Het streven naar perfectie?

Standard

Het idee om een blog te schrijven over perfectie, ontstond naar aanleiding van een door ons geplaatste advertentie, om voor onze Siamese pleegpoes een nieuw thuis te vinden. De beschrijving over Siamees Baileys in de advertentie, was één en al lof. Het moet ook gezegd; Baileys is een kat die iedere dierenliefhebber wel wil hebben. Er zit geen kwaad in, in het dier. Ze is dol op aandacht en aaitjes. Die komt ze ook regelmatig even halen. En ze is zo trouw als een hond. Als we terugkomen van weggeweest zijn, worden we tegenwoordig verwelkomd door zowel de honden als ook Baileys.

De omschrijving van perfectie bij Wikipedia is als volgt;

Volmaaktheid of perfectie is een filosofisch concept, dat betekent dat een bepaald wezen een bepaalde eigenschap in de hoogste mate bezit, of dat een bepaald wezen alle eigenschappen bezit. Ook kan het betekenen dat een bepaald wezen alle bestaande eigenschappen in de hoogste mate bezit.

Als ik bovenstaande omschrijving ‘toepas’ op Baileys, dan scoort ze hoog, wat perfectie betreft. Het enige minpunt wat ik zou kunnen bedenken, is dat ze eigenwijs is en bijvoorbeeld stoïcijns elke dag éénmaal op het aanrecht springt. Juist die ene plek waar onze katten niet mogen komen.

Voor ons maakt het trouwens helemaal niet uit of een kat (of ander wezen, of ding) al dan niet perfect is. Terwijl we tegelijkertijd ontdekken dat dat voor heel veel mensen wel een criterium is.

Niet voor niets krijgen we afstandskatten. Natuurlijk wordt er regelmatig een mooi verhaaltje omheen gebreid. En bij sommige mensen zal dat ook inderdaad de waarheid zijn. Maar vaak gaat het er ook om dat de kat niet (meer) voldoet aan het – door de mens bedachte – perfecte plaatje.

Terug naar die advertentie! We plaatsten de advertentie en we kregen reacties. Eén van die reacties was direct de vraag of Baileys ‘raszuiver’ is. Daarvan heb ik geen flauw idee. Ze ziet eruit als een prachtige Siamees. Ze heeft een gouden karakter. Wat maakt het dan nog uit of ze raszuiver is en of er papieren meegeleverd worden, als je haar adopteert? We vragen voor haar precies hetzelfde bedrag als dat we voor elke andere kat vragen.

Het moet tegenwoordig allemaal zo perfect mogelijk zijn. Anders voldoet het niet aan de norm en wordt het afgedankt of vervangen. Of, in het geval van de kat, niet aangeschaft.

Ik vind het een zorgelijke trend in de maatschappij. Want, als wij later niet meer perfect functioneren, worden wij dan ook afgeschaft? Of is het al niet zo dat mensen die zich anders gedragen of er anders uitzien, dan de gestelde, perfecte norm, met de nek aangekeken worden? En in een apart hokje worden geplaatst.

Perfectie kan soms een loffelijk streven zijn. Maar tegenwoordig wordt het vaak gebruikt als een vernietigend (voor)oordeel. Ergens lees ik de spreuk; ‘Niets is perfect, alles is perfect’

Al dan niet perfect, elk wezen is uniek. Laten we daar eens wat meer naar kijken! En eventuele gebreken op de koop toe nemen.

Advertisements

Vroeger tijden

Standard

Tijdens onze midweek op Ameland, zijn we naar het juttersmuseum geweest. Een mooi, interessant kijkje in de vroeger tijden van de bewoners van het eiland. De tijd dat jutten niet een leuke hobby, maar bittere noodzaak was. Om te kunnen voorzien in het dagelijks – armoedige – bestaan. Het waren barre tijden! Met vaders en zonen die van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat zwoegden; naast het jutten, werd er voornamelijk geleefd van de landbouw.

De moeders en dochters zorgden voor het huishouden. Als het niet thuis was, dan ging je met je twaalfde al bij een ander gezin werken.

