Sámen!

Standard

Het overkwam me vorige week dat ik me melancholisch voelde. Zittend op bed in onze woonkamer, de diertjes en Erik die allemaal lagen te slapen. Het gevoel van genieten van de bijna serene rust, die tastbaar in de lucht hing, vermengd met een klein randje droefheid. Om niets eigenlijk. Of om alles in het voorbije leven. Dat bitterzoete gevoel had zeker te maken met de grote stap, die we vorige week genomen hebben.

Tot dusver had Erik nog steeds een eigen kamer gehad, hier in het dorp, waar hij zich terug had kunnen trekken, mocht het niet goed gaan. Of gewoon als hij een paar dagen op zichzelf had willen zijn. Of andersom, als ik een paar dagen de tijd en ruimte voor mezelf had willen hebben. Hij had die kamer, maar hij heeft er nooit gebruik van hoeven of willen maken.

En tóch, toen we vorige week de huur van die kamer opzegden en we dus officieel zijn gaan samenwonen, was dat een bijzondere stap. Geen ‘achterdeurtje’ meer. Gewoon, of juist heel bijzonder, een volmondig voor elkaar kiezen.

Ja, dat feit was zeker van invloed op mijn gevoel van melancholie. Terugdenkend aan de jaren, dat ik hier alleen op de boot vertoefde.

Wat was het een gigantische stap, toen ik in 2010 – vrouw alleen, met uitkering – deze boot kocht! De verkopende makelaar begreep er helemaal niets van. Ook al was het met de bezichtiging toch wel heel erg duidelijk geworden dat ik hier alleen zou gaan wonen, de makelaar stelde me, bij het opstellen van de definitieve koopakte, voor alle zekerheid, de nadrukkelijke vraag wie nog meer op die akte moest komen te staan.

Ik grapte dat dat dan mijn lieve kameraadje, poes Spetter, moest zijn.

Ja, poes Spetter en ik, die hier vanaf de eerste dag, nadat de overdracht bij de notaris was geweest, bivakkeerden. Nog helemaal niets aan voorzieningen. Geen elektriciteit, geen stromend water en toch, ik was zo zielsgelukkig!

De jaren alleen. Lang niet altijd makkelijk. Vaak zelfs heel zwaar. En ook, desondanks, vastbesloten hier alleen te blijven wonen. Me niet meer te binden aan een partner, ook al was is heimelijk wel op zoek naar een maatje, voor een los-vast-relatie.

Na een mislukte vriendschap dacht ik – net voor mijn vijftigste verjaardag – dat het dan wel zo ongeveer zó verder zou gaan; ik alleen, met Spetter en de honden, op mijn boot.

En toen…ontmoette ik Erik! Helemaal onverwachts. Allebei opgenomen op de psychiatrische afdeling. Niemand die dacht dat dit een blijvende relatie zou worden. Niemand die kon vermoeden dat we in elkaar de liefde van ons leven zouden vinden!

We zijn bijna drie jaar verder. We zijn vorige week gaan samenwonen!

Het voorbije leven gleed vorige week aan me voorbij. In de beschutting van de serene rust, die hier, op ónze boot, aanwezig was. Met een prachtig uitzicht. Niet alleen het uitzicht, als ik naar buiten kijk. Ook toen ik naar Erik keek, die op het moment van mijn melancholische gevoel, naast me lag te slapen. Het uitzicht van een prachtig leven.

Sámen!

De gedachten van een ander

Standard

Afgelopen week maakte ik een gebeurtenis mee, waarbij ik me erover verbaasde, dat de betrokken mensen die situatie – met veel negativiteit – in stand houden. En niet voor zichzelf opkomen. Ik kwam tot de gedachte/conclusie dat die mensen wellicht bang zijn voor ‘wat de ander wel zal denken’, waardoor ze niet in actie komen, voor zichzelf.

Ik keek naar mezelf. Hoelang ben ik niet bang geweest voor wat de ander wel zou denken over wat ik deed en wie ik was.

Zeker met mijn hele geschiedenis (En, wie heeft er geen geschiedenis?) was ik altijd bang wat de ander wel zou denken. Waardoor ik me ging gedragen, op een manier, die wellicht tegen mezelf inging, maar waarbij ik dan de gedachte had dat de ander het wel mooi of goed zou vinden.

