Openheid

Standard

Op mijn bed, in de woonkamer. Prachtig uitzicht, aan alle kanten, over het kalm-kabbelende water. Ik lig ‘prinses-heerlijk’. Mijn gemoed is net zo kalm als dat water. En dat is een heel mooi moment om een voor mij belangrijke blog te schrijven. Ik wil jullie, als (trouwe) volgers van mijn blogs, openheid van zaken geven over mijn lichamelijke gezondheid.

Want, een bed in de woonkamer? Ja, dat bed is er afgelopen weekend gekomen, nadat ik eerder vorige week tot de erkenning was gekomen dat het eigenlijk allemaal niet meer lukte. Ik heb bijzonder veel pijn, in rug en been. Soms kan ik nauwelijks lopen.

Tot vorige week zette ik me er alleen maar heel grimmig tegen af. Dat rotlijf! Alleen werd het daar zeker niet beter van. En bovendien, het is ook niet eerlijk tegenover mijn lijf, wat me, al 52 jaar, met zich meedraagt. Een lijf, wat een heleboel nare dingen heeft meegemaakt, maar wat me desondanks toch nooit helemaal in de steek gelaten heeft. Dat lijf heeft veel méér verdiend; dat ik er goed voor ben. Dus dat betekent momenteel veel rusten. Vandaar dat bed in de kamer.

Een oorzaak voor mijn pijnklachten wordt nog steeds gezocht. Ik had de bezoeken aan artsen een tijdje stop gezet, omdat ik er nogal moedeloos van werd. Mijn klachten zullen vast voor een deel (blijvende) schade zijn, als gevolg van dat eerdergenoemde roemruchte verleden. En de talloze jaren dat ik onder hoogspanning leefde, om al die ellende een goed plekje te geven. Dat is me inmiddels heel goed gelukt.

Die lichamelijke klachten zitten niet tussen mijn oren. Als je er goed over nadenkt, is dat gewoon een logisch (maar wel wrang) gevolg van veel psychisch leed. Al was het alleen al door een verkrampte houding, die ik me door de jaren heen aangeleerd heb.

Alleen hebben somatische artsen toch wel de neiging het te bestempelen als ‘tussen de oren’, als ze de klacht niet kunnen diagnosticeren met een lichamelijk etiketje.

Ik kijk verder dan hen. Ik durf te erkennen dat lichaam en geest één geheel zijn. En dat dat voor mij niet zo heel vrolijk uitpakt. Dat is niet zielig en ook geen aanstellerij.

Natuurlijk zijn er momenten dat het me boos maakt. Of verdrietig. Maar, vanaf het moment dat ik voor mezelf erkend heb dat ik – tijdelijk of veel langer – patiënt ben, gaat het me best goed.

Ik zorg dat ik er leuk uitzie. Ik zorg dat de kamer netjes is (gelukkig kan ik nog wel wát zelf). Erik heeft zijn dagplanning wat aangepast.

En, we hebben het beiden gewoon (nog steeds) heel gezellig en goed.

Alles staat of valt met het al dan niet accepteren van hoe het momenteel is.

Elke nieuwe dag plukken we. Met hart en ziel! Oók vanaf een bed in de woonkamer.

Spinsels

Standard

Heerlijk op bed, ligt ons kleine meisje zo hard mogelijk te spinnen.

Het is alweer een poos terug dat ik schreef over de poezen, die hier – al dan niet tijdelijk – bij ons wonen.

De laatste blog, die ik over de katten bij ons schreef, was toen moederpoes Edna hier nog was, met haar twee kittens Erik en Evita.

Moederpoes Edna kreeg een nieuw thuis, net als Evita. Erik, die omgedoopt werd tot Ricky (zie blog; Prins Ricky de Eerste), verhuisde naar onze zoon.

We zien hen beiden elke zondag, als zoonlief hier eet. Ricky is een prachtige kater geworden! Elke zondag gaat hij vol enthousiasme in de reismand. En als hij dan hier aankomt, voelt hij zich nog steeds thuis. Hij speelt met de andere katten. Hij laat zich door ons knuffelen. Maar hij is vooral gek op zijn baasje. Het is een mooi stel; twee handen en vier poten op één buik, zogezegd.

Na Edna en haar babies, hadden we verschillende nestjes zonder moederpoes, in de pleeg. Allemaal lieve, kleine kittens. Die we liefdevol en met aandacht groot brachten en die, eenmaal acht weken, opgehaald werden door nieuwe, blije baasjes en bazinnetjes.

Eén van de kittens, van een nestje wat bij ons binnenkwam, vier weken jong, (gevonden onder een container op een bedrijventerrein) was Pearl. Een wit poesje, met zo hier en daar een zwart-beige vlek. We waren beiden op slag verliefd. Erik was aanvankelijk bang dat we door zouden slaan, als we haar zouden houden. Hij had visioenen van een boot vol katten. Maar ik kon haar niet laten gaan. Daar lag mijn grote man met een schattig, klein hummeltje in zijn handen. Zó intens tevreden. Zó vol liefde.

