Het grote kat-vangers-avontuur

Standard

Vanochtend, in alle vroegte, hadden we de auto ingeladen, met drie poezenmandjes, een vangkooi, onweerstaanbare makreel, en diverse versnaperingen voor de inwendige mens. We hadden een afspraak bij een dame die naar een verpleegtehuis zou verhuizen. De dame zelf had het daar erg moeilijk mee, de contacten liepen via een begeleidster van mevrouw. Vandaag was dé grote dag; mevrouw zou ‘s morgens naar het verpleeghuis gaan en wij zouden de drie katten ophalen en meenemen naar ons. Piece of cake, kat in het bakkie, zo zou je denken. Maar de dame in kwestie had het er dusdanig moeilijk mee afstand te moeten doen van haar poezenkinders, dat ze ook al eerder – toen de katten voor een check-up naar onze dierenarts zouden gaan – de buitendeur triomfantelijk open had gezet. Alsof het dan niet door zou gaan. Ook vanochtend, toen de hele wereld nog sliep, had mevrouw hetzelfde gedacht en gedaan. Toen de begeleidster was gearriveerd, was er geen kat in huis te bekennen. Na de nodige overredingskracht had mevrouw toch maar haar katten geroepen, dus toen wij kwamen, waren twee van de drie katten in huis. Dát was een makkie. Katten in de kooi. Klaar! Maar nummer drie liet zich niet zo gemakkelijk pakken. Terwijl het in huis een drukte van belang was met verhuizers, zaten wij buiten; vangkooi opgesteld, makreel erin en wachten. Wáchten. Nóg meer wachten. Kopje koffie en boterhammetje erbij. Kat liet zich af en toe zien. Maar hij was zeer argwanend. Pas toen alle verhuizers weg waren, kwam hij binnen. Waar wij inmiddels op de loer zaten. Twee keer glipte hij toch weer snel naar buiten, omdat hij het natuurlijk absoluut niet vertrouwde. Vrouwtje weg, meubilair weg. Tergend gespannen zagen we hoe hij weer binnenkwam. Via een slaapkamerdeur sloop ik naar buiten, om met één kordate zwaai de keukendeur dicht te slaan. Pfff, de kat was binnen. Maar, daarmee nog niet in een reismand. En hij kende ons niet. Was ook zeker niet van ons gecharmeerd. Hij was wild, vloog via de vitrage omhoog. We belden met de begeleidster die de kat iets beter kende. Na heel lang praten, wachten, nog meer sussende geluidjes kon ik de kat aaien. Het zag er gunstig uit. En op dát moment kwam Erik achterom het huis én hadden we een openstaand bovenluikje over het hoofd gezien. Alle moeite voor niets! Kat vloog naar buiten. Even moest ik heel hard schelden. Maar goed, we konden het niet helpen. We hadden écht ons best gedaan. We hebben een mandje buiten laten staan en ons mobiele nummer achtergelaten bij een vriendelijke buurman. Het zal een tijdje duren voordat poes zich weer laat zien. We hopen dát hij zich weer laat zien.

Met de twee andere katten zijn we huiswaarts gekeerd. Met reismandjes en al in onze grote benchruimte gezet. En zou je nu denken dat die twee katten zo snel mogelijk uit hun reismandjes vliegen? Nee hoor, ze zitten nog steeds in de reismandjes, zich rustig wassend. Op hun gemak. Wij zijn moe geworden van ons avontuur. En het is moeilijk helemáál tevreden te zijn. Maar twéé katten vinden voorlopig een goed onderkomen, totdat ze klaar zijn bemiddeld te worden naar een nieuw thuis. Het is toch best bijzonder werk wat we doen!

En de dame in het verpleeghuis is in de veronderstelling dat ál haar poezenkinders opgevangen zijn. Anders zou ze geen oog meer dicht doen en in staat zijn terug te gaan naar haar oude woning. Soms moet je iemand tegen zichzelf in bescherming nemen.

Advertisements

De melancholieke poezenmoeder

Standard

In mijn dagelijkse ‘gevoelsspreekuur’ schrijf ik vanochtend het volgende: ‘Ik ben tevreden, ik ben gelukkig. Maar er is dat kleine randje van gemis, van verdriet’.

