De twee kanten van zelfbeheersing

Standard

Volkomen onverwachts, volkomen onlogisch ook, meldt Erik – half zeven ‘s avonds – dat hij bij de plaatselijke supermarkt een speltbrood gaat kopen, “voor morgen”. Hij stapt in de auto en is weg. Als hij een kwartier later terugkomt, met een ander soort brood, en even buiten op het bordes een sigaretje rookt, kan ik al aan zijn gezicht zien dat het niet gelukt is. Het geval is namelijk dat er, sinds korte tijd, een automatiek bij de ingang van de supermarkt is geplaatst. En oh, oh, wat is dat ding aantrekkelijk! Als Erik weer binnen is en bezig met de afwas, vraag ik terloops of het gelukt is de automatiek onaangeroerd te passeren. “Hoe kom je erbij”, is de wedervraag, waarna de bekentenis volgt dat hij een nasischijf verorberd heeft. Het was niet eens lekker.

Ik lees ‘s avonds in mijn Psychologie-magazine een artikel over zelfbeheersing. In psychologische termen heet het; ‘Uitstel van behoeftebevrediging’. Voor Erik is dat – vooral op het gebied van snoepen, snaaien – heel moeilijk. Ik, daarentegen, kan weken, zo niet maanden, doen met een doos Merci, die ik gekregen heb.

Over het algemeen wordt die vorm van zelfbeheersing gezien als een goede eigenschap. De positieve effecten ervan zijn verrassend. Meer veerkracht, een lager BMI (terwijl die bij mij juist wat hoger mocht zijn), zelfs langere liefdesrelaties, zijn een gevolg van die ijzersterke zelfbeheersing.

Maar het artikel gaat ook in op de keerzijde van zelfbeheersing. Het zou kunnen zijn dat mijn gekregen doos chocolade op een gegeven moment toch op is, zeker met iemand bij me, die wél graag snoept. Uitstel van behoeftebevrediging kan, ver doorgevoerd, verstikkend werken, omdat je jezelf geen pleziertjes gunt en altijd wacht op een ideaal moment, wat er misschien nooit komt.

Bij de tips in het artikel staat voor iemand die weinig zelfbeheersing heeft, dat hij/zij zijn zwakke plekken in kaart kan brengen. Voor iemand met (te)veel zelfbeheersing is de tip om je zo nu en dan voor te stellen dat het de laatste dag van je leven is.

Dan nóg zou mijn doos Merci bij mij niet opgaan. Maar ik zou misschien wel wat milder voor mezelf zijn. Ik denk dat bij Erik – op de laatste dag van zijn leven – die automatiek niet voor zou komen. Hij zou er waarschijnlijk voor kiezen veel bij mij te zijn en met mij leuke dingen doen. En zo komen we dan samen. We zouden genieten van een kopje koffie of thee, met één, doe eens gek, misschien twee chocolaatjes. Zelfbeheersing zou niet eens een item zijn. Zo belangrijk is het allemaal niet.

Maar wél leuk om over te lezen en schrijven!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s