Ze is gebleven! Ze is nu vier maanden oud en we hebben haar Snowy genoemd. En ze is vooral Erik’s lieveling. Als hij van zijn werk thuiskomt, komt Snowy, net als de honden, naar hem toe gerend, om hem te begroeten. Kruipt ze op schoot. Wil ze aaitjes en aandacht.

Overdag haalt ze natuurlijk allemaal kattenkwaad uit. Hangt ze opeens bovenin de vitrage. Of speelt ze met Fanny. Fanny is een verhaal apart. Een kitten wat opgroeide in het wild. Nooit contact gehad met mensen, totdat ze met tien weken werd gevonden. Ze is hier al een behoorlijke tijd en het zal ook nog wel een behoorlijke tijd duren voordat we haar ter bemiddeling aanbieden. Toen ze bij ons kwam, was ze bang voor álles. Heel langzaam maakt ze stapjes voorwaarts. Ze vlucht nu niet meteen meer weg, in de meest verre hoek van het huis, als we door de kamer lopen. Ze durft inmiddels zelf ook door het hele huis te lopen. En te spelen. Met Snowy. Het is prachtig dat die twee meisjes elkaar hebben. Voor Fanny is Snowy een goed voorbeeld.

Hoelang het ook duurt voordat Fanny echt gewend is aan menselijk contact, ze mag al die tijd bij ons vertoeven. Maar uiteindelijk gaat zij naar een nieuw thuis.

Grappig is dat. Met sommige kittens is er bij één van ons een klik. En kost het een beetje moeite het kitten weg te zien gaan. Er zijn maar weinig kittens waar we helemaal geen klik mee hebben. En nog minder vaak hebben we beiden een klik. Dat is maar goed ook, anders zouden we inderdaad een boot vol poezen hebben.

Maar de klik met Snowy was dusdanig, dat ze mocht blijven. We zijn nog steeds verliefd op haar! Ze vindt knuffelen heerlijk. Maar ze dartelt ook vrolijk achter onze katten aan.

Afgelopen week reageerden we op een oproep van het asiel, voor een klein katertje, van zes weken oud, die misvormde voorpootjes heeft. Hij was, met zijn moeder, langs de kant van de weg gevonden. De paar dagen dat hij nu hier is, gaat hij met sprongen vooruit. In het eerste begin blies en gromde hij, zodra we maar kéken. Nu vindt hij de aandacht die hij krijgt, heerlijk. En, het is verbazingwekkend hoe snel hij, met zijn vervormde pootjes, uit de voeten kan. Ook hij zal weer een lange tijd bij ons zijn. Als hij goed gesocialiseerd is, is het de bedoeling dat hij geopereerd wordt aan zijn pootjes. De hersteltijd en het opnieuw leren lopen, zal hij ook bij ons doen. En daarna gaan we voor hem ook weer op zoek naar nieuwe baasjes/bazinnetjes.

Het is niet zomaar een hobby. Het is een verantwoordelijke taak. Die aandacht en tijd vraagt. Maar waar we ontzettend veel liefde voor terug krijgen!

Want, wat is er nou mooier, dan een prachtig, klein katje die tegen je aan komt liggen en zo hard mogelijk spint?

Hoe haal ik het beste uit mezelf?

Standard

Nog niet zo lang geleden, schreef ik een blog over ‘de zin van zelfreflectie’. In het kort komt het er op neer, dat als je regelmatig (eerlijk) bij jezelf stilstaat, je tot inzichten kunt komen, die je verder kunnen helpen in je persoonlijke groei.

Persoonlijke groei, ontwikkeling, heeft mij altijd al geboeid. Al vanaf mijn puberjaren bewaarde ik allerlei artikelen, die te maken hadden met psychische ontwikkeling. Ik was ook regelmatig geabonneerd op tijdschriften, die ‘iets met psyche’ te maken hadden.

En zo kon het dus gebeuren, dat ik, met het doorspitten en opruimen van de volle tijdschriftenkist, kortgeleden een leuk klein gidsje vond, met als titel ‘Hoe haal ik het beste uit mezelf’. Met als toegevoegd onderschrift; ‘Psychologie voor doeners.’

Dit specifieke gidsje gaat in het kort in op het boek met dezelfde titel, geschreven door Ursula van Stekelenburg (ISBN 978 90 5871 494 7). Eén van de thema’s is zelfvertrouwen.

‘Zelfvertrouwen is niet iets wat je hebt, maar iets wat je doet. Vertrouwen in jezelf, je doet het of je doet het niet’ is één van haar uitspraken.

Maar wát moet je dan doen, of juist niet doen?

‘In jezelf geloven. Op jezelf durven bouwen. Positief over jezelf denken. Dichtbij jezelf blijven. Je emoties in balans brengen. Je uitstraling versterken’.

