Stappenplan naar meer geluk

Standard

Zoals ik in een eerdere blog ‘We zijn gelukkig!’ al schreef, is het mogelijk je geluk te trainen. Neuropsycholoog Rick Hanson ontwikkelde er een stappenplan voor. Dat stappenplan heet H.E.A.L.

De H. staat voor Have; het hebben van een goede ervaring. Die ervaring, een echte of bedachte, een grote of kleine, ‘moet’ je (her)beleven.

Vervolgens ga je over naar stap 2, Enrich, oftewel het verrijken van de ervaring van de eerste stap. Het is de bedoeling niet alleen aan de goede ervaring te dénken, maar deze ook écht intens te beleven. Daardoor verankert de ervaring in je hoofd. Door de ervaring persoonlijk te maken, wordt deze nog beter in je geest opgenomen.

Dan ben je toe aan stap 3, Absorb. Het absorberen van de ervaring. Laat de ervaring een deel van jou worden. Visualiseer het gevoel wat je bij die goede ervaring hebt. En besef dat je deze ervaring voortaan altijd met je meeneemt.

De laatste stap is Link. Dit hoeft niet perse. Maar je kan de goede ervaring aan een minder goede ervaring linken. Daardoor wordt de minder goede ervaring als het ware ‘uitgegumd’ door de goede ervaring. Het blijft van belang dat de goede ervaring steeds groter blijft dan de minder goede ervaring. Als dat niet zo goed lukt, ga dan nog eens bewust terug naar de positieve ervaring.

Dit stappenplan kan je helpen (meer) geluk te ervaren. Maak het persoonlijk door te kijken naar wat je nodig hebt of wat je graag wil.

Het stappenplan is in vele situaties toe te passen. Bijvoorbeeld door je beschermd te voelen, of de ervaring van zelfcompassie op te roepen.

Om het met de woorden van ‘geluksmeester’ Rick Hanson zelf te zeggen; Als ons hoofd een kast is, pakken we dankzij een gelukstraining spontaan de mooie schatten uit die kast, in plaats van de rommel.’

Good luck!

Bron; Happinez, Auteur artikel; Astrid Maria Boshuisen

Advertisements

Het grote kat-vangers-avontuur

Standard

Vanochtend, in alle vroegte, hadden we de auto ingeladen, met drie poezenmandjes, een vangkooi, onweerstaanbare makreel, en diverse versnaperingen voor de inwendige mens. We hadden een afspraak bij een dame die naar een verpleegtehuis zou verhuizen. De dame zelf had het daar erg moeilijk mee, de contacten liepen via een begeleidster van mevrouw. Vandaag was dé grote dag; mevrouw zou ‘s morgens naar het verpleeghuis gaan en wij zouden de drie katten ophalen en meenemen naar ons. Piece of cake, kat in het bakkie, zo zou je denken. Maar de dame in kwestie had het er dusdanig moeilijk mee afstand te moeten doen van haar poezenkinders, dat ze ook al eerder – toen de katten voor een check-up naar onze dierenarts zouden gaan – de buitendeur triomfantelijk open had gezet. Alsof het dan niet door zou gaan. Ook vanochtend, toen de hele wereld nog sliep, had mevrouw hetzelfde gedacht en gedaan. Toen de begeleidster was gearriveerd, was er geen kat in huis te bekennen. Na de nodige overredingskracht had mevrouw toch maar haar katten geroepen, dus toen wij kwamen, waren twee van de drie katten in huis. Dát was een makkie. Katten in de kooi. Klaar! Maar nummer drie liet zich niet zo gemakkelijk pakken. Terwijl het in huis een drukte van belang was met verhuizers, zaten wij buiten; vangkooi opgesteld, makreel erin en wachten. Wáchten. Nóg meer wachten. Kopje koffie en boterhammetje erbij. Kat liet zich af en toe zien. Maar hij was zeer argwanend. Pas toen alle verhuizers weg waren, kwam hij binnen. Waar wij inmiddels op de loer zaten. Twee keer glipte hij toch weer snel naar buiten, omdat hij het natuurlijk absoluut niet vertrouwde. Vrouwtje weg, meubilair weg. Tergend gespannen zagen we hoe hij weer binnenkwam. Via een slaapkamerdeur sloop ik naar buiten, om met één kordate zwaai de keukendeur dicht te slaan. Pfff, de kat was binnen. Maar, daarmee nog niet in een reismand. En hij kende ons niet. Was ook zeker niet van ons gecharmeerd. Hij was wild, vloog via de vitrage omhoog. We belden met de begeleidster die de kat iets beter kende. Na heel lang praten, wachten, nog meer sussende geluidjes kon ik de kat aaien. Het zag er gunstig uit. En op dát moment kwam Erik achterom het huis én hadden we een openstaand bovenluikje over het hoofd gezien. Alle moeite voor niets! Kat vloog naar buiten. Even moest ik heel hard schelden. Maar goed, we konden het niet helpen. We hadden écht ons best gedaan. We hebben een mandje buiten laten staan en ons mobiele nummer achtergelaten bij een vriendelijke buurman. Het zal een tijdje duren voordat poes zich weer laat zien. We hopen dát hij zich weer laat zien.