Alleen is dat een hele geforceerde manier van leven. Want, de ander denkt misschien helemaal niet wat ik denk dat die ander denkt. En, is het van belang wat die ander denkt? En, trouwens, wie is dan die ander?

Je kunt het nooit en te nimmer iedereen naar de zin maken. Je kunt het wel jezélf naar de zin maken.

Mijn loslaten van die vreselijk bekrompen, beperkende gedachte ‘wat de ander wel zou denken’, kwam op een moment in mijn leven dat ik er een behoorlijke puinhoop van gemaakt had. Zowel letterlijk door mijn huis aan diggelen te slaan, als ook figuurlijk.

Ik durfde de mensen om me heen nauwelijks meer onder ogen te komen.

Juist tóen had ik álle reden heel vaak te denken wat de ander wel zou denken. Maar, ik had die puinhoop van mijn leven niet met opzet gemaakt. Het was een puinhoop geworden omdat ik totaal vastliep in mijn afschuwelijke emoties. En dáár had ik alle reden voor. Maar dát wist alleen ik.

Ik moest de mensen om me heen weer onder ogen komen. En dat kon ik alleen door de gedachte te ontwikkelen dat ‘zij mochten denken wat ze wilden’, maar dat ík wist hoe het écht zat. Ik hoefde daarover geen verantwoording af te leggen. Want het was mijn leven.

Uiteindelijk heeft die gedachte me verder geholpen. Het was een enorme bevrijding. De ervaring dat ik doe wat ik doe, dat ik ben wie ik ben, terwijl anderen er misschien toch wel een mening over hebben. Maar dat dat niet van invloed is op mijn leven.

Regelmatig zie ik mensen nog worstelen met die gedachte ‘wat de ander wel zal denken’. En dan zou ik willen dat ze die gedachte eens loslaten. Dat ze gaan doen wat ze zélf willen.

Maar, ook dat is een gedachte, van mij, als ander voor hen.

Waarschijnlijk komt iedereen, ergens in zijn leven, op een punt dat de gedachte van een ander er niet meer toe doet. En pas dan kan je – bevrijdend – jezelf zijn!

Troost

Standard

Goedendag, lieve mensen!

De afgelopen periode gingen mijn blogs veelal over de (nare) gebeurtenissen in ons leven. Maar…het zonnetje schijnt de kamer in, de lente komt eraan. De sneeuwklokjes en krokusjes steken al dapper hun kopjes boven de grond. Het wordt weer tijd voor positieve geluiden. Ook van mijn kant.

De nare gebeurtenissen zijn absoluut nog niet van de baan. Maar, als mens heb je de keuze iets van je leven te maken, schreef ik vanochtend voor mezelf. Dat doe je stap voor stap; elke dag een nieuw begin.

Er is zóveel moois! Neem onze diertjes. Die trekken zich niets aan van menselijke gebeurtenissen. Die dartelen gewoon heerlijk rond, net als anders. Wat een geweldige troost is dat! Wat een genot om gewoon heel stil naar te kijken. Écht kijken!

Kortgeleden ruimde ik mijn computer op. Selecteerde stukjes tekst, die ik kan gebruiken voor het schrijven van deze blogs. En ik werd geraakt door het volgende stukje tekst, wat ik jaren geleden schreef, toen mijn leven er nog niet zo mooi uitzag als nu;

Waar vind ik, als ik alleen ben en zo verdrietig, woorden, symbolen van troost? Troost, zodat ik niet hoef te vluchten voor het verdriet. Over het water kijken, wat rustig kabbelt, wat altijd stroomt, verdriet of geen verdriet. De tranen als water voor de bloeiende plantjes langs de weg van het heden. Troost vind ik in van een afstandje naar mezelf kijken en erkennen dat ik het soms zwaar heb. En dan niet zeggen hoe goed ik het doe, maar mezelf uitnodigen te komen schuilen voor het onweer in mezelf. Symbool van troost vind ik in voor mezelf een kaarsje branden als symbool van het eeuwige waakvlammetje wat in me woont. Troost vind ik in gewoon mogen huilen. Tot het verdriet over is.

Ach, nu is het toch nog een beetje een ‘zware’ blog geworden!.

Maar…de lente komt eraan. En heel soms geef ik de sneeuwklokjes en krokusjes water; tranen als water voor de bloeiende plantjes lang de weg van het heden.

Ik vind het een prachtige, troostrijke metafoor!

Fijne dag, lieve mensen!