Volg je eigen pad

Standard

Zoals ik gisteren al schreef dat ik het gevoel heb voor een nieuwe weg te staan, zo zet een artikel in het Psychologie-magazine’ me aan het denken of ik die nieuwe weg al niet (lang geleden) ingeslagen ben.

In het artikel ‘Volg je eigen pad’ lees ik: ‘Het volgen van je eigen pad is de kunst om te leven volgens je persoonlijke waarden, de overtuigingen en het gedrag dat je betekenis en voldoening geven – en niet naar de waarden die je zijn opgelegd door anderen: niet naar wat je denkt waar je om zou moeten geven –, maar waar je oprecht om geeft’.

Als ik daarover nadenk, ben ik natuurlijk al heel lang geleden mijn eigen pad gaan volgen. Zelfs nog vóórdat ik deze boot kocht. Sterker nog; de boot kopen had direct te maken met mijn eigen keuze, mijn eigen waarden.

Door mijn psychische problemen ben ik me gaan beseffen dat ik niet meer zo makkelijk mee kan komen, in het ‘normale’ leven. In een leven met een goede, vaste baan, met kinderen, met een druk sociaal netwerk.

Ik ben me gaan beseffen dat voor mij rust een essentieel onderdeel van mijn leven moet zijn. Tijd voor mezelf nemen. Vroeg opstaan om te kunnen schrijven. Waarden als eerlijkheid en respect voor mens en dier zijn voor mij van groot belang.

Eigenlijk had ik al best een eigen pad ontwikkeld, toen ik de boot kocht. En, in de loop van de jaren, zijn die waarden een steeds belangrijker rol gaan spelen in mijn leven. Later, in óns leven.

In het artikel staat dat het bepalen van je waarden pas de helft is van het proces om je eigen pad te volgen. Leven naar die waarden is de volgende stap. Dat betekent soms keuzes maken. Waarbij het de kunst is niet te denken in ‘goed’ of ‘fout’, maar dat je je af moet vragen hoe de keuze zich verhoudt tot de manier waarop jij je leven wilt leiden.

‘Onderzoek na onderzoek laat zien dat het hebben van een sterk besef van wat belangrijk is leidt tot groter geluk, een betere gezondheid, een beter huwelijk en zelfs tot groter academisch en zakelijk succes. Als we keuzes maken die gebaseerd zijn op wat we weten dat belangrijk voor ons is, hebben we de kracht om bijna elke situatie op een constructieve manier en vol vertrouwen aan te pakken’.

Omdat rust en weinig prikkels behoren tot mijn eigen waarden, kocht ik deze boot. En gaandeweg ben ik hier ook tot andere, voor mij/ons belangrijke keuzes gekomen.

Zo kan het dan ‘opeens’ gebeuren dat je een poezenopvang hebt! Of dat je klust bij andere mensen voor een bedrag, waar andere klussers misschien heel hard om moeten lachen. Bij ons is dat lage bedrag ontstaan vanuit onze overtuiging dat we niet zonodig heel veel geld hoeven te verdienen. Wij vinden mens én dier kunnen helpen van een veel essentiëler belang dan dat geld, wat je nu eenmaal wel nodig hebt, maar wat niet perse bijdraagt aan meer geluk.

Jezelf regelmatig afvragen of dat wat je op een dag gedaan hebt écht de moeite waard was, brengt je dichter bij je eigen waarden. Bij wat voor jou belangrijk is in jouw leven. Bij jouw pad.

‘Als je weet wie je bent en waar je voor staat, benader je de keuzes in het leven met het krachtigste middel dat er is; je werkelijke, complete ik’.

Volgens mij willen we dát allemaal! Dus; volg je eigen pad!

Advertisements

Ontwikkeling

Standard

De Amerikaanse psycholoog Darren George heeft een onderzoek gedaan naar succesfactoren voor een goede relatie. Volgens hem in persoonlijke groei en ontwikkeling een zeer belangrijke voorspeller van geluk in een relatie. Ben je iemand die zichzelf graag uitdaagt door nieuwe kennis of vaardigheden op te doen, dan zal het lastiger combineren met iemand die het leven neemt zoals het is en – voor jouw gevoel – weinig interesses heeft. Wanneer je wat dit betreft meer op elkaar lijkt, kun je je aan elkaar optrekken en elkaar inspireren, of – als je beiden minder gericht bent op persoonlijke groei en ontwikkeling – samen tevreden zijn met wat je hebt (Psychologie-magazine, februari 2017).