Met de twee andere katten zijn we huiswaarts gekeerd. Met reismandjes en al in onze grote benchruimte gezet. En zou je nu denken dat die twee katten zo snel mogelijk uit hun reismandjes vliegen? Nee hoor, ze zitten nog steeds in de reismandjes, zich rustig wassend. Op hun gemak. Wij zijn moe geworden van ons avontuur. En het is moeilijk helemáál tevreden te zijn. Maar twéé katten vinden voorlopig een goed onderkomen, totdat ze klaar zijn bemiddeld te worden naar een nieuw thuis. Het is toch best bijzonder werk wat we doen!

En de dame in het verpleeghuis is in de veronderstelling dat ál haar poezenkinders opgevangen zijn. Anders zou ze geen oog meer dicht doen en in staat zijn terug te gaan naar haar oude woning. Soms moet je iemand tegen zichzelf in bescherming nemen.

We zijn gelukkig!

Standard

Vorig weekend kregen we opeens beiden de geest en begonnen we met een groot klus-offensief; de woonkamer opfrissen. De bank, die we al nooit meer gebruikten, ging eruit. De benches, voor de opvang van de katten, verhuisden naar een andere hoek van de kamer. Erik begon met het timmeren van een mooie, robuust uitziende lambrisering. Ik pakte kwast en roller.

Gisteravond zaten we moe, maar voldaan op bed (wat bij ons in de woonkamer staat). We voelden ons super-gelukkig. Het wordt mooi! En het is ook mooi dat we het (financieel) kunnen doen. Voor dit soort dingen leven we nu sober.

Erik kan er maar niet over uit. In zijn vroegere leven bereikte hij nooit de dingen waarvan hij droomde. Maar sinds wij een relatie hebben, heeft Erik ook geleerd zorgvuldiger met geld om te springen. Waardoor dromen verwezenlijkt kunnen worden.

Het is natuurlijk allemaal niet enorm groot. Maar dat hoeft ook niet. Juist van de kleine dingen, verstaan wij het vermogen ervan te genieten. We bestelden gisteren wat snuisterijen voor straks aan de geverfde muur. Dat maakte míj intens gelukkig. Spulletjes die echt van ons sámen zijn!

Om deze blog te kunnen schrijven, diep ik een artikel uit mijn voorraad knipsels, met als titel; ‘Oefenen in geluk’.

‘Stel je eens voor dat je je vermogen tot gelukkig zijn zou kunnen trainen. Dat je er goed in zou kunnen worden om geluk te ervaren en dat geluksgevoel vast te houden. Geluk in de vorm van vrede, plezier, dankbaarheid, energie, levensvreugde, of wat geluk voor jou ook maar is’.

De Amerikaanse neuropsycholoog Rick Hanson trainde zijn geluk. Hij realiseerde zich dat als hij bewust opging in de mooie momenten van alledag die momenten in zijn geest bewaard bleven. En dat hij ze opnieuw kon beleven, waardoor hij zich weer net zo gelukkig voelde, als op het moment zelf.

Als je dat ook wil, is het wel van belang dat je ervoor kiest te werken aan je geluk.

‘Als je durft te onderzoeken waar je uit evenwicht bent, en bereid bent om de realiteit van wat wel en niet voor jou werkt, onder ogen te zien en te onderzoeken hoe het anders kan, is er altijd een oplossing te vinden’. In evenwicht zijn is van belang voor geluk.

Ons geluk dreigt even verstoord te worden door een aanslag van de Belastingdienst op de voordeurmat.