Tijdens onze rondgang door het museum, komen we in een van vroeger nagebouwd huisje. Met petroleumstel en bedstee. Eén voor de ouders en één, hooguit twee, voor alle kinderen.

In de bedstee vinden we een tekst, over die gezinnen van vroeger. En dan die ene vraag: of die mensen dromen hadden, toen ze jong waren?

‘Nee, hoor je dan. Ze wisten niet beter en er viel niets te kiezen. Er was respect voor je ouders, voor de meester en voor de dominee of pastoor. Je deed wat zij zeiden’.

Toch zijn ook die mensen gelukkig geworden. ‘Geen identiteitscrisis, geen wanhopig zoeken naar een doel in je leven. Als vrouw was je moeder en/of echtgenote en dat was een doel op zich’.

Kom daar nu mee aan! Je telt bijna niet meer mee als je tevreden bent met enkel en alleen moeder, echtgenote zijn. Je moet mee met de massa. Een baan voor hele of halve dagen, om de hypotheek te kunnen blijven voldoen. Uitjes met vriendinnen, werken aan je ‘shape’ en image, in de sportschool. Druk, druk, druk. Geen tijd voor je échte zelf of voor je kinderen.

De (onbekende) auteur van het stukje schrijft; ‘Ze zijn druk met de vervulling van hun leven. Misschien zoeken ze zo hard dat ze er aan voorbij lopen. Misschien valt er zoveel te kiezen, dat je geen keus meer kunt maken’.

Dat vind ik een mooie gedachte om bij stil te staan. Misschien was het leven vroeger, in bepaalde opzichten, zo gek nog niet. En misschien ben je niet zo raar, als je – in de huidige maatschappij – tevreden bent met je huishouden en full-time moeder zijn.

Het is maar hoe je het bekijkt. Waar je tevreden mee bent.

Home sweet home

Standard

We staan in de rij voor de boot, terug naar de vaste wal. Om ons heen, aan alle kanten, auto’s met mensen. De boot heeft een uur vertraging, dus de rij wachtenden voor een boot eerder, staat er ook nog.

Erik haalt de tickets op bij de kassa. De man achter de kassa maakt zich absoluut niet druk. Ach, misschien heeft hij al twintig boze klanten aan zijn loket gehad. En hij kan er ook niets aan veranderen. Er schijnt iets met een defecte brug te zijn geweest. En ook iets met de waterstand.

Wij zitten in de auto en observeren de mensen die terug komen van het loket. Het valt ons mee. Er heerst een bepaalde gelatenheid. Geen heel erg gefrustreerde of gehaaste mensen.

Als de boot vanaf de vaste wal aanmeert, zien we een hele stroom voetgangers, die Ameland op komen. Het is eigenlijk ongelooflijk; wat een ‘industrie’ eigenlijk!

Van een insider, die geboren en getogen is op Ameland en die in de horeca werkt, horen we dat het seizoen loopt van april tot november. Dan komen er nog wat toeristen met de kerstvakantie. En de maanden januari en februari is het doods op het eiland. Wij kunnen ons voorstellen dat dat wellicht ook een verademing is voor de vaste eiland-bewoners. Niet allerlei toeristen die door ‘je’ dorp slenteren. En die natuurlijk niet alleen maar een bron van inkomsten betekenen. Maar vast en zeker ook wel eens overlast veroorzaken.

Wij staan in de rij voor de boot naar het vaste land. Onze vakantie zit er weer op! We hebben genoten. De caravan was in alle opzichten perfect, hooguit op een té grote camping. Maar, omdat we buiten het hoogseizoen zaten, was het er toch rustig.

We hebben leuke dingen gedaan. Met een schip (de veerboot, begin vorige eeuw, met plaats voor twee auto’s) de Waddenzee op geweest. Zeehonden bekeken. Uitleg gekregen over de vissoorten die ze gevangen hadden. Tweemaal zijn we naar het strand bij de vuurtoren gereden, om te genieten van de prachtige zonsondergang. We hebben een kijkje genomen in het juttersmuseum en gelezen over de erbarmelijke omstandigheden van de bewoners in vroeger eeuwen. Toen er nog lang geen toeristen waren. En, als de klap op de vuurpijl, zijn we nog op een (elektrische) tandem geklommen. En zijn we in het bijzonder fraaie natuurgebied geweest, waar je met de auto niet kunt komen.

