Spraakverwarring

Standard

Laatst hadden we een soort meningsverschil. Erik zei dat hij aandacht van mij miste. Hij vond dat ik te weinig écht tijd voor hem had. Ik begreep niet zo goed wat hij bedoelde; ik geef toch alle aandacht, als we samen bezig zijn, met klussen. Of ‘s avonds, als we samen op bed zitten. Hij achter de laptop, ik met mijn breiwerkje (een trui voor Erik)! Soms samen een film kijken, soms apart iets doen. Maar altijd interesse voor elkaar.

Afgelopen week waren we weer eens samen bij mijn hulpverlener. Soms gaat Erik mee. Als er veel speelt in mijn leven. En Erik daar ook over wil praten. Zijn hart luchten. Of advies krijgen.

Via een omweg kwamen we op dat voorval van aandacht missen.

En hulpverlener begon een linguagram op het whiteboard in zijn kamer te maken.

‘Een linguagram is (in de psychologie of systeemtherapie) een handig hulpmiddel om zicht te krijgen op de betekenissen die een bepaald begrip of een idee voor iemand hebben (Didier Tritsman)’.

Wat betekent aandacht voor Erik? En wat betekent dat voor mij?

We kwamen tot de ontdekking dat voor Erik aandacht heel veel betekent; termen als intimiteit, tijd nemen voor hoe het met de ander is, vallen voor Erik onder het begrip aandacht. Terwijl voor mij aandacht veel meer praktisch is; complimentjes geven over de geslaagde klus die Erik gedaan heeft. Of samen op bed zitten, terwijl we allebei ons eigen ding doen.

En zo kwamen we dus tot de ontdekking dat er feitelijk sprake was van een spraakverwarring, toen Erik aangaf aandacht te missen.

We vonden het zó leuk een linguagram te maken, dat we het ‘s avonds, wederom op bed, nogmaals deden. Het is leuk om te horen wat een bepaald woord of begrip voor die ander inhoudt. Het werkt verhelderend.

Want nu weet ik wat Erik mist als hij zegt dat hij aandacht mist. Dat het niet gaat om de praktische dingen, die ik onder aandacht versta. Maar, dat ik dan mijn breiwerkje aan de kant moet leggen. Lekker bij hem ‘moet’ kruipen. En een goed gesprek beginnen. Of gewoon stilzwijgend bij elkaar liggen. Beetje knuffelen, beetje relaxen. Hoe dan ook; in ieder geval sámen!

Ik begrijp het nu. En hoe mooi eigenlijk; het zit in de betekenis van die ander, in één woord!

We zijn gelukkig!

Standard

Vorig weekend kregen we opeens beiden de geest en begonnen we met een groot klus-offensief; de woonkamer opfrissen. De bank, die we al nooit meer gebruikten, ging eruit. De benches, voor de opvang van de katten, verhuisden naar een andere hoek van de kamer. Erik begon met het timmeren van een mooie, robuust uitziende lambrisering. Ik pakte kwast en roller.

Gisteravond zaten we moe, maar voldaan op bed (wat bij ons in de woonkamer staat). We voelden ons super-gelukkig. Het wordt mooi! En het is ook mooi dat we het (financieel) kunnen doen. Voor dit soort dingen leven we nu sober.

Erik kan er maar niet over uit. In zijn vroegere leven bereikte hij nooit de dingen waarvan hij droomde. Maar sinds wij een relatie hebben, heeft Erik ook geleerd zorgvuldiger met geld om te springen. Waardoor dromen verwezenlijkt kunnen worden.

Het is natuurlijk allemaal niet enorm groot. Maar dat hoeft ook niet. Juist van de kleine dingen, verstaan wij het vermogen ervan te genieten. We bestelden gisteren wat snuisterijen voor straks aan de geverfde muur. Dat maakte míj intens gelukkig. Spulletjes die echt van ons sámen zijn!

Om deze blog te kunnen schrijven, diep ik een artikel uit mijn voorraad knipsels, met als titel; ‘Oefenen in geluk’.

‘Stel je eens voor dat je je vermogen tot gelukkig zijn zou kunnen trainen. Dat je er goed in zou kunnen worden om geluk te ervaren en dat geluksgevoel vast te houden. Geluk in de vorm van vrede, plezier, dankbaarheid, energie, levensvreugde, of wat geluk voor jou ook maar is’.