Wat grappig vind ik bovenstaande tekst!

Het is zo toepasselijk op de relatie die Erik en ik hebben.

Allereerst zijn we volop tevreden met wat we hebben. Nog steeds kunnen we ‘s avonds zo innig tevreden rondkijken in onze kamer. Naar bijvoorbeeld de lambrisering die we aan het maken zijn en die wij heel mooi vinden. Naar de ouderwetse stoelen die we via Marktplaats op de kop hebben getikt. En die hier staan met ooit nog het plan ze opnieuw te laten stofferen. Of we kijken naar de katten die heerlijk in de neergelegde mandjes liggen te slapen. Dat geeft zo’n rijk gevoel!

Maar ondanks (of tenzij?) onze tevredenheid is het niet zo dat we stilstaan. We zouden er genoegen mee kunnen nemen. Maar naast die tevredenheid werken we aan persoonlijke ontwikkeling of aan onze relatie.

Regelmatig slaan we de laptop dicht om eens een goed gesprek met elkaar te hebben. Heerlijk, vind ik dat! Gewoon van elkaar horen hoe het met de ander gaat. Maar ook wat anders zou kunnen.

En dan zijn we ook beiden nog bezig met onze eigen persoonlijke ontwikkeling.

Erik is zich aan het toeleggen op méér bewustzijn, op stilstaan bij gevoelens. Is begonnen met een ontdekkingsreis, naar wat bij zijn ego hoort (wat is dat eigenlijk?) en wat gevoelens zijn. En hoe die te uiten. Ik vind het prachtig om te zien hoe hij zic daar serieus in verdiept. Af en toe geef ik advies. Of ik lees zijn briefjes, die hij aan me stuurt, met de gedachten waar hij mee rondloopt.

Zelf ben ik ook bezig met persoonlijke ontwikkeling, met groei. De jaren dat ik GGZ-hulpverleners hard nodig had, kwam ik ook tot veel inzichten. Hoe pijnlijk soms op zich ook, het bracht me wel verder. Me bewust van bepaalde gedachten of gevoelens, kon ik daar aan werken. Verwerken. Schaven.

De laatste tijd/jaren, dat het me psychisch zo voor de wind gaat, worden de inzichten wat minder frequent.

Maar nu heb ik weer het gevoel dat ik voor een nieuwe weg sta. Met ons eigen ‘bedrijfje’, en de uitdagingen en werkzaamheden die dat geeft. Met de mogelijkheid ook zelf op pad te gaan, sinds ik – begin deze maand – een eigen autootje kreeg.

Dat zijn weliswaar praktische zaken. Maar ik ben ook bewust aan het nadenken wat ik wil. Met mijn dagen. Met mijn en ons leven. Met de mensen en dieren om me heen.

Ik voel me vaak als een kind wat zich weken van te voren verheugt op zijn verjaardag. Die gespannen maar ook leuke afwachting en vooruitzicht op iets moois dat komen gaat.

Dat vertel ik natuurlijk ook aan Erik. Die soms niet snapt waarom ik bijvoorbeeld zo blij (als een kind) ben, met dat autootje. Maar hij vindt het wel heel leuk.

En zo genieten we samen van ons eenvoudige maar prachtige leven!

Het zit wel goed tussen ons. We zijn gelukkig.

Mooi mens!

Standard

Afgelopen woensdag was het dan zover; mijn hulpverlener, die ik al vanaf 2007 kende, kwam bij ons, voor de laatste afspraak. Maanden geleden had hij al aangekondigd dat hij een andere baan zou krijgen.

Het waren bijzondere tijden, die afgelopen maanden, waarin we nog een aantal afspraken hadden. Met het naderend afscheid waren de gesprekken nog intenser, diepgaander dan álle voorgaande, vele gesprekken die we samen hadden.

We hebben sámen een weg bewandeld. Een weg van ik – die heel beschadigd was – naar gaandeweg een volwassen, sterke vrouw, die ik ben geworden. Het was een weg met vele kronkels, met soms diepe kuilen en obstakels. Maar soms waren er op die weg ook prachtige vergezichten.

En dan nu, afgelopen woensdag, zaten we voor de laatste keer bij elkaar. We drinken koffie, we eten gebak. Ik geef een collage met teksten, uit mijn dagboeken, die ik verzameld heb.

En dan is er dat onvermijdelijke, laatste moment; afscheid!

