Kleren maken de vrouw

Standard

De afgelopen weken heb ik me helemaal kunnen laten gaan, in er zo netjes en leuk mogelijk uitzien. Heerlijk om met de Kerstdagen een echte chique jurk te dragen. En ook met de jaarwisseling, zal ik er weer tip-top uitzien.

Kleding heeft altijd wel een behoorlijke rol voor me gespeeld. Hoewel ik zeker niet het type ben, wat altijd met de laatste mode mee hoeft te lopen (behalve toen ik een jaar of twintig was), ik heb toch een behoorlijk aantal leuke kledingstukken in de kast. Ik vind het heerlijk om telkens weer nieuwe combinaties uit te zoeken. Dat kan ook vaak, want afgezien dat mijn figuur door de jaren heen ongeveer gelijk gebleven is, en ik zuinig ben op mijn kleding, ik krijg ook regelmatig kleding van andere vrouwen, die net een maatje meer zijn geworden. Met mijn maatje 36 (waar ik best trots op ben), staat veel me ook leuk.

Vaak wordt gedacht dat mensen die in de psychiatrie meelopen er per definitie slonzig uitzien. Over het algemeen genomen was ik daar, in de jaren dat ik vaak opgenomen werd, een uitzondering op. Hoewel – het moet gezegd – ook ik kende de periodes dat ik steevast in joggingpak rond sjokte. Het was zelfs een alarmsignaal; of joggingpak of over-de-top netjes.

Ik heb nooit zo begrepen dat mijn psychiater kon zien dat het níet goed met me ging, als ik – kleren piekfijn in orde – haar kamer binnen schreed.

Vlak voordat ze naar een andere baan vertrok, onthulde ze het geheim; het was te zien aan mijn overdadige make-up. Ze moet wel een scherpe opmerkingsgave hebben gehad, want voor mijn gevoel maak ik me altijd op dezelfde manier op; beetje oogschaduw, klein lijntje eyeliner, mascara en soms lippenstift.

De laatste tijd, sinds ik me aanzienlijk beter voel, maar ook sinds ik Erik als partner heb, vind ik het nóg leuker me mooi aan te kleden. Ik draag wat vaker rokjes. Ook met de achterliggende gedachte dat ik dat nu nog gemakkelijk kan doen, maar dat dat, met het klimmen der jaren, misschien niet meer zo leuk staat. Ik vind het ook leuk me mooi aan te kleden voor Erik. Wat dat betreft is Erik een heerlijke, eerlijke man, die me vaak complimentjes maakt als ik er leuk uitzie, hoewel hij – incidenteel – ook zegt als hij me iets niet vindt staan.

Dat gebeurde ook een tijdje geleden. Bij het plaatselijke tweedehands kledingwinkeltje, met allerlei, niet alledaagse, opvallende kleding, hing een rode hoed buiten te pronken. Geweldig vond ik ‘m! En jawel, ik heb die hoed gekocht! Maar, ik moest ook een nieuwe nette winterjas hebben, voor over al die rokjes, die ik draag. Bij de hoed had ik een zwarte, erg opvallende jas uitgezocht. Ik vond ‘m mooi, de verkoopster ook, maar Erik had er maar één woord voor; afschuwelijk! Dus die koop ging niet door.

Vervolgens kwam Erik aan met een andere prachtige jas, met allerlei kleurtjes en borduursels. Hij zat me als gegoten. Hij kleurde goed bij mijn hoed. Zelfs de verkoopster vond dat ik dat écht niet kon laten liggen en kwam me tegemoet met een mooie prijs.

En nu voel ik me dus op en top mooi!

Toevallig had ik laatst een afspraak bij de GGZ-instelling. Mijn hulpverlener zag me aankomen en hield de deur voor me open. “Dat doe ik alleen voor dames”, zei hij.

Oftewel, ik ben een dame! En daar voel ik me goed bij. Het maakt me blij!

Chapeau!

Advertisements

Rond de kerstboom

Standard

Als ik met de honden door de straten van ons kleine, gemoedelijke dorp wandel, zie ik steeds meer kerstbomen en andere versierselen verschijnen. Gezellig! In de folders van de diverse supermarkten staan de aanbiedingen van luxe etenswaren. Ook al houden wij het altijd aan de bescheiden kant, toch haal ik alvast de aanbiedingen in huis, voor een lekker vier-gangen-diner op Eerste Kerstdag. Ik verheug me op de feestdagen. Ik verwacht er veel van; gezelligheid, relaxen, lekkere lange wandelingen met onze honden Durk en Freddie.

Velen onder ons zullen verwachten dat de feestdagen gewéldig worden. Met z’n allen aan de kerstdis en geen onvertogen woord. Alles perfect georganiseerd en niets wat fout gaat. Wat verwáchten we veel!