De Amerikaanse neuropsycholoog Rick Hanson trainde zijn geluk. Hij realiseerde zich dat als hij bewust opging in de mooie momenten van alledag die momenten in zijn geest bewaard bleven. En dat hij ze opnieuw kon beleven, waardoor hij zich weer net zo gelukkig voelde, als op het moment zelf.

Als je dat ook wil, is het wel van belang dat je ervoor kiest te werken aan je geluk.

‘Als je durft te onderzoeken waar je uit evenwicht bent, en bereid bent om de realiteit van wat wel en niet voor jou werkt, onder ogen te zien en te onderzoeken hoe het anders kan, is er altijd een oplossing te vinden’. In evenwicht zijn is van belang voor geluk.

Ons geluk dreigt even verstoord te worden door een aanslag van de Belastingdienst op de voordeurmat.

Zoals Rick Hanson ook zegt; ‘We richten ons doorgaans veel meer op het negatieve, op alles wat er mis kan gaan in de toekomst of wat er fout was in het verleden’.

Maar door te trainen kunnen we onze geluksstand, wat volgens Rick Hanson onze natuurlijke staat is, hervinden.

Ik kijk nog eens naar ‘mijn’ geschilderde lambrisering. En ja, ik ben gelukkig! Dat weegt zwaarder dan een belastingaanslag, die we trouwens gewoon kunnen betalen. Dus geen zorgen. Gewoon genieten!

In een volgende blog zal ik nog wat nader ingaan op het stappenplan wat Rick Hanson ontwikkeld heeft, om vaker gelukkig te zijn. Vanzelfsprekend kan je het ook allemaal lezen in zijn boek; ‘Geheugen voor geluk’.

Bron; Happinez, Auteur artikel; Astrid Maria Boshuisen

Ons luxe-probleem

Standard

Eergisteren kwamen we tot de ontdekking dat onze koelkast het niet meer deed; de drankjes kwamen er lauw uit.

We baalden enorm. Het lijkt wel alsof álles momenteel tegenzit; hoge dierenartskosten, voor de pleegpoezen, die we verzorgen, inkomsten die achteloos toegezegd zijn, maar die dan toch niet door blijken te gaan. Deze maand nieuwe tuindeuren, omdat de schuifpui al heel lang niet meer goed functioneert.

We kunnen het allemaal wel betalen, omdat we altijd al heel zuinig leven. Maar dan ook nog de koelkast die het opgeeft, dat is dan toch best vervelend.

Toch besloten we via Internet een nieuwe te bestellen.

Maar, het knaagde. Vanochtend hadden we het er nog even over. En uiteindelijk besloot Erik, mijn allround klusjesman, met hulp van een buurman, die altijd van allerlei materiaal heeft liggen, de boel door te meten. Met een paar eenvoudige handelingen en draadjes de thermostaat doorgemeten. En hoor, de motor slaat aan!

En dus haalt buurman, tussen al zijn spullen, een ‘nieuwe’ thermostaat tevoorschijn. Die Erik in onze oude, vertrouwde koelkast monteert.

Jubelend maak ik de koelkast schoon. En even jubelend annuleert Erik de bestelling van de nieuwe koelkast.

Hoe vaak zullen mensen, net als wij in eerste instantie, denken dat je direct een nieuw apparaat moet aanschaffen als de oude stuk is? Moet er natuurlijk ook bij vermeld worden dat een handige man in huis hebben wel stukken scheelt. Als ik nog alleen zou zijn geweest, was er simpelweg een nieuw apparaat gekomen. Ik wist niet beter.

Wat zijn we eigenlijk verwend, realiseerden we ons. Wat stoppen we gedachteloos spullen in de koelkast, zonder erbij stil te staan dat het eigenlijk heel luxe is. Dat is natuurlijk iets wat vaker voorkomt. Bijvoorbeeld, als de stroom uitvalt, besef je je pas hoeveel comfort je in huis hebt, wat draait op elektriciteit.

Wij genieten weer even extra van ons gekoelde glaasje jus d’orange. Onze dag, met een besparing van enkele honderden euro’s, kan niet meer stuk. En ons apparaat is ook niet meer stuk.

Mede dankzij onze aardige buurman, die altijd van alles bewaart.

Dank je wel, Jan!