Volgens mij voel ik me melancholiek. Zoals ‘de dikke van Dale’ omschrijft; zwaarmoedig, droefgeestig.

Het is stil in huis. De afgelopen twee dagen zijn twee katten bemiddeld naar een nieuw thuis. En dát stemt me dus een beetje melancholiek. De gezinnen, waar de katten naar toe zijn gegaan, voelen goed. Rasechte dierenvrienden, die zich ook heel erg verheugden op hun nieuwe ‘gezinslid’. Baileys is opgehaald, Ricky hebben we weggebracht. Het is mooi, ontroerend zelfs om te zien hoe hij al direct door de kamer liep. En uiteindelijk relaxed op de nieuw gekochte krabpaal ging liggen, alsof hij er al jaren woonde. Dan – geen ontkomen aan – het moment van afscheid. Nog héél even de kat oppakken. Voelen, ruiken, fluisteren in zijn oor. Met alle liefde die ik in me heb, voor langere of korte tijd, voor het desbetreffende diertje gezorgd. En dan; loslaten!

Natuurlijk doet het me wat. Levert het het gevoel van gemis en verdriet op. Maar tegelijkertijd ben ik tevreden en gelukkig dat de kat een mooi, nieuw thuis gekregen heeft. Een nieuw leven.

Bij ons schept het ruimte voor nieuwe katten, die opgevangen moeten worden. Waar ik weer dezelfde energie en liefde aan kan besteden.

Ik kijk de kamer rond. En zie, hoe Spetter, mijn eigen oude kameraad, zich comfortabel in een kattenmandje, ligt te wassen. Ach, er is ook weer even tijd en ruimte om meer aandacht te kunnen besteden aan onze eigen katten. Zij gaan nooit weg!

De dierenarts was van de week verbaasd dat al die katten door elkaar heen lopen, in dezelfde ruimte. En dat er die prachtige harmonie is. Nooit wordt er gevochten, zelden wordt er geblazen of gegromd. En als dat wél zo is, dan bemiddel ik even. En keert de harmonie weer. Dat is en blijft gewoon prachtig om te zien.

Het heeft te maken met mijn gevoelens. Ik voel me verbonden met de poezen. Ik ben een goede poezenmoeder. En als moeder komt er altijd dat moment dat je je kroost los moet laten.

Vaarwel, lieve poezenkinders. Het ga jullie goed!

Het streven naar perfectie?

Standard

Het idee om een blog te schrijven over perfectie, ontstond naar aanleiding van een door ons geplaatste advertentie, om voor onze Siamese pleegpoes een nieuw thuis te vinden. De beschrijving over Siamees Baileys in de advertentie, was één en al lof. Het moet ook gezegd; Baileys is een kat die iedere dierenliefhebber wel wil hebben. Er zit geen kwaad in, in het dier. Ze is dol op aandacht en aaitjes. Die komt ze ook regelmatig even halen. En ze is zo trouw als een hond. Als we terugkomen van weggeweest zijn, worden we tegenwoordig verwelkomd door zowel de honden als ook Baileys.

De omschrijving van perfectie bij Wikipedia is als volgt;

Volmaaktheid of perfectie is een filosofisch concept, dat betekent dat een bepaald wezen een bepaalde eigenschap in de hoogste mate bezit, of dat een bepaald wezen alle eigenschappen bezit. Ook kan het betekenen dat een bepaald wezen alle bestaande eigenschappen in de hoogste mate bezit.

Als ik bovenstaande omschrijving ‘toepas’ op Baileys, dan scoort ze hoog, wat perfectie betreft. Het enige minpunt wat ik zou kunnen bedenken, is dat ze eigenwijs is en bijvoorbeeld stoïcijns elke dag éénmaal op het aanrecht springt. Juist die ene plek waar onze katten niet mogen komen.

Voor ons maakt het trouwens helemaal niet uit of een kat (of ander wezen, of ding) al dan niet perfect is. Terwijl we tegelijkertijd ontdekken dat dat voor heel veel mensen wel een criterium is.

Niet voor niets krijgen we afstandskatten. Natuurlijk wordt er regelmatig een mooi verhaaltje omheen gebreid. En bij sommige mensen zal dat ook inderdaad de waarheid zijn. Maar vaak gaat het er ook om dat de kat niet (meer) voldoet aan het – door de mens bedachte – perfecte plaatje.