‘Alles hangt samen met je innerlijke zelfacceptatie. Want; liefde voor jezelf en acceptatie van jezelf, dat is vast en zeker een vruchtbare basis voor een positiever, gelukkiger en evenwichtiger leven’

De komende tijd zal ik regelmatig de diverse thema’s uit bovengenoemd gidsje nader belichten, door erover te schrijven.

Die blogs zijn te volgen via www.mammacando.nl, de website waar ik óók voor schrijf, die alles te maken heeft met (onder andere) psychische zaken.

Mocht je geïnteresseerd zijn om te weten, wanneer ik daar een blog plaats? Laat me dat dan even weten. Dan stuur ik je in het vervolg een persoonlijk mailtje, net zoals ik dat doe, als je je aanmeldt bij mijn eigen website; www.splashingwordworks.nl Bovendien ontvang je dan een leuk welkomstcadeau én via www.mammacando.nl heb je korting op mijn E-book ‘Bergbeklimmen op sterk water’.

Een reisverslag

Standard

Afgelopen zondag zat ik, midden in de nacht, te mijmeren onder een prachtige sterrenhemel. Om me heen was het pikdonker. Het was midden op het platteland. Niet hier in de buurt, maar in het Belgische land.

We waren, voor het eerst, met ons tweetjes een weekendje uit. Eerst een nachtje bij Erik’s dochter in Brabant. Met de kleinkinderen, die mij voor het eerst zagen. Dat vond ik best een beetje spannend. Zouden ze mij accepteren? Geen zorg! Nog dezelfde avond werd ik gepromoveerd tot ‘Oma Mien’ en had ik kleindochter van zeven jaar tegen me aan liggen, alsof ze me al jaren kende. Prachtig! Ontroerend!

De volgende dag reden we door naar het Belgische West-Vlaanderen, de omgeving van Brugge. We hadden een Bed and Breakfast gereserveerd. Op een (voormalige) boerderij, waarbij de oude varkensstal omgebouwd was tot vier gastenkamers. Het was er zó mooi en zó gastvrij, dat we eigenlijk direct bij aankomst al zeiden er nog een tweede nacht aan vast te plakken. We hadden de meest romantische kamer, met een statig hemelbed. Flesje wijn wat op de kamer stond, was gratis. Koffie konden we ook gewoon pakken.

Wat hebben we genoten! We hadden ook erg veel geluk met het weer. Onvoorstelbaar, dat je gewoon, zonder jas aan, op het terras kan zitten. En dat in November!

Vanzelfsprekend bezochten we Brugge. Ik was er al eens eerder geweest. Maar genoot, net als Erik, van al die prachtige oude huizen en andere gebouwen, met elk hun eigen mooie gevel. De één nog ouder en mooier dan de ander. Wat me wel opviel – wat in mijn herinnering anders was – was de enorme drukte. De kinderkopjes kregen een andere invulling; je kon over de hoofden lopen. Maar op zich bracht dat ook wel weer wat leuks met zich mee. Terwijl Erik een frietje ging bestellen, en ik buiten op de grachtmuur zat te wachten, amuseerde ik me met me vergapen aan alle outfits die voorbij wandelden. Het was net één grote modeshow. Er waren veel mensen, vooral vrouwen, die hun mooiste kleding uit de kast hadden gehaald, om te kunnen flaneren in het mooie Brugge. Ik moet eerlijk bekennen, dat ook ik mijn best had gedaan. Met mijn nieuwe jas en bijbehorende rode hoed, zag ook ik er charmant uit.

De volgende dag, de zondag, maakten we een wandeling door de directe omgeving van ons Bed and Breakfast. Heerlijk rustig. Mooi, afwisselend landschap. En wat ons vooral opviel, waren de compleet verschillende huizen die naast elkaar staan. Er wordt veel gebouwd. Modern staat gewoon naast klassiek. We concludeerden dat ze daar in België vast geen welstandscommissie hebben, die bepaalt dat naast dat oude pandje geen modern huis mag staan. Het was boeiend, door die diversiteit.

We hebben het super naar onze zin gehad! Het was onze eerste mini-vakantie samen. En, we hebben besloten dat we dit vaker gaan doen. Volgend voorjaar willen we gewoon nog eens terug, naar dezelfde plek. En dan wat langer. Want er is nog genoeg te ontdekken. Zelfs in België. Terwijl we toch op voorhand niet dachten dat het er zo mooi zou zijn.

Nu zijn we weer terug thuis. En ook al heeft mijn lijf het, met de lange terugreis, zwaar te verduren gehad, ik voel me heel gelukkig. Uitgerust en vol goede gevoelens, over ons eerste uitje samen.

Mijmerend onder die prachtige sterrenhemel bedacht ik dat Erik de grootste liefde van mijn leven is. Wat hebben we het toch goed!