Als je gelooft dat je het kunt, kun je het ook

Standard

Vanochtend kom ik bovenstaande spreuk tegen in een interview met Satish Kumar. Ik putte uit dit interview al eerder inspiratie voor een blog (Kwaliteit van leven).

Bovenstaande spreuk spreekt me bijzonder aan.

Vorige week praatte ik nog met een wijze vriendin en vertelde ik haar dat ik elke keer, bij elke nieuwe kat die bij ons verzorgd wordt en die niet zindelijk is, ik twijfel.

Ik twijfel of het me gaat lukken het diertje zindelijk te krijgen. Ik spreek dat ook elke keer hardop uit naar Erik. En telkens zegt hij dat het me weer gaat lukken. En daar heeft hij gelijk in. Alle pleegkittens die hier zijn geweest – dat zijn er inmiddels zo’n twintig – zijn zindelijk en goed gesocialiseerd het huis uit gegaan. En we krijgen nooit klachten!

Wat is het dan toch dat ik telkens opnieuw twijfel of ik het wel kan?

Volgens mij heeft dat te maken met een diepgewortelde onzekerheid. Die me zeker vroeger is aangepraat. Ook al zijn de concrete herinneringen in de loop der jaren vervaagd, in mijn hoofd zit het allesoverheersende zinnetje dat ik niets kan.

Het klopt dat ook wel dat wijze vriendin tegen me zegt dat die twijfel niet iets van mezelf is, maar meer van een ander (deel) wat tegen mij aan praat. Iets wat elk mens heeft; we veroordelen onszelf regelmatig en veelvuldig, maar in feite is dat niet iets van ons diepste innerlijk.

In mijn diepste innerlijk weet ik namelijk heel goed dat ik elke kat die hier komt, ‘netjes’ aflever. In mijn contact met de katten, doe ik heel veel op gevoel. Ik observeer zo’n diertje en vaak weet ik dan intuïtief wat ik moet doen, hoe ik moet reageren op bepaald gedrag van de kat.

Mijn gevoel stijgt boven mijn verstand uit. En meestal kom ik daarna tot de rationele conclusie dat ik het bij het rechte eind had.

Daarom vind ik het opvangen van katten ook zo’n prachtig werk.

Ik kan er mijn gevoel in kwijt. En ik krijg van de katten ook een heleboel gevoel terug. Zij handelen ook vanuit hun gevoel, vanuit hun instinct.

Binnenkort zal ik toch ook mijn verstand moeten laten spreken! Want, om een echt officiële opvang voor katten te mogen runnen, zal ik vakbekwaamheidsdiploma’s moeten hebben. Dus, aan de studie!

En ook daarbij had ik in eerste instantie even de twijfel of ik dat wel zou kunnen. Maar ach, met een behoorlijk IQ kan ik goed leren.

Ik geloof dat ik het kan. En ik heb er reuze zin in! Dat is genoeg motivatie om het ook écht te kunnen!

Met compassie naar jezelf kijken

Standard

In de lijn van de blogs die ik de afgelopen tijd schreef, over van jezelf houden, je ego en dergelijke, wil ik vandaag iets schrijven over compassie voor jezelf hebben.

Volgens Wikipedia is compassie het volgende;

Compassie (ook mededogen, medeleven, erbarmen, etc genoemd) omvat empathie waarbij iemand meevoelt met het lijden van een ander met de wens om dat lijden te verminderen. Compassie wordt vaak beschouwd als een deel van het begrip liefde. Het begrip compassie wordt vaak verward met het begrip zelfmedelijden, wat echter iets anders inhoudt.

Compassie voor jezelf is niet wezenlijk anders dan compassie voor een ander. Bij zelfcompassie kijk je op dezelfde manier naar jezelf, dan dat je doet, als je in de gaten hebt dat iemand anders het moeilijk heeft. En je gevoelens van warmte en zorgzaamheid voelt, om die ander – of jezelf – te helpen. In plaats van jezelf te veroordelen om de dingen waar je het moeilijk mee hebt, betekent zelfcompassie dat je vriendelijk en begripvol bent tegenover je fouten en gebreken. Bij zelfcompassie erken je dat je niet perfect bent. Je accepteert en respecteert je menselijkheid.

Zelfcompassie is absoluut iets anders dan zelfmedelijden. Daarbij zwelg je in je eigen ellende en vergeet dat andere mensen ook vergelijkbare problemen kunnen hebben. Mensen met zelfmedelijden laten zich meeslepen en komen in een isolement. Terwijl je bij zelfcompassie veel beter de relatie ziet tussen je eigen ervaringen en die van anderen.