Terug naar die advertentie! We plaatsten de advertentie en we kregen reacties. Eén van die reacties was direct de vraag of Baileys ‘raszuiver’ is. Daarvan heb ik geen flauw idee. Ze ziet eruit als een prachtige Siamees. Ze heeft een gouden karakter. Wat maakt het dan nog uit of ze raszuiver is en of er papieren meegeleverd worden, als je haar adopteert? We vragen voor haar precies hetzelfde bedrag als dat we voor elke andere kat vragen.

Het moet tegenwoordig allemaal zo perfect mogelijk zijn. Anders voldoet het niet aan de norm en wordt het afgedankt of vervangen. Of, in het geval van de kat, niet aangeschaft.

Ik vind het een zorgelijke trend in de maatschappij. Want, als wij later niet meer perfect functioneren, worden wij dan ook afgeschaft? Of is het al niet zo dat mensen die zich anders gedragen of er anders uitzien, dan de gestelde, perfecte norm, met de nek aangekeken worden? En in een apart hokje worden geplaatst.

Perfectie kan soms een loffelijk streven zijn. Maar tegenwoordig wordt het vaak gebruikt als een vernietigend (voor)oordeel. Ergens lees ik de spreuk; ‘Niets is perfect, alles is perfect’

Al dan niet perfect, elk wezen is uniek. Laten we daar eens wat meer naar kijken! En eventuele gebreken op de koop toe nemen.

De gelukkige poezenmoeder

Standard

Het heeft me zóveel meer dwarsgezeten dan dat ik zelf vermoedde.

Vanochtend vroeg kwam het telefoontje dat de poes Luca, die vorige week – amper een dag hier – overboord sprong, vlakbij onze boot gevonden is. Erik toog er heen met een mandje. En zie daar, Luca was weer terug. Omdat Erik nog even een klein klusje moest doen, zat ik bij het mandje met Luca erin. Dichtbij me. Als een echte moederkloek; ik laat je niet meer gaan. Ik was zo ontroerd!

De laatste dagen was ik niet happy. De ochtenden begonnen huilend. De katten die we hebben zitten, zag ik als enorm moeilijke gevallen, met volop twijfels of het wel goed zou komen.

Maar met het telefoontje vanochtend, landde ik weer op aarde. De onzekerheid over het lot van Luca heeft me blijkbaar heel veel gedaan, wat niet goed voor me was.

Ik wijdde mijn slechte stemming aan de drukte van de afgelopen week. Maar die drukte begon eigenlijk pas met het weglopen van zowel Luca als ook Azraël, de 15-jarige kat die we ook hier in de pleeg hebben zitten.

Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat hij, Azraël – met zijn enorme drang naar buiten – de enorme sprong naar de kant heeft gewaagd (onvoorstelbaar, met zijn oude botten!) en dat Luca het kunstje nagedaan heeft, maar toen eigenlijk niet wist hoe het verder moest. Ze is absoluut geen echte buitenkat. Ze is bang voor van alles. Ze is ook niet ver weggelopen. Vijftig meter verder heeft ze het aangelegd met de mensen die daar wonen en die haar voer en aandacht hebben gegeven.

Vandaag land ik weer op aarde. En ben ik weer de eindeloos geduldige poezenmoeder. Die het voor elkaar krijgt onzindelijke katten zindelijk te krijgen, bange poezen sociaal te krijgen, kittens goed op te voeden.

Laatst vroeg een vorige eigenaresse van een onzindelijke poes wat ik toch had gedaan dat poes weer zindelijk was geworden. Eigenlijk kon ik het niet vertellen.

Ik ga met mijn volledige aandacht naar de kat. Ik plug als het ware in bij de kat. En dan weet ik, voel ik wat het dier nodig heeft. Dan zit ik te kijken naar oude Azraël en voel ik dat zijn einde niet ver weg meer is. Dan geef ik, met liefde en geduld, kattenvoer op een lepeltje door de tralies van de bench, aan bange Bo. En ben ik verheugd dat het me lukt haar even aan te raken. We knipperen beiden met de ogen naar elkaar. Ha, even contact! Dan schuif ik het meubilair aan de kant om op mijn knieën bij Luca te kunnen. Haar te aaien, haar te vertellen dat ze de tijd mag nemen die ze nodig heeft. Ze spint.