Volgens de filosoof Daniel Dennett is ons brein één grote verwachtingsmachine. Dat is maar goed ook. Want, als we niets zouden verwachten – grote en kleine dingen – zouden we ten onder gaan in de chaos die het leven dan zou zijn. Verwachtingen sturen ons leven, ook al zijn we ons daar meestal niet van bewust. Zeker de verwachtingen die in onze vroegste kinderjaren zijn ontstaan, kunnen zo verankerd zijn geraakt, dat het automatische aannames zijn geworden, over jezelf en de wereld om je heen.

Natuurlijk verwachten we met kerst een kerstboom en niet een versierde paastak. En misschien verwachten we wel dat alles perfect verloopt, omdat je vroegste herinneringen aan kerst zijn, dat het altijd gezellig was.

Op dat ingesleten verwachtingspatroon wordt ook ingespeeld door commercie en media. Het móet gezellig zijn. Het móet luxe zijn. En dat móet ook voor iedereen gelden.

Niet voor niets worden er, juist in deze tijd, inzamelingsacties op poten gezet, voor een goed doel. Of lees je op Facebook de schrijnende verhalen over mensen die het, met de feestdagen, niet zo breed hebben. Ik bekijk dat soort verhalen met enige scepsis. Omdat ik me ervan bewust ben dat het ook inspelen is op de hooggespannen verwachtingen rond de feestdagen. En wellicht zijn die hooggespannen verwachtingen voor een deel ook extra opgeklopt.

De ervaring leert, dat het – ook met kerst – niet allemaal vlekkeloos verloopt. De kalkoen had nog wel wat gaarder gekund. Of het kleine neefje voelt zich – uitgerekend op Eerste Kerstdag – grieperig. De kat springt net te enthousiast in de kerstboom, waardoor er een paar ballen sneuvelen.

Is dan de hele kerst mislukt?

Of stel je je verwachtingen iets lager, waardoor er – net als op alle andere dagen van het jaar – iets mis kan gaan?

Ik denk dat je juist dan veel relaxter bent. Veel meer geniet van al die kleine en grote dingen die wel goed gaan en gezellig zijn.

Het is bewezen dat je verwachtingen direct invloed hebben op je gedrag. We doen er goed aan zo min mogelijk verwachtingen te hebben, die niet uitkomen, en zoveel mogelijk verwachtingen die wél uitkomen. En heel stiekem weet je natuurlijk ook wel dat niet alles perfect zal zijn. Als je je verwachting wat lager instelt, zou het weleens een – boven verwachting – prachtige kerst kunnen worden! Met (nóg zo’n verwachting) een dik pak sneeuw.

Hoe het ook zij; ik wens je mooie feestdagen. Met veel gezelligheid. Met lekker eten. Met genieten van alles wat mooi is en goed gaat. En, vergeet niet ook aan jezelf te denken. Af en toe even een moment stil te staan. Bij wat je verwacht. En wat ervan uitkomt!

Turbulentie

Standard

Het was afgelopen week een turbulent weekje. Niet alleen buiten was het onstuimig, ook binnenshuis werden wij heen en weer geslingerd tussen diverse gebeurtenissen en bijbehorende gevoelens.

Het begon vorige week al met één van onze eigen katten, Rebbel, waarbij de pus uit zijn ogen kwam. Op de ochtend dat wij de afspraak bij de dierenarts hadden, kwam onze nieuwste aanwinst – katertje van acht weken oud, met misvormde voorpootjes – klappertandend uit zijn slaapplek tevoorschijn. En dus, na overleg met het asiel, togen we met twee poezen naar onze vertrouwde, lieve dierenarts.

Aha, de kleine telg heeft niesziekte bij ons geïmporteerd, meegenomen van de straat. De afspraak met het asiel is, dat als pleegpoezen eigen katten infecteren, de kosten voor rekening van het asiel zijn. Zonder te betalen, maar met een tas vol pillen en poeders gingen we weer weg. De assistente achter de balie keek zeer verwonderd.

We hebben het deze week dus druk met zalfjes en spuitjes geneesmiddel, die ik in een ‘cocktailtje blikvoer’ verwerk. Ik voel me net een dierenartsassistente! Maar het helpt wel. Het kleine katertje, die een zweer op zijn tongetje had, durft inmiddels alweer harde brokjes te eten. En onze Rebbel staat weer breeduit voor de buitendeur, met prachtige heldere ogen en mekkert; ik wil eruit! Het komt dus helemaal goed.

Er was deze week ook nog een andere gebeurtenis, die de gemoederen stevig bezig hield. Onze zoon, puber van 17 jaar, die sinds afgelopen september op zichzelf woont (wél met begeleiding) heeft het moeilijk. Hij is nogal somber. Hij slaapt erg slecht. Hij redt zich niet zo goed. Maar, hij is ook puber en hij vindt zichzelf heel stoer.

