Natuurlijk is dat wel gemakkelijker nu ik al mijn foto’s gewoon weer terug heb.

Bij het artikel wat ik – heel toepasselijk – lees, over het mogen maken van fouten staat nog eens met nadruk benoemd dat je de inspanning beter kan belonen dan de prestatie.

En de mooie bijkomstigheid in dit verhaal is, dat zoonlief – naar aanleiding van zijn terugvind-actie – besloten heeft meer met zijn talenten voor computers te gaan doen. Als hij zich dan maar goed realiseert, dat fouten maken mag!

Advertisements

Ons ritueel

Standard

Komende zondag is het één november. Al wekenlang staan we stil bij die datum, omdat dan, op de begraafplaats in Winschoten, alweer voor de achtste keer, de Allerzielenviering is. Prachtig, duizenden waxinelichtjes langs de paden van de begraafplaats. Zang en klankschalen. De mogelijkheid om, op een speciaal stukje hout of steen, een tekst te zetten, voor een overledene en die op een soort altaar te plaatsen en even stil te staan.

Wij gaan er voor de derde achtereenvolgende keer heen. Samen met ‘onze’ zoon Geert-Jan, ditmaal misschien ook met Erik’s dochter.

De afgelopen twee maal was het vooral om stil te staan bij Erik’s vrouw en moeder van Geert-Jan. Tegelijkertijd stond ik dan altijd even stil bij het overlijden van mijn moeder, zelfs al is dat al heel lang geleden. Ditmaal dragen we ook Erik’s moeder mee in ons hart. En zal er ook een tekstje voor haar zijn.

Het is ons jaarlijks terugkerende ritueel. En blijkbaar voorziet deze Allerzielen-viering in een grote behoefte, want het is altijd druk.

Een tijd terug las ik in het Psychologie-magazine een artikel over (het belang van) rituelen. ‘Symbolische handelingen, die we bewust herhalen en die ons boven het alledaagse uittillen.’

Je hebt grote rituelen, zoals bij geboorte, huwelijk en begrafenis. Maar ook kleine, alledaagse rituelen, als samen eten en bij kinderen een verhaaltje voor het slapen-gaan, zijn belangrijk.

Rituelen maken gebeurtenissen speciaal. Een ritueel voelt vertrouwd. Het zet de tijd even stil. Het werkt verbindend, en daarnaast, rituelen verzachten rouw en verdriet.

Dat maakt de Allerzielenviering zó mooi. Die ingetogen sfeer. Al die mensen, die daar zijn om hun dierbare te gedenken.

Het is voor mij telkens weer een speciaal gevoel, als ik daar – in het midden – loop, met ‘mijn twee mannen’. Die samen even stilstaan bij de dood van een vrouw, die bepalend was in hun leven. Ik heb haar niet gekend. Maar toch is ze op zo’n avond op de begraafplaats ook heel dichtbij mij. Ik heb haar taken overgenomen, ook al doe ik het op mijn unieke eigen manier.

Als we dáár zo zijn, met ons drietjes, met al die andere mensen er omheen, voelen we ons verbonden. En wordt – zonder woorden – duidelijk waar het om gaat in het leven én daarna; liefde!

De zin van zelfreflectie

Standard

Een tijdje geleden geleden plaatste ik de blog ‘Moer en bout’.

Waarin ik symbolisch uitlegde dat het veranderen van ingesleten patronen in je leven weerstand kost. Kort na het plaatsen van die blog, kwam ik in het Psychologie-magazine een artikel tegen over de ‘Zelfconfrontatiemethode’.

‘Door eerlijk tegenover jezelf te zijn, zou je weleens meer balans kunnen creëren. ‘

Dat willen we allemaal wel!

In deze – door twee Nederlanders bedachte – methode wordt, door middel van (be)geleid zelfonderzoek, gezocht naar terugkerende patronen in je levensverhaal. Vaak blijken gebeurtenissen uit het verleden en heden, of dingen en mensen die je bezighouden, overeenkomsten te bevatten, als het gaat om – bij die situatie, dingen, mensen – passende gevoelens.