Zoals Rick Hanson ook zegt; ‘We richten ons doorgaans veel meer op het negatieve, op alles wat er mis kan gaan in de toekomst of wat er fout was in het verleden’.

Maar door te trainen kunnen we onze geluksstand, wat volgens Rick Hanson onze natuurlijke staat is, hervinden.

Ik kijk nog eens naar ‘mijn’ geschilderde lambrisering. En ja, ik ben gelukkig! Dat weegt zwaarder dan een belastingaanslag, die we trouwens gewoon kunnen betalen. Dus geen zorgen. Gewoon genieten!

In een volgende blog zal ik nog wat nader ingaan op het stappenplan wat Rick Hanson ontwikkeld heeft, om vaker gelukkig te zijn. Vanzelfsprekend kan je het ook allemaal lezen in zijn boek; ‘Geheugen voor geluk’.

Bron; Happinez, Auteur artikel; Astrid Maria Boshuisen

Huisje-Boompje-Beestje

Standard

In de blog van eergisteren (‘Een beetje anders’) haalde ik al het voorbeeld aan van non-conformisme. Erik, die zich niet geruisloos aan de situatie (op ons laantje) aanpast, maar die kritisch is. En zijn eigen – andere – weg bewandelt.

Ik heb een artikel over non-conformisme gelezen (Psychologie-magazine, september 2016). Daarin staat te lezen dat de meeste mensen zich aanpassen in een groep. ‘Erbij horen’ is een fundamentele menselijke behoefte. Waarschijnlijk heeft die behoefte een evolutionaire basis; buiten de groep vallen was in vroeger tijden potentieel dodelijk. Toch willen we ons ook uniek voelen. Uit onderzoek is gebleken dat iedereen zich het prettigst voelt, als hij/zij een beetje verschilt van anderen. Uit allerlei onderzoeken is gebleken dat vrijwel standaard een kwart tot een derde van een groep mensen zich niet voegt naar een groep.’

Als ik de bij het artikel gevoegde vragenlijst invul, naar mijn mate van uniciteit – uniek-zijn – scoor ik hoog. Toch minder hoog dan ikzelf zou hebben verwacht. Ik val nog net binnen de gemiddelde score.

Ik voel me uniek. Met mijn keuze op deze woonboot te gaan wonen, doe ik natuurlijk al iets niet standaard. Die boot dan ook nog in felle, frisse kleuren verven, is ook niet iets wat ‘normaal’ is. De meeste mensen hebben nog steeds keurige witte muren in hun huis.

Ook al voldoe ik wat wonen betreft niet aan ‘Huisje-Boompje-Beestje’, ook al heb ik uitgesproken, eigen ideeën, blijkbaar is er in mij ook een deel wat graag bij de groep wil horen. Veel heeft te maken met de interne vraag ‘Wat anderen wel zullen denken’. Tegelijkertijd weet ik ook dat ‘die anderen’ niet zoveel over mij denken. Omdat ze meer met zichzelf bezig zijn.

Een beetje non-conformisme, afwijken van de groep, kan zeker geen kwaad. Juist die mensen zorgen voor verandering, nieuwe ideeën, innovatie. Maar ‘erbij horen’ zit diep in ons ingebakken. Met recht een oerbehoefte.

Wie weet worden blauw-gele kozijnen ooit nog mode. En we blijven kritisch als het gaat om strubbelingen op ons rustige laantje. Alleen is dat weer niet zo extreem anders dan dat vele andere mensen in eenzelfde situatie ook zouden doen.

Hoe dan ook, of we hoog of laag scoren op het onderzoek naar bij de groep willen horen, we zijn gewoon uniek. Want ieder mens is uniek. En soms loop je mee met de ander en soms ga je je eigen weg.

Omdat we méns zijn!

Een beetje anders

Standard

Op ons doorgaans zo rustige laantje, is iets gaande. Normaal gesproken kan iedereen – bewoners van vijf huizen en drie boten – wel met elkaar overweg. Niet iedereen ligt elkaar even goed, maar ach, dat hoeft ook niet. Plotsklaps is er onrust ontstaan!