Dan ben ik een hele gelukkige poezenmoeder. Zonder precies te wéten wat ik doe. Maar te voelen dat ik het goed doe.

Alle pleegpoezen zijn weer aan boord.

En ik kom weer tot leven!

Wonderlijk mooi!

De weemoed verder uitgediept

Standard

Gisteren in mijn blog over het katertje wat morgen ons huis verlaat (Kattenkrabbels), sprak ik over weemoed. De ‘Van Dale’ omschrijft weemoed als een zacht-treurige stemming. Ik vind weemoed zo’n prachtig woord. Zo’n woord wat niet vaak meer gebruikt wordt. Maar wat een intrigerend begrip is.

Ik typ het woord in op ‘Google’. En zie daar; allerlei uitleg over dat prachtige woord en begrip. Blijkbaar is het een begrip wat een geliefd item is, in de literatuur.

Zo schrijft Gerard Koek (filosoof) over weemoed dat de eerdergenoemde zacht-treurige stemming een bepaalde diepte heeft. Zoals schrijver Frans Frijns omschrijft;

‘De weemoed opereert vanuit het besef dat alles verloren is en er dus niets meer te verliezen valt. Daarmee schept ze openheid voor het onverwachte. Zo verbindt ze het verleden met de toekomst, het bekende met het onbekende.’

In mijn geval, met de katten, klopt dat precies. Juist met het verlaten van dit huis, door het katertje, komt er ook weer ruimte – letterlijk en figuurlijk – voor een nieuwe kat. Nog onbekend. Maar als iets om naar uit te kijken. De cyclus van steeds een nieuw begin en daar direct aan verbonden een afscheid. Met weemoed.

Is het daarom dat het zoveel voldoening geeft?

Dat we het allebei ervaren als een prachtige rijkdom?

Laatst las ik een column van Susan Smit (schrijfster). Zij beschrijft weemoed als;

‘Met spijt denken aan de dingen die voorbij zijn gegaan en de mensen die uit je leven zijn verdwenen.’

Ik voeg toe; de katten die uit ons leven zijn verdwenen.

Susan Smit schrijft ook; ‘Weemoed is droefheid, vermengd met dankbaarheid dat je zoveel hebt om weemoedig over te zijn.’

Waarachtig, ook dat klopt! Naast de eerdergenoemde voldoening en rijkdom die wij voelen bij het opvangen en verzorgen van katten, is er ook de component dankbaarheid. Dat wij dit ‘werk’ mogen doen. Dat we in de gelegenheid zijn het te kunnen doen. Ondanks alle energie die ik er in stop, kost het toch geen moeite. Omdat ik er zoveel voor terug krijg.

Sta ik gisteravond de katten blikvoer te geven. Zijn ze bijna allemaal binnen. Acht katten, groot en klein, die harmonieus staan te smullen en smakken.

‘Wie weemoedig is, ervaart de zin van het leven; de waarde en de kwetsbaarheid ervan’.

Acht smikkelende katten vertellen dát verhaal. Zonder woorden. Sprakeloos mooi!

Kattenkrabbels

Standard

Ze dartelen nog heerlijk rond met z’n drietjes. Spelen tikkertje; zo hard mogelijk achter elkaar aan rennen. Ze houden schijngevechten; oefenen hoe ze later eventuele vijanden moeten belagen. Alles is speelgoed; de balletjes van de krabpaal, maar ook de verfrommelde kassabonnetjes of het nylon stripje wat om een verpakte doos zat.

Ze hebben bergen energie. Maar als die energie op is, vallen ze pardoes in slaap. Vaak dichtbij elkaar. Nu kan dat nog.

Ik kijk er met een beetje weemoed naar.

Gisteren is een gezin hier op bezoek geweest, om het katertje te bewonderen. De zoon van dertien had maar één woord nodig om duidelijk te maken dat het katertje zondag naar een nieuw thuis gaat; “Hebben”.

En dus krijgt het kijken naar de kittens, die we meer dan een maand verzorgd en vertroeteld hebben, een andere dimensie. Weemoed. Volgens de ‘Van Dale’ een zacht-treurige stemming. Dat is precies een goede omschrijving van mijn gevoel.