Door jezelf vragen te stellen als ‘Wanneer voelde ik me krachtig’ of ‘In welke periodes in mijn leven was er saamhorigheid’ of juist het tegenovergestelde ‘Wanneer was er sprake van machteloosheid’, kan je uiteindelijk uitkomen bij de twee drijfveren, motieven die de zelfconfrontatiemethode erkent.

De ene drijfveer/motief is het streven naar zelfbevestiging; laten zien dat je iets kunt, zelfvertrouwen hebben, je krachtig voelen, naast de ándere drijfveer, waarin je het verlangen hebt om verbonden te zijn met anderen.

Vaak kunnen deze tegenstrijdige gevoelens/drijfveren niet naast elkaar bestaan. Tenzij je eerlijk naar jezelf kijkt; de gevoelens onder ogen durft te zien, waardoor er meer ruimte in jezelf komt. Als allebei de gevoelens de ruimte krijgen, komt er uiteindelijk meer balans.

Het is niet zo gemakkelijk de confrontatie met jezelf aan te gaan.

Klinisch psycholoog Leon Seltzer formuleert in zijn blog Psychology Today; ‘De belangrijkste reden waarom we de confrontatie met anderen aangaan, is dat we te bang zijn om de confrontatie met onszelf aan te gaan. Maar de groei en verandering die we werkelijk nodig hebben, komt veeleer voor uit zelfconfrontatie’.

Ik vind het een wijze les. Het is niet zo, dat ik nu meteen een afspraak ga maken bij een coach, om geleid zelfonderzoek te doen. Maar ik neem me wel voor, de globale vragenlijst, die bij het artikel hoort, in te vullen. Om te kijken hoe het met mij gesteld is. Daarnaast heb ik, door de jaren heen, geleerd om regelmatig bij mezelf stil te staan. Als ik me niet zo goed voel, ruim ik tijd in om een, zoals ik dat noem, ‘gevoelsspreekuur’ te schrijven. Dat levert vaak inzichten op. En die inzichten helpen me verder in de groei, die bij leven hoort.

Een mijlpaal; mijn boek is te koop!

Standard

Vijf jaar geleden schreef ik, als het ware ‘in één adem’ een boek. Het gaat over mijn belevenissen in de psychiatrie, van begin jaren tachtig vorige eeuw, tot vijf jaar geleden.

Kort fragment;

Mijn proces in de psychiatrie, wat nog steeds voortduurt, is een lang en soms moeizaam proces. Maar desondanks ook hoopvol. Ik hoop dat de lezers herkenning, steun en hoop kunnen putten uit mijn verhaal.’

Toen het boek klaar was, stuurde ik het op naar een uitgeverij, die gespecialiseerd is in manuscripten, voor en door psychiatrische patiënten. Mijn manuscript lag lange tijd bij hen. Ze waren telkens lovend, als ik informeerde. Ze vonden mijn boek waardevol, niet alleen voor psychiatrische patiënten zelf, maar ook voor hulpverleners en naast-betrokkenen.

Helaas moesten ze – met beperkt budget – een keuze maken uit de vele manuscripten, die hen toegestuurd worden. Helaas werd mijn manuscript niet uitgegeven.

Het kwam terug en het lag jaren bij me in de kast. Af en toe liet ik het lezen; aan mede-lotgenoten, maar ook aan mijn hulpverleners. Telkens weer zag ik enthousiasme. Herkenning. Ontroering.

Pas dit jaar zag ik opeens de mogelijkheid iets te doen met mijn boek.

Naast de blogs die ik voor mijn eigen website schrijf, schrijf ik sinds kort ook voor www.mammacando.nl

Een website die er is voor mensen met een beperking (vooralsnog vooral op psychisch gebied), die een steuntje in de rug nodig hebben. Natuurlijk draag ik die website een warm hart toe, vanuit mijn eigen verleden. Naast het schrijven van blogs, ben ik redactielid. En in de toekomst ga ik waarschijnlijk, via hen, schrijfcursussen geven.