Dat gaf dus wrijvingen. Met ons, als ouders. Met zijn begeleider. En uiteindelijk ook tussen begeleider – een hele goede vriend van mij – en ons. Gelukkig, het is weer uit de lucht! Alleen kwamen er wel een boel emoties bij kijken. Want soms moet je ervoor kiezen puberzoon even los te laten, hoeveel je ook van hem houdt! En ik, als jonge, nog niet zo ervaren ‘stiefmoeder’, kwam tot de ontdekking dat je naast houden van ook tegelijkertijd boos kunt zijn.

Loslaten betekent niet aan het lot overlaten. Het is de kunst puberzoon zelf belangrijke dingen te laten ontdekken, terwijl wij aan de zijlijn de boel een beetje in de gaten houden. En ons hart en huis open blijven stellen, voor als hij onze hulp vraagt of gewoon eens spontaan een bakje koffie wil komen drinken.

Het valt niet mee; puber-zijn niet, ouder-zijn soms ook niet. En zelfs niet altijd pleegouder zijn, van kleine katjes.

Uiteindelijk is alles weer tot bedaren gekomen. We kijken vergenoegd naar de inmiddels opgetuigde kerstboom. Nog een weekje werken, dan hebben we twee weken vakantie. Dan gaan we heerlijk genieten van onze welverdiende rust.

Wie doet ons wat?

Negatieve gevoelens

Standard

Mijn vorige blog ‘Openheid’ ging over mijn aanhoudende lichamelijke klachten. Ondanks dat ik er over het algemeen vrij berustend in ben, zijn er – vanzelfsprekend – ook momenten dat ik boos of verdrietig ben. Ik ben ook maar gewoon mens. Ik ben júist gewoon mens. Waarbij gevoelens van boosheid of verdriet normaal zijn.

Toch wordt dat, raar genoeg, lang niet altijd als vanzelfsprekend gezien. Niet door de maatschappij. Niet door mensen zelf.

Ik moet zeggen dat ik, tot voor een paar jaar terug, helemaal niets kon met mijn gevoelens van boosheid en verdriet of somberheid. Terwijl ik juist – confronterend genoeg – heel veel last had van dat soort gevoelens. Ik boycotte die gevoelens. Ik walste er overheen. Of ik negeerde ze. Maar daarmee negeerde ik vooral mezelf. Uiteindelijk kon ik dat natuurlijk niet volhouden. En omdat ik ze zo lang had opgekropt, kwam het dan tot een heftige uitbarsting.

Gaandeweg heb ik geleerd ook ‘negatieve’ gevoelens te uiten.

Nu lees ik in een artikel in het Psychologie-magazine (mijn lijfblad!) dat ‘juist negatieve gevoelens, als boosheid, bezorgdheid en jaloezie, ons helpen het maximale uit het leven te halen’. De twee psychologen, Kashdan en Biswas-Diener, stellen dat onaangename emoties in ons op comfort gerichte maatschappij een slecht imago hebben. ‘Natuurlijk is het streven naar positiviteit waardevol; prettige emoties zijn heilzaam voor onszelf en onze omgeving’. Maar soms hebben we het onaangename ook nodig, volgens bovengenoemde psychologen. ‘Hun boodschap is; alleen als we zo nu en dan boos, jaloers, schuldig, angstig en verdrietig zijn, halen we het maximale uit ons leven’.

Waarom?

‘Omdat je negatieve emoties niet onder het tapijt kunt vegen, zonder onbedoeld ook belangrijke zaken als betekenis, doorzettingsvermogen, volwassenheid, wijsheid en persoonlijke groei kwijt te raken’.

Daar herken ik mezelf wel in! Het heeft me hele lange tijd gekost, voordat ik die ‘negatieve’ gevoelens leerde uiten. Dat was moeilijk. Maar juist daardoor, door tóch door te zetten, ben ik wijzer geworden. Ben ik gegroeid. Dusdanig gegroeid zelfs, dat het me psychisch voor de wind gaat. En ik dat leerproces nu ook kan benutten, nu ik lichamelijk niet goed in mijn vel zit.

Af en toe ben ik boos. Af en toe ben ik verdrietig. So what?

Pas als ik dat niet zou uiten, zou het gaan wringen. Zou het een enorm obstakel worden, waardoor ik niet meer kan functioneren. Terwijl, als ik even knetter of even huil, ik veel sneller weer de zon zie schijnen.

Om, met de woorden van hoogleraar Brown (in een ander artikel over negatieve emoties) te spreken; wie zich openstelt, komt verder!

Het is niet de meest gemakkelijke weg. Maar misschien wel de meest waardevolle. Het heeft er bij mij toe geleid, dat ik veel meer kan genieten, van juist alles wat wél goed gaat. Omdat ik ook de keerzijde goed ken.

Ik wou maar zeggen dat ik een heel gelukkig mens ben. Ondanks (of misschien wel dankzij) mijn lichamelijke handicap.

Het leven is zoveel méér dan dat.