Natuurlijk weet ik op voorhand dat de kittens die we in huis halen, uiteindelijk ook weer weg gaan. Dat is maar goed ook, want dan kunnen we weer andere katten opvangen.

Maar weten en voelen liggen niet altijd op één lijn.

Met engelengeduld heb ik achter het katertje aan gelopen, met de plantenspuit in de aanslag. Die ik gebruikte als hij op een andere plek dan de kattenbak zijn behoefte wilde doen. Zoals ik in een eerdere blog (Als je gelooft dat je het kunt, kun je het ook) al schreef, is er bij mij altijd de onzekerheid of het me gaat lukken.

Het is me gelukt! En veel meer dan alleen die overwinning; het zijn prachtige, goed gesocialiseerde diertjes geworden.

Zondag gaat het katertje naar zijn nieuwe thuis.

Zondag komt er ook iemand kijken voor de twee overgebleven zusjes.

En dus kijk ik extra vaak naar hoe ze zo heerlijk met z’n drietjes ravotten en racen. Nu kan het nog!

Vergeten doe ik ze nooit.

Maar straks komen er weer andere katten of kittens die verzorging, aandacht en liefde nodig hebben. En dan is het weemoedige gevoel direct weer over. Dan is er weer werk aan de winkel.

Zo gaat dat nu eenmaal als je een kattenopvang hebt!

Dag lieve kittens! Heb het goed in jullie nieuwe leven!

Lang zal hij leven!

Standard

Hij was anderhalf jaar jong, toen ik hem uit Friesland ophaalde. De klik, aan de keukentafel bij zijn vorige baasjes, was er direct. Zonder enige aarzeling sprong hij in de auto. Hij keek niet één keer om. Op dat moment wist ik nog niet dat dát eigenaardig was. Pas toen ik hem wat langer had, ontdekte ik zijn enorme trouwheid. Het altijd kijken waar zijn vrouwtje, of later ook baasje, blijft. Het urenlang naar buiten staren. Soms piepen. Omdat het wachten zó lang duurt.

Als pup is hij veel te vaak en veel te lang alleen gelaten. Gewisseld van baas, meerdere malen zelfs, omdat zijn eerste baasje en vrouwtje gingen scheiden en Durk daarvan de dupe was.

Op een dag, toen hij een tijdje bij mij was, probeerde hij via de schuifpui achter mij aan te gaan, toen ik even een boodschapje ging doen. Dat was het bepalende moment voor een hondenmaatje voor hem erbij. Een maatje die hem altijd gezelschap hield. Een dominant hondje, die Durk houvast bood. Toen dat maatje, Nando, overleed, stortte Durk compleet in. En hadden we binnen drie dagen weer een nieuw maatje, Freddie. Gewoon omdat Durk absoluut niet alleen kan zijn.

Het is een hond met een verleden. Met een rugzakje, zoals wij dat noemen. Zoals de meeste dieren die hier wonen, hebben. Maar het rugzakje wordt gaandeweg steeds leger. De tijd heelt oude wonden.

Durk heeft opnieuw zijn baas gekozen. Onafscheidelijk van Erik. En als Erik moet werken, ligt Durk urenlang op de uitkijk. Met die prachtige trouwe blik in zijn ogen. Prachtig! Ondanks alles wat hij meegemaakt heeft, toch dat vertrouwen in zíjn baas!

Als Erik dan thuiskomt, danst Durk duizend rondjes. En neemt hij zijn knuffelbeer in de bek, om de baas enthousiast te begroeten.

Vandaag is Durk zeven jaar geworden. Een mooie mijlpaal. Voor hetzelfde geld hebben we hem nog even zovelen jaren.

Hij mag hier gewoon zichzelf zijn. Zelfs al is het soms lastig, omdat we hem nooit heel lang alleen kunnen laten.

Ook al is Durk tegenwoordig meer verknocht aan Erik dan aan mij, voor mij blijft Durk mijn grote lieveling. Mijn geweldige hondenkameraad. De klik aan die keukentafel destijds, was een verbintenis voor altijd. Een verbintenis die zo bijzonder is.

Omdat Dúrk zo bijzonder is!

Gefeliciteerd jongen.