Ik vond deze website dé meest geschikte ‘partner’ voor mijn boek. En zie dáár dan ook het resultaat. Mijn boek ‘Bergbeklimmen op sterk water’, als E-book.

Ben je nieuwsgierig of geïnteresseerd en wil je het boek bestellen?

Dan kan dat vanzelfsprekend via het mailadres van mijn eigen website; info@splashingwordworks.nl

Het boek kost dan 23,95

Echter; als je iets verder kijkt en via www.mammacando.nl de aanbieding aanklikt, die in het artikel ‘Een luchtige beker warme melk’ staat, kan je het boek aanzienlijk goedkoper bestellen en werk je tegelijkertijd direct mee aan het verwezenlijken van Mamma can do.

Vanzelfsprekend hoop ik je op één van beide mailadressen te mogen begroeten!

Ik ben trots op mijn boek! Het is een mijlpaal!

Zelf doen

Standard

Zoals ik in de vorige blog al schreef, ben ik een redelijke controlfreak. Soms is dat best lastig. Zeker als je regelmatig hulp nodig bent. En, met een krakkemikkig lijf, heb ik die hulp ook inderdaad regelmatig nodig. Zware spullen sjouwen, rolstoel duwen… Erik doet het met alle liefde die hij in zich heeft. En dat is een heleboel, kan ik je verzekeren.

Ik weet niet wat moeilijker voor me is; hulp aanvaarden of hulp vragen. ‘Zelf doen’, is altijd mijn motto geweest, al vanaf heel jongs af aan. Ik kon door de jaren heen ook heel veel zelf. En de jaren dat ik single leefde, moest ik ook heel veel zelf, hoe bang ik soms ook was. Als ik meende hulp nodig te hebben, als ik hulp vroeg, was dat ook altijd vanuit een eigen keuze. Een afweging die ik zelf kon maken.

Dat is op slag veranderd, sinds ik zo’n last heb van mijn lijf. Opeens is het geen luxe-vraag meer, om hulp vragen, maar soms een bittere noodzaak. Ik worstel ermee, het went nog niet.

Het doet – mijns inziens – afbreuk aan mijn zelfstandigheid. En dat vind ik zo’n groot goed. ‘Zelf doen!’

Aan de andere kant – als het niet om lichamelijke, maar om psychische zaken gaat – ben ik heel vertrouwd geraakt met hulp vragen. Dat was, toen ik er in het prille begin voorstond, ook moeilijk. Ik schaamde me. En al zéker voor hulp op psychisch gebied.

Het heeft tijd nodig gehad. En de ervaring dat het niet zo gênant is om om hulp te vragen, hulp te aanvaarden. Hulp aanvaarden was er trouwens eerder dan het – echt vanuit mezelf – om hulp durven vragen. Naarmate ik vaker tot de ontdekking kwam dat mensen het plezierig vonden iets voor me te kunnen betekenen, durfde ik ook vaker om hulp te vragen. Zonder schaamte en zonder dat eeuwige zinnetje ‘Zelf doen’, als excuus.

Dus wellicht is het een kwestie van tijd. Dat ik – ook op lichamelijk gebied – leer hulp te aanvaarden, te accepteren en uiteindelijk te vragen. Hoewel ik vanzelfsprekend veel meer hoop dat het nooit nodig is. Dat mijn lichaam dusdanig herstelt, dat ik het weer zelf kan doen.

Controlfreak

Standard

Jarenlang hield ik mijn stemming van de dag en de kwaliteit en kwantiteit van de nacht in een speciaal scoreboekje bij. Toen ik daarmee begon, had dat veel nut. Het was zelfs op advies van mijn vindingrijke psychiater, omdat ik in de veronderstelling was dat elke dag en elke nacht vér onder de maat was. Toen ik ging ‘scoren’, bleek het vaak veel beter te gaan dan ik vermoedde. Het was een mooie manier van controle.