We omhelzen elkaar! Ik bedank hem voor alles wat hij voor me heeft betekend en heeft gedaan. Hij noemt me een mooi mens! Dat is een groot compliment.

Als hij de loopplank over gaat, moet ik natuurlijk huilen. Het is niet niks, zo’n afscheid.

Maar ik bedenk ook dat onze wekelijkse afspraken dan wel afgelopen zijn, maar dat ik de uitspraken en lessen die ik van hem geleerd heb, meedraag in mijn hart.

 

Hij is – net als ik – een mooi mens!

Vriendschappen

Standard

Op de facebookpagina van ons ‘bedrijfje’ De Poezenark, heb ik inmiddels meer dan tweehonderd ‘vrienden’. Iedereen die een vriendschapsverzoek stuurt, accepteer ik klakkeloos. Mensen die reageren op één van de door mij geschreven stukjes, en die nog geen ‘vriend’ zijn, krijgen direct een vriendschapsverzoek van mij.

Ik doe dat met een reden. Voor mezelf, bijvoorbeeld op mijn eigen, persoonlijke facebookpagina, ben ik veel selectiever. Wil ik alleen mensen, die ik persoonlijk ken, als ‘vriend’. Maar op de pagina van De Poezenark kan het nooit genoeg zijn. Hoe meer ‘vrienden’, hoe meer mijn stukjes worden gedeeld, hoe meer kans dat iemand – ergens in Nederland – een kat ‘in de aanbieding’ wil hebben.

Vrienden. Wat zijn eigenlijk vrienden?

Ooit leerde ik van mijn psychiater een differentiatie aan te brengen in vriendschappen. Als ik een nieuw iemand ontmoette, was dat voor mij direct een hele goede vriend(in). Gaf ik me met heel mijn ziel en zaligheid. En was de (bijna onvermijdelijke) klap , als toch bleek dat het geen echte vriend(in) was, bijzonder groot. Ik wist niet het verschil te maken in wat je aan de buurvrouw vertelt, of alleen maar een hele goede vriendin in vertrouwen te nemen. Heel wat keren heb ik heel veel over mezelf verteld en emoties laten zien aan mensen waar uiteindelijk van bleek dat ik ze eigenlijk niets te vertellen had.

Naast die differentiatie in vriendschappen, waarbij je met de buurman anders omgaat dan met je partner, ben ik er altijd van overtuigd geweest dat vriendschappen een functie hebben in je leven. Je trekt een bepaalde periode met elkaar op. Soms lang, soms kort. Dat is niet voor niets zo. Je leert van elkaar. Of, zoals uit een psychologisch, Amerikaans onderzoek blijkt; Vriendschap gaat vooral om de erkenning en bevestiging van onze identiteit. We worden gelukkig van onze vrienden als ze ons waarderen om wie we zijn, en als ze ons steunen en stimuleren in onze ontwikkeling.’

Juist, de waardering om wie we zijn! Dat is een belangrijke component van een vriendschap. Maar, wie we zijn, dat is geen vaststaand gegeven. We veranderen, in de loop der jaren. We groeien in bewustzijn. We krijgen andere interesses. We besteden onze tijd misschien anders, omdat je in een andere levensfase komt.

En zo kan het dan opeens zijn dat die ene vriend of vriendin, waar je heel veel tijd en aandacht aan besteedde, opeens zo interessant niet meer is.

Op facebook druk je dan op een knopje en wég is je vriend(in).

Maar ‘in het echt’ kan je niet zomaar op een knopje drukken, om een einde te maken aan een vriendschap. ‘Ontvrienden. Hoe doe je dat?’ is de titel van een artikel in een (oude) Happinez. Daar ga ik de volgende keer over schrijven.

Nu, eerst, is het tijd om mijn vriend wakker te maken. Liefdevol, met een kopje koffie op bed. Hij is niet zómaar een vriend. Hij is mijn partner. De met stip genoteerde vriendschap in mijn leven. Bovenaan het differentiatie-lijstje. Die ene persoon met wie ik álles deel. Bij wie ik altijd mezelf kan zijn.

Die vriendschap wil ik nooit verliezen! De kunst is om sámen te groeien, sámen ons leven vorm te geven. Dat is niet een kwestie van achterover leunen en afwachten.

Vriendschap is een dynamisch proces. Waarbij je – als het goed is – allebei geeft, waar je toch jezelf blijft en waarbij je de ander steunt en waardeert. Of een spiegel voor houdt.