Nu staan we dan te wachten totdat we de boot op mogen. Die ons richting huis brengt. Ook weer heerlijk! Met nieuwe energie en frisse moed pakken we ons alledaagse leven weer op.

Home sweet home!

Druk, druk, druk

Standard

Druk, druk, druk. Op onze manier dan.

Erik heeft de afgelopen weken heel hard gewerkt, zodat we wat inkomsten genereren voor De Poezenark. Want al die diertjes, die we hier opvangen en vertroetelen, kosten natuurlijk wel geld.

We hebben er een leuke modus voor bedacht. We hebben een aantal mensen die ons gedurende een jaar per maand met een laag bedrag sponsoren. En in ruil daarvoor steekt Erik dan eens per maand bij die mensen de handen uit de mouwen.

Ik opereer meer op de achtergrond, thuis. Verzorg de dieren. Houd de boel schoon. Schrijf verhaaltjes op de facebookpagina (De Poezenark), die speciaal bestemd is voor alle katten die hier vertoeven.

Maar vandaag…was even onze laatste werkdag.

Ik heb de koffer ingepakt…

We gaan – voor het eerst – samen een midweekje uitwaaien op Ameland.

Dus, lieve volgers, ik houd ook even pauze met de blogs.

Tot over een week! Dan ga ik er weer vol tegenaan, met nieuwe, frisse moed en weer elke dag een nieuwe blog.

Bang zijn

Standard

Mijn ‘wijze vriendin’ is vanochtend bij me op visite. En zij levert – in het leuke gesprek wat we hebben – het onderwerp voor de blog van vandaag.

Ze geeft les aan buitenlandse kindjes. En één van die kindjes, een meisje van elf, moet voor school een werkstuk maken over de Paralympics. Alleen blijkt dat ze niet op TV naar invalide mensen durft te kijken. Ze is er bang voor, voor invalide mensen. Wijze vriendin zegt daarover tegen het meiske, “dat het best raar is dat je bang kunt zijn voor iets wat je niet kent”.

Bang zijn voor iets wat je niet kent. Dat kennen we allemaal.

Zo heeft Erik het laatst over parachute springen. “Of ik dat wel zou durven”, vraagt hij aan mij. Dat weet ik niet zo precies. Het lijkt me best eng.

Maar, wat is dat dan precies, dat enge?

Ik heb geen hoogtevrees (Erik juist wel). Ik heb meerdere keren in mijn leven gevlogen en heb dat nooit naar of eng gevonden. Waarom zou parachute springen eng zijn? Dat is exact bang zijn voor iets wat je niet kent.

Ik laat het eens bezinken, bang zijn voor iets wat je niet kent. Ik denk eens na over bang zijn, in het algemeen.

Zo vertel ik aan ‘wijze vriendin, dat ik tegenwoordig veel banger ben om ‘s avonds alleen in het donker te lopen of te rijden, terwijl ik vroeger gewoon onbevangen door nachtelijk Arnhem heen fietste.

Volgens vriendin heeft dát te maken met minder impulsiviteit, naarmate je ouder wordt. En ook zeker minder onbevangenheid, denk ik.

Aan de andere kant ben ik jarenlang een bijzonder angstig meisje en vrouw geweest. Voor de meest rare, alledaagse dingen bang. Terwijl ik juist voor de dingen waar ik misschien heel vanzelfsprekend bang voor zou moeten zijn – bijvoorbeeld een pistool – totaal geen angst ken.

Dat is nog steeds niet veranderd. Natuurlijk heb ik wel eens een pistool gezien; keurig opgeborgen in een holster, vastgeketend aan een politie-agent. Ik vind het indrukwekkend, intrigerend zelfs. Maar ik ben er niet bang voor. Ik kan me er gewoon geen voorstelling van maken dat dat een ding is wat kwaad kan doen. Misschien is dat juist wel omdat ik dat niet ken. En er dus ook niet bang voor ben.