Alleen sloeg ik er wel een beetje in door. Zelfs als ik op vakantie ging, ging het scoreboekje in de tas. Het schoot uiteindelijk zijn doel voorbij. Pas vorig jaar kon ik de controle daarover opeens loslaten. Toen ik me besefte dat, ook zonder scoren, de dagen gewoon hun gang gingen; de ene dag wat beter dan de andere. Daarover had ik geen controle.

Ja, ik ben een redelijke controlfreak.

Natuurlijk ben ik dan ook direct fanatiek geïnteresseerd, als ik in mijn maandelijkse Psychologie-magazine een artikel tegenkom met de titel; ‘Lang leve de controlfreak’.

‘…De ander plant aan het begin van de week wat er iedere avond op het menu staat en stelt aan de hand daarvan een boodschappenlijst op’.

Hoe herkenbaar! En om te voorkomen dat manlief met de verkeerde boodschappen thuiskomt, maar vooral ook omdat het zo gezellig is, doen we de boodschappen dan samen.

Net als met dat scoreboekje, was dat boodschappen doen een tijd terug een bijzonder serieuze aangelegenheid. Voor Erik was er niets aan; ik was niet aanspreekbaar, laat staan in voor een grapje. Ook daarin ben ik wat losser geworden.

In het artikel lees ik dat controlebehoefte een karaktertrek is, die verschilt van mens tot mens. En omdat het een persoonlijkheidstrek is, is het dus lastig te veranderen. Dus, dat ik wat losser ben geworden, is een hele vooruitgang, maar waarschijnlijk zal ik altijd een hoge mate van controlebehoefte blijven houden. Dat blijkt helemaal niet rampzalig te zijn.

Volgens Jerry Burger, hoogleraar psychologie, blijkt dat ‘mensen die een grote controlebehoefte hebben ook heel gemotiveerd zijn om hun lot op de één of andere manier in eigen hand te nemen’. ‘Het blijkt dat mensen met een grote controlebehoefte meer bereiken in hun leven; ze zijn daarnaast optimistischer, minder angstig en gelukkiger dan mensen met een geringe controlebehoefte. Niet alleen hebben ze een groter gevoel van grip op hun taken, maar ze hebben ook meer doorzettingsvermogen, zijn tevredener met de resultaten van hun werk en ze presteren beter’

Kijk, daar word ik helemaal blij van!

Het wordt natuurlijk lastig als er dingen gebeuren in het leven, die ons overkomen en waar we niet veel aan kunnen doen.

Misschien dat ik daarom zo fel reageer als in de speurtocht naar mijn lichamelijke gezondheid weinig wordt gevonden wat de vele pijn kan verklaren. Dat is een gebied waar ik geen enkele grip op heb en o jee, ik verander dan regelmatig in een heel furieus mens!

Aan de andere kant heb ik dan wel weer grip op mijn dagelijks ritme van – keurig netjes met de timer ingesteld – een bepaalde tijd actief bezig zijn en daarna dezelfde tijdspanne rust houden. En dat komt mijn lichamelijke gezondheid ten goede, door minder pijn.

Ja, ik ben een controlfreak. Maar velen met mij. Bij het artikel staat, in een apart kadertje, wat – volgens Facebook – het minst graag uit handen wordt gegeven. ‘De was’, staat met stip genoteerd.

En dat weet Erik als geen ander! Heel af en toe probeert hij het nog zelf te doen. Maar dat levert altijd tot commentaar. Daarover wil ik absoluut zélf de controle houden.

In een ander apart kadertje in het artikel staat hoe je met controlfreaks om moet gaan; ‘Probeer nooit controle te krijgen over een controlfreak’.

Ik geloof dat Erik dat gaandeweg wel heeft begrepen. Af en toe schudt hij meewarig zijn hoofd bij een zoveelste lijstje van dingen die gedaan moeten worden of dingen die juist absoluut niet gedaan moeten worden. Hij laat me maar. En soms is het ook wel handig. Hij maakt me weleens het compliment dat bij mij de dingen die we gepland hebben, altijd waargemaakt worden. Dat klopt. Dankzij controle en het bijpassende doorzettingsvermogen. Lang leve de controlfreak in mij!