Tot zover de theorie!

In de praktijk valt het lang niet altijd mee naar je fouten en onvolkomenheden te kijken met een gevoel van warmte, vriendelijkheid en zorgzaamheid. Hoe vaak zijn we niet gefrustreerd over iets wat we fout doen? Hoe vaak veroordelen we onszelf over iets wat – in onszelf – niet perfect is?

Wil je meer weten over zelfcompassie, een test doen, of oefenen met zelfcompassie; Surf dan naar www.zelfcompassie.nl. Een mooie, duidelijke website, die helemaal gaat over zelfcompassie en waar oefeningen staan om zelfcompassie te vergroten en waar zelfcompassie ook nader uitgelegd wordt.

Ik neem me mezelf voor vandaag met warmte en vriendelijkheid te kijken naar de dingen in mezelf die naar of niet perfect zijn. Zoals bijvoorbeeld mijn constante pijn. Als ik daar met hetzelfde warme gevoel naar kijk, zoals ik bijvoorbeeld altijd kijk naar de diertjes, die hier rondlopen, dan wordt het volgens mij een prachtige, liefdevolle dag.

Doe je mee?

Foutje! Oeps!

Standard

Afgelopen vrijdag; we hadden een kleine wandeling door het dorp gemaakt, we hadden bij de plaatselijke snackbar een frietje gegeten. We waren wel wat moe, maar we hadden het heel gezellig. Voordat we in bad zouden gaan, zouden we elkaars hoofden nog even scheren.

We hebben een nieuwe tondeuse. Een heel gemakkelijk, draadloos apparaat.

Ik was als eerste aan de beurt. Op de hoge stoel, cape om die bij de tondeuse meegeleverd is en hup, scheren maar!

Het volgende moment staat Erik als aan de grond genageld, met zijn hand voor zijn mond en met grote ogen vol afgrijzen naar mijn hoofd te staren.

Op dat moment weet ik ook al direct wat er fout gegaan is: Erik heeft vergeten het opzetstuk met de zes millimeter die ik normaal gesproken heb, op de tondeuse te zetten. En dus heb ik één baan op mijn hoofd helemaal kaal.

Erik is bang dat ik ontzettend boos zal worden. Maar, dat gebeurt dus niet. Hij heeft het niet met opzet gedaan. Hij is het, in zijn enthousiasme en wellicht gehaastheid gewoon vergeten. En boos worden heeft ook niet zoveel nut. Het kwaad is al geschied.

Er is niets meer aan te doen. Niets meer aan te herstellen of te verdoezelen.

Na tien minuten ben ik dus helemaal kaal.

Erik vindt het me nog leuk staan ook. Hij maakt er rondom foto’s van.

Ik loop wel vijf keer naar de spiegel om te kijken wat ik er nou eigenlijk zelf van vind. Inderdaad, het staat niet eens zo slecht. Maar het is wel ongebruikelijk, zeker voor een vrouw. En misschien laat ik me ongemerkt wel een beetje beïnvloeden door de gedachte ‘wat een ander wel zal denken’.

Wát een ander ook denkt. Ik zal het ermee moeten doen.

Gelukkig groeit haar altijd weer aan. En bijkomend voordeel is dat ik wat langer kan wachten voordat ik weer aan de beurt ben.

Oordeel zelf, wat je ervan vindt!

Wij vergeten vast nóóit meer het opzetstuk!

Die éne vraag

Standard

Partners zijn elkaars emotionele schuilplaats. Zij moeten zich door de ander gewaardeerd, belangrijk en geliefd voelen.

Elke dag dat ik nu weer opgenomen ben, komt ons kleine Fiatje, met ‘aan boord’ Erik en onze twee honden, Freddie en Durk, het terrein oprijden. Ik zorg voor een kopje koffie. En dan liggen we – afhankelijk van het weer – of samen in het prachtige park wat aan de kliniek grenst. Of we liggen gezamenlijk even op het veel te smalle éénpersoonsbed, op mijn kamer. We kletsen met elkaar. Vertellen elkaar wat we gedaan hebben. Bij mij is dat natuurlijk niet zoveel. Ik luister graag naar de verhalen van Erik, over een opgeruimd huis, of de klussen die hij gedaan heeft. Of bij wie hij ‘