Ik ben mezelf en Erik is een deel van mij, net als dat ik een deel van hem ben, terwijl hij ook zichzelf is. Dat is méér dan gewoon een vriendschap; dat is liefde!

De uitvergroting

Standard

Soms zijn er gebeurtenissen, die op zich heel naar zijn, maar waar je sterker uit tevoorschijn komt. Elke gebeurtenis heeft een les in zich. Niets gebeurt voor niets. Althans, dat geloven wij. Wij geloven dat vanuit ons geloof in God. Maar – volgens mij – ook als je boeddhist bent, hebben gebeurtenissen een verscholen les in zich.

We maakten de afgelopen dagen een hele vervelende situatie mee. Mensen die ons iets wat we voorgeschoten hadden met betrekking tot twee katten, niet wilden betalen. En erger nog; een intimiderende toon en bedreigingen.

Natuurlijk waren we er enorm door geraakt. We waren er kapot van.

Maar we waren tegelijkertijd méér samen dan ooit. Erik zag wat het met me deed en belde de politie. Die de melding heel serieus namen en hier waren, voordat de betreffende mensen hier waren. Ze kwamen de twee katten weer ophalen. Toen ze er waren en ze Erik compleet uitkafferden, nam ik het voor mijn lieve man op. En gebood de mensen respectvol om te gaan met hem. De politie bemiddelde ook in het gesprek. En uiteindelijk verliep alles rustig en goed. De mensen hadden tóch het geld. Betaalden en namen de katten mee. Ze verdwenen, voorgoed uit ons leven.

We deden een dut. We accepteerden dat we ons even futloos voelden. Langzaam ebde het negatieve gevoel weg. En wat toen overbleef, was alleen maar heel wonderlijk en mooi.

We hadden de hele avond dezelfde ingevingen, op dezelfde momenten. Zoals bijvoorbeeld nog even met de politie bellen, om hen te bedanken. Heel toevallig (?) kreeg ik bij de politie dezelfde dame aan de lijn, die ‘s morgens Erik aan de lijn had gehad en die de twee agenten naar ons toe gestuurd had.

Ik voelde me ‘s avonds heel harmonieus en vredig. Bijna sereen zelfs. Even was alles uitvergroot. Met het besef dat we een hele mooie, sterke relatie hebben. Onze liefde voor elkaar. Maar ook het besef dat we heel veel mensen om ons heen hebben, die ons een warm hart toe dragen. Die bij ons betrokken zijn. Die waarderen wat we doen.

Het is veel mooier mensen gewoon te vertrouwen. En niet verbitterd te raken door zo’n voorval en vanuit dat gevoel mensen te beoordelen.

Misschien was dát de les. Uitvergroot te ervaren dat we heel veel van elkaar houden. Dat we samen sterk zijn. Dat er een heleboel lieve, warme mensen om ons heen zijn. Dat we gewoon verder gaan met mens en dier helpen.

Het was even pas op de plaats. Dat is soms even nodig. Om écht te ervaren waar het in dit leven écht om draait…

Liefde!

Vanuit liefde leven, vanuit liefde handelen. Het levert een boel positieve gevoelens op!

Op de pootjes terecht

Standard

De kern van veerkracht is onvoorwaardelijke liefde voor jezelf kunnen voelen. Wanneer je zonder oordeel met jezelf kunt zijn, wat kan je dan nog gebeuren?

Die liefde kun je stapje voor stapje bij jezelf ontwikkelen. Ik leerde dat er, hoe diep je ook zakt, er altijd een stem in je is, die weet wat goed voor je is, die je hoop geeft en die wil dat je nooit opgeeft.

Dit zijn wijze woorden van Marja den Boer, auteur van het boek ‘De wetten van vallen en opstaan’.

Haar woorden raken me. Omdat het zo herkenbaar is. Vele, vele malen ben ik ‘gevallen’. Zeker in de (lange) periode dat psychiatrie nog zo’n groot deel van mijn dagelijks leven beheerste, heb ik vanzelfsprekend veel dieptepunten meegemaakt. Was ik voor de zoveelste keer opgenomen. Altijd denkend dat het nooit meer goed zou komen. Maar gaandeweg leerde ik steeds sneller uit die gitzwarte put omhoog te krabbelen. En zeker toen ik wat meer van mezelf ging houden, mezelf meer ging waarderen, ging het herstel sneller.