Het is een raar iets, bang zijn.

Het is niet zomaar simpel te verklaren waarom we voor het één wel bang zijn en voor het andere niet. Het heeft met veel factoren te maken; met de aard van ‘het beestje’, met levenservaring, met wat je is aangepraat, persoonlijk en in algemene termen, door de maatschappij.

Het meisje van elf heeft van mijn vriendin de opdracht gekregen samen met haar moeder op TV naar de Paralympics te kijken. Misschien raakt ze dan een angst voor het onbekende kwijt. Dat zou toch prachtig zijn. Zo’n jong meisje gun je toch nog een angstloos, onbevangen leven.

Ik gun het haar in ieder geval van harte. En misschien nog wel het meest, omdat ik zelf altijd angstig was, toen ik zo jong was…

De gelukkige poezenmoeder

Standard

Het heeft me zóveel meer dwarsgezeten dan dat ik zelf vermoedde.

Vanochtend vroeg kwam het telefoontje dat de poes Luca, die vorige week – amper een dag hier – overboord sprong, vlakbij onze boot gevonden is. Erik toog er heen met een mandje. En zie daar, Luca was weer terug. Omdat Erik nog even een klein klusje moest doen, zat ik bij het mandje met Luca erin. Dichtbij me. Als een echte moederkloek; ik laat je niet meer gaan. Ik was zo ontroerd!

De laatste dagen was ik niet happy. De ochtenden begonnen huilend. De katten die we hebben zitten, zag ik als enorm moeilijke gevallen, met volop twijfels of het wel goed zou komen.

Maar met het telefoontje vanochtend, landde ik weer op aarde. De onzekerheid over het lot van Luca heeft me blijkbaar heel veel gedaan, wat niet goed voor me was.

Ik wijdde mijn slechte stemming aan de drukte van de afgelopen week. Maar die drukte begon eigenlijk pas met het weglopen van zowel Luca als ook Azraël, de 15-jarige kat die we ook hier in de pleeg hebben zitten.

Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat hij, Azraël – met zijn enorme drang naar buiten – de enorme sprong naar de kant heeft gewaagd (onvoorstelbaar, met zijn oude botten!) en dat Luca het kunstje nagedaan heeft, maar toen eigenlijk niet wist hoe het verder moest. Ze is absoluut geen echte buitenkat. Ze is bang voor van alles. Ze is ook niet ver weggelopen. Vijftig meter verder heeft ze het aangelegd met de mensen die daar wonen en die haar voer en aandacht hebben gegeven.

Vandaag land ik weer op aarde. En ben ik weer de eindeloos geduldige poezenmoeder. Die het voor elkaar krijgt onzindelijke katten zindelijk te krijgen, bange poezen sociaal te krijgen, kittens goed op te voeden.

Laatst vroeg een vorige eigenaresse van een onzindelijke poes wat ik toch had gedaan dat poes weer zindelijk was geworden. Eigenlijk kon ik het niet vertellen.

Ik ga met mijn volledige aandacht naar de kat. Ik plug als het ware in bij de kat. En dan weet ik, voel ik wat het dier nodig heeft. Dan zit ik te kijken naar oude Azraël en voel ik dat zijn einde niet ver weg meer is. Dan geef ik, met liefde en geduld, kattenvoer op een lepeltje door de tralies van de bench, aan bange Bo. En ben ik verheugd dat het me lukt haar even aan te raken. We knipperen beiden met de ogen naar elkaar. Ha, even contact! Dan schuif ik het meubilair aan de kant om op mijn knieën bij Luca te kunnen. Haar te aaien, haar te vertellen dat ze de tijd mag nemen die ze nodig heeft. Ze spint.

Dan ben ik een hele gelukkige poezenmoeder. Zonder precies te wéten wat ik doe. Maar te voelen dat ik het goed doe.

Alle pleegpoezen zijn weer aan boord.

En ik kom weer tot leven!

Wonderlijk mooi!

Tijdsurfen

Standard

Kan je zonder to-do-lijstje of planning toch efficiënt met de tijd omgaan?