De afgelopen week kwam er zelfs politie, hier op het laantje. Dat is toch wel héél bijzonder. Het verhaal deed de ronde dat twee bewoners met elkaar op de vuist waren gegaan. Bewoner, die een klap gekregen had, kwam bij ons zijn verhaal doen. Natuurlijk keerden we ons, als eerste logische reactie, tegen diegene die die klap uitgedeeld zou hebben. Belachelijk, vonden we het. Absurd. Zoiets dóe je toch niet! En al zeker niet bij een man die al bijna zeventig is. We waren er in eerste instantie best van onder de indruk. Juist, omdat het hier doorgaans zo rustig en relaxed is.

Toen we van de ergste schrik bekomen waren, gingen we er toch een beetje anders naar kijken. We waren er niet bij geweest, bij het incident. En we hadden maar één kant van het verhaal gehoord.

Erik stapte naar de vermoedelijke daders. Dronk daar koffie en hoorde – vanzelfsprekend – een heel ander verhaal. Een verhaal wat logisch klonk. Logischer misschien wel dan het eerste verhaal. Ook hierbij realiseerden we ons dat we er niet bij waren. We nemen dan ook geen vast standpunt in. Maar, we vormen ook geen pact tegen mogelijke daders.

Tijdens het verhaal bij de mogelijke dader, hoort Erik ook verhalen, door een andere bewoonster hier, over ons. We worden nogal zwart afgeschilderd. Met invullingen, vooroordelen die eigenlijk te belachelijk zijn om überhaupt serieus te nemen, maar de roddel wordt wél over het laantje verspreid. En daar is Erik niet zo van gediend. Over zíjn meisje wordt niet negatief gesproken! Erik stapt op de roddelaarster af en vertelt haar in duidelijke termen dat hij daar niet van gediend is. Duidelijk verhaal.

Alsof het allemaal nog niet genoeg onrust is, worden we een paar dagen later opgeschrikt door olie op ons prachtige rivierwater. Afkomstig van een boot, hier aan de kademuur, die – voor de derde keer – gezonken is. Typisch gevalletje verwaarlozing. Eigenaar van de boot zit liever in de kroeg, dan dat hij zijn (eens zo prachtige) houten boot repareert. En dus is de boot wederom gezonken. En lekt er brandstof op onze prachtige rivier.

Als Erik het, via mij, hoort, springt hij direct in de bres. En belt met allerlei instanties.

En zo zijn we opeens druk met allerlei buurtperikelen.

Ik vind het mooi dat Erik zich zo open en actief opstelt. Dat hij niet klakkeloos met de mensen en gebeurtenissen meeloopt, maar dat hij kritisch is. En iedereen de mond gunt. Hij is een non-conformist, een dwarsdenker. Dáárover heb ik een artikel bewaard. De inleiding zegt al genoeg; ‘Erbij horen’ is een oerbehoefte. En dus passen de meeste mensen zich geruisloos aan. Maar een groep heeft net zo goed non-conformisten nodig, al was het alleen maar om in te gaan tegen dingen die niet deugen’.

In een volgende blog zal ik nader ingaan op het artikel zelf.

Het is duidelijk dat er hier, op ons doorgaans zo rustige laantje, momenteel dingen zijn die niet deugen. Wij accepteren dat niet klakkeloos. Wij komen in actie. En ook al vinden we dat heel vanzelfsprekend om te doen, het gaat ons niet gemakkelijk af. We hebben er zelfs wel last van. Maar als dát zo is, trekken we de gordijnen dicht en zetten we de telefoon op stil. En genieten we van ons eigen wereldje. Waar rust en harmonie heerst.

Dat pakt niemand ons af!

De melancholieke poezenmoeder

Standard

In mijn dagelijkse ‘gevoelsspreekuur’ schrijf ik vanochtend het volgende: ‘Ik ben tevreden, ik ben gelukkig. Maar er is dat kleine randje van gemis, van verdriet’.

Volgens mij voel ik me melancholiek. Zoals ‘de dikke van Dale’ omschrijft; zwaarmoedig, droefgeestig.

Het is stil in huis. De afgelopen twee dagen zijn twee katten bemiddeld naar een nieuw thuis. En dát stemt me dus een beetje melancholiek. De gezinnen, waar de katten naar toe zijn gegaan, voelen goed. Rasechte dierenvrienden, die zich ook heel erg verheugden op hun nieuwe ‘gezinslid’. Baileys is opgehaald, Ricky hebben we weggebracht. Het is mooi, ontroerend zelfs om te zien hoe hij al direct door de kamer liep. En uiteindelijk relaxed op de nieuw gekochte krabpaal ging liggen, alsof hij er al jaren woonde. Dan – geen ontkomen aan – het moment van afscheid. Nog héél even de kat oppakken. Voelen, ruiken, fluisteren in zijn oor. Met alle liefde die ik in me heb, voor langere of korte tijd, voor het desbetreffende diertje gezorgd. En dan; loslaten!