Ergens in die lange weg schreef ik eens een hele mooie brief aan mezelf. Waarin ik beschreef dat er in mij altijd een vlammetje brandt. Soms een miezerig waakvlammetje, soms een prachtig vreugdevuurtje. Het vlammetje levenskracht wat me door mijn moeder meegegeven is met mijn geboorte. Het vlammetje wat voor me zorgt, wat me behoedt en beschermt.

Dat vlammetje zorgt ervoor dat ik weer opsta, als ik val.

Tegenwoordig heb ik gelukkig steeds minder ‘val-momenten’. Maar als het met dan toch nog eens incidenteel overkomt, kan ik terugdenken aan dat vlammetje. Als trouwe metgezel op mijn levensreis. Ik hou van dat vlammetje, ik hou van mezelf.

Het helpt écht als je onvoorwaardelijk, zonder oordeel, van jezelf houdt, jezelf serieus neemt en waardeert, om op te staan, te herstellen na een mindere periode. Zonder oordeel, zonder veroordeling naar jezelf leren kijken, dat is een hele kunst op zich. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Ook dat gaat met vallen en opstaan.

Tegenwoordig durf ik gerust te zeggen dat ik van mezelf hou. Ben ik – over het algemeen – tevreden met mezelf. En ervaar ik kracht. En toch, heel soms ligt dat veroordelen nog op de loer. Als ik voor mezelf ga invullen wat andere mensen wel van me zullen denken. Mensen oordelen en veroordelen zo snel.

Ergens in die lange weg die ik al heb afgelegd, kwam ik tot het prachtige inzicht, dat andere mensen misschien wel allerlei verzinsels hebben bedacht over mij als psychiatrisch patiënte. Wat natuurlijk in zo’n klein dorp al heel snel bekend is. Maar toen bedacht ik dat ik – alleen ik – weet hoe het écht zit. Wat ik meegemaakt heb, wat ik voel. Dat blijft voor een ander niet te begrijpen. En dát inzicht was een enorme bevrijding voor mezelf. En een enorme boost voor mijn zelfwaardering.

Ik hoef alleen maar mijn hart te volgen! Mijn hart liegt niet! Mijn hart vertelt me wat goed is. Mijn hart is mijn waakvlammetje. Wat me altijd vergezelt, op de prachtige levensreis. Soms met hobbels en valkuilen. Maar altijd weer krabbel ik omhoog. Kom ik op mijn stevige basis terecht.

Zoals bij de ‘waaiboei’, een kunstwerk bij Nieuw-Statenzijl. Een enorm anker, met een ronde onderkant. Het ding kan plat geslagen worden door de wind, maar de sokkel is stevig en rond. Hoezeer ook uit het lood geslagen, de waaiboei richt zich altijd weer op. Vanzelfsprekend dat ik die waaiboei heel symbolisch vind voor mijn levenspad. En als ik dus weleens somber ben, rijden we er even naar toe. Om tegen de waaiboei te duwen en te zien dat het ding altijd weer ‘op zijn pootjes terecht komt’

Dubbelheid verwoord

Standard

Afgelopen week schreef ik een gevoelsspreekuur, wat ik opstuurde aan mijn ‘team’; naast Erik ook de hulpverleners, waar ik af en toe mijn heil haal. Van één van de hulpverleners kreeg ik als reactie; ‘Een mooi gevoelsspreekuur. Je hebt mooi beschreven hoe tegenstrijdige dingen tegelijk kunnen bestaan. Ik denk dat je hiermee woorden geeft aan iets waar veel mensen mee te maken hebben. Misschien zou je er een blog over kunnen maken?’

Dat heb ik bij deze gedaan!

Vanochtend ben ik wakker geworden met het idee eens uitgebreid een positief gevoelsspreekuur te schrijven. Eens even met mezelf in conclaaf. Dat is nodig. Het gaat niet zo goed met me. Ik heb dusdanig veel pijn (in rug en linkerbeen) en last van uitvalverschijnselen dat dat mijn stemming beïnvloedt. Ik ben snel geïrriteerd, ik voel me erg alleen. Tegelijkertijd is dat een strijd die zich hoofdzakelijk intern afspeelt. Het is een strijd. Ik erger me aan veel kleine dingen en misschien is dat ook wel logisch, maar terwijl ik dat doe, veroordeel ik mezelf er om. Ik heb regelmatig het gevoel dat het huishouden veel op mij neerkomt. Dat vind ik moeilijk. Maar dat is ook moeilijk omdat ik zoveel pijn en last heb. Het is heel dubbel. Enerzijds wil ik dat alleen doen; Erik biedt vaak genoeg hulp aan of zegt dat ik het maar even uit moet stellen. Anderzijds irriteert het me dan dat ik het alleen moet doen. Alleen spreek ik die irritatie niet uit. Omdat iets in me zegt dat dat niet reëel is. Erik mag zich dan momenteel niet zoveel met het huishouden bemoeien, er zijn wel een heleboel andere dingen die hij doet en van me overneemt. Ik zie dat mijn irritaties een gevolg zijn van iets waar niemand wat aan kan doen. Niemand. Ook ikzelf niet.