Ongeveer diezelfde vraag stelde Paul Looman zichzelf? Paul Looman is niet zomaar een gewoon man; naast zijn alledaagse drukke leven, waarbij hij werkte met meerdere to-do-lijstjes, is hij ook zenmonnik. In de tempel vond hij rust, om vervolgens weer gehaast en gestresst te zijn in zijn alledaagse leven. Hij ging op zoek naar een manier om in zijn alledaagse leven ook vanuit rust te handelen. Hij ontdekte een aanpak, die van nature al in ons zit, waardoor het gemakkelijk wordt het toe te passen. Hij noemt het tijdsurfen.

Vaak handelen we in ons dagelijks bestaan vanuit controledrang. De drang om af te krijgen wat op ons to-do-lijstje staat. Prestatiegericht. Gehaast. Gestresst. We vinden dat we heel veel moeten. Vanuit dat eeuwige moeten, ontstaat controledrang.

Paul Looman, die eerder met wel drie verschillende to-do-lijstjes werkte, gooide die lijstjes rigoureus aan de kant. En kwam tot de ontdekking dat ook zonder die lijstjes zijn leven niet in het honderd liep. Hij stelde zich – zonder lijstjes – voor dat hij de klussen uitvoerde. Door de klus te visualiseren, kwamen de klusjes in zijn onbewuste.

Dat onbewuste is één van de pijlers van wat Paul Looman tijdsurfen noemt. Je intuïtie laten bepalen welke activiteit je doet, werkt verrassend goed. Want je intuïtie is verfijnd en precies. Ze luistert nauw naar de omstandigheden waarin je verkeert. Ze is van nature flexibel. Je intuïtie past zich aan aan de omstandigheden.

Als wij, zoals de laatste dagen, heel druk bezig zijn met allerlei kattenperikelen, weet ik intuïtief dat er geen ruimte in mijn hoofd is voor het schrijven van een blog. Terwijl, als we dan de boel weer een beetje op orde zetten, die ruimte voor het schrijven van een blog als vanzelf komt.

Hoe meer je gaat varen op je intuïtie, hoe meer je het roer uit handen geeft, hoe wakkerder je intuïtie wordt. Je intuïtie is bijvoorbeeld ook gevoelig voor wat je echt graag wilt.

In het begin zal het onwennig zijn, omdat je leegte toelaat. Als je daar aan gewend bent, je de spontaniteit van het moment toelaat, dan zal de kwaliteit van je keuzes beter zijn, dan dat je het zou hebben gedaan vanuit wilskracht en controledrang.

Natuurlijk zijn de schrijfster van het artikel (uit de Happinez) en ook ik bang dat de vervelende klussen blijven liggen. Toch schijnt dat niet het geval te zijn. Juist in de tijd tussen twee activiteiten door, kan het zijn dat er, vanuit je intuïtie, ruimte komt voor een activiteit als de afwas.

Naast intuïtie, als eerste belangrijke pijler voor tijdsurfen is aandacht de andere belangrijke pijler, waarop tijdsurfen gebaseerd is. Onze bezigheden niet gehaast doen. Niet doorrennen om op tijd klaar te zijn, voor de volgende activiteit. Niet steeds met straks bezig zijn, maar in het moment – dus bij de actuele activiteit – blijven. Sta stil bij wat je doet. Dat is belangrijk.

Om met tijdsurfen te kunnen beginnen, moet je stoppen met multitasken. Volgens Paul Looman is het een illusie dat we onze aandacht op meerdere zaken tegelijkertijd kunnen richten.

Dat ben ik roerend met hem eens! Ik heb het nooit gekund, multitasken.

Of ik kan tijdsurfen? Give it a try! Niet mijn lijstje laten bepalen wat ik doe. Ik denk dat ik al vaak doe wat in me opkomt, dus misschien is het niet zo moeilijk.

Paul Looman besluit zijn betoog met: Tijdsurfen is een ontdekkingsreis die je laat vertrouwen op de kennis in jezelf. Jij weet uiteindelijk het best voor je is, vanuit rust met jezelf, met je tijd om wilt gaan.

Ik vind het mooi!