Natuurlijk doet het me wat. Levert het het gevoel van gemis en verdriet op. Maar tegelijkertijd ben ik tevreden en gelukkig dat de kat een mooi, nieuw thuis gekregen heeft. Een nieuw leven.

Bij ons schept het ruimte voor nieuwe katten, die opgevangen moeten worden. Waar ik weer dezelfde energie en liefde aan kan besteden.

Ik kijk de kamer rond. En zie, hoe Spetter, mijn eigen oude kameraad, zich comfortabel in een kattenmandje, ligt te wassen. Ach, er is ook weer even tijd en ruimte om meer aandacht te kunnen besteden aan onze eigen katten. Zij gaan nooit weg!

De dierenarts was van de week verbaasd dat al die katten door elkaar heen lopen, in dezelfde ruimte. En dat er die prachtige harmonie is. Nooit wordt er gevochten, zelden wordt er geblazen of gegromd. En als dat wél zo is, dan bemiddel ik even. En keert de harmonie weer. Dat is en blijft gewoon prachtig om te zien.

Het heeft te maken met mijn gevoelens. Ik voel me verbonden met de poezen. Ik ben een goede poezenmoeder. En als moeder komt er altijd dat moment dat je je kroost los moet laten.

Vaarwel, lieve poezenkinders. Het ga jullie goed!

Blijven schrijven

Standard

De afgelopen dagen hadden jullie geen blog van mij in de mailbox. We hadden het opeens heel druk! Bedachten zaterdagochtend dat we wel eens de kamer wilden doen; de benches voor aanstaande afstandskatten netjes op een rijtje. De bank, die al langere tijd niet gebruikt werd, eruit en naar de stort. En ach, als we dan toch bezig zijn, kunnen we ook nog wel even de muren sauzen. En een mooie betimmering maken rond de benches. En zo waren we dus opeens heel druk. Het was ook heel gezellig, zo samen bezig te zijn.

Het schrijven schoot erbij in. Ik had al wel een onderwerp voor een volgende blog bedacht; over schrijven.

Ik had een artikel bewaard uit een Flow met de titel; Blijven schrijven.

Daarmee bedoelen ze niet het bedenken van wát je wilt schrijven. Nee, daar bedoelen ze mee dat je pen en papier blijft gebruiken, in plaats van dat wat je wilt schrijven, direct op de computer zet.

Ik vind dat een leuk artikel. Omdat het precies onderschrijft wat ik al jaren doe. Wisten jullie dat ik elke blog, elk gevoelsspreekuur, elke dag in mijn dagboek met de pen schrijf, en het daarna overtyp?

Juist die handeling, van de pen die woorden, zinnen op papier zet, heb ik nodig om tot die woorden, zinnen te komen. Zoals ik al eerder schreef (met pen!); schrijven is voor mij een vorm van meditatie, van bij mezelf stilstaan. En ik kan dat alleen door de teksten met pen op papier te zetten.

Regelmatig doe ik aan Erik de melding dat er weer een pen leeg is! Ook niet zomaar een willekeurige pen. Nee, ik móet speciaal rollerballs. Omdat die lekker snel kunnen schrijven. Zodat mijn pen mijn gedachten bij kan houden!

In het artikel ‘Blijf schrijven’ valt te lezen dat wetenschappelijk onderzocht is dat schrijven met de hand zorgt voor een betere ontwikkeling van het brein. Dat bovendien handgeschreven tekst, bij een studie bijvoorbeeld, ervoor zorgt dat de stof beter beklijft. En dat bij het schrijven met de pen, tijdens het schrijven, veel meer nieuwe ideeën ontstaan. Veel meer dan dat je de tekst direct op de computer uittypt.

Schrijven doet iets met je, het is gewoon plezierig om te doen’, zegt Ben Hamerling, die al jaren onderzoek verricht naar schrijfonderwijs. ‘Het directe contact met papier, de regelmatige halen naar boven en beneden, dat is heel rustgevend’.

En, het levert mooie blogs op.

Kortom; ik blijf schrijven! Met pen!