Vanaf de eerste letter van dit gevoelsspreekuur biggelen de tranen. Hoofdzakelijk van machteloosheid. Dat is enerzijds heel naar, anderzijds is het ook niet erg. En zelfs wel prettig dat ik even onbekommerd alleen kan huilen. Als ik de tranen laat stromen, voel ik me – raar genoeg – niet eens alleen. Het is verdraaide lastig! Ik realiseer me dat een heel groot deel van mijn stemming een gevolg is van mijn lichamelijke sores. Ik probeer het zoveel mogelijk binnen mezelf te houden. Omdat het – voor ons beiden – al moeilijk genoeg is. Er zijn per dag genoeg momenten dat ik me heel rot voel. Maar er zijn ook genoeg momenten dat ik me heel blij voel. Dat zijn vooral de momenten dat we samen bezig zijn. Dat we beiden aan het klussen zijn. En dat we – onder het genot van een kopje koffie – genieten van onze noeste arbeid. Ook dat heeft natuurlijk een enorme dubbelheid in zich. Om gek van te worden zelfs! Enerzijds heb ik zoveel last van mijn lijf dat ik eigenlijk niets kan. Anderzijds ben ik er niet het type naar niets te doen. Ik kán het gewoon niet. Maar sterker nog, ik wil het ook niet! Op zichzelf is het ritme wat ik gevonden heb, in klussen en vervolgens rust houden, een ritme wat goed gaat en waar ik ook – over het geheel genomen – vrede mee kan hebben. Drie kwartier verven, drie kwartier rust. Dan nogmaals drie kwartier verven. En dat zit ik aan mijn tax. Het heeft zijn weerslag op mijn lijf. Maar ik kán simpelweg niet niets doen. Ik wil een bijdrage leveren aan het opknappen van ons huis. Dat geeft me zoveel voldoening. Dat vind ik zo leuk. Maar natuurlijk, dat kost ook veel.

Het is een situatie waar niet uit te komen is. Het is een situatie waar niets aan te veranderen is. Misschien moet ik het gewoon aanvaarden dat het is zoals het is. Met álles wat erbij hoort. Met de momenten van voldoening, maar ook met de momenten van irritatie en eenzaamheid. Misschien doe ik het zo slecht nog niet?! Het zou stukken schelen als ik niet zo veroordelend richting mezelf zou zijn.

Ik zie een vrouw die haar stinkende best doet toch nog iets van de machteloze situatie te maken. Een vrouw die niet bij de pakken neerzit. Een vrouw die dapper is. Maar ook een vrouw die soms te hard is voor zichzelf. En vanuit die hardheid voor zichzelf soms in de knoop komt met de ander. Juist met diegene die het dichtst bij haar staat. Juist met diegene waar ze het liefst helemaal niet geïrriteerd over wil zijn. Het is verwarrend. Want juist van diegene die het dichtst bij haar staat, ziet ze ook de hele mooie kanten. De zorgzaamheid, het voor me opkomen. Het voor me regelen. Samen iets moois maken van ons huis.

Misschien is het allemaal wel heel logisch wat hier staat. Hoe ik me voel. Als ik er zo over schrijf, verdwijnt mijn hardheid. Wordt machteloosheid vloeibaar. In tranen. En komt er tegelijkertijd de ruimte om te zien dat ik een prachtig leven heb. Met een prachtige kerel! Waar ik zielsveel van hou. Die ik voor geen goud kwijt wil.

Het is natuurlijk volstrekt normaal hoe ik me voel, zoals ik reageer. Daar hoef je geen psychiatrisch patiënte voor te zijn. Dat heeft er niets mee te maken.

Ik ga de diertjes verzorgen. Dat biedt troost en afleiding. En ik ga er gewoon een mooie dag van maken. Want ook dat kan er zijn, naast alles wat ik net geschreven heb. Dat is bijzonder. (En soms ook heel verwarrend).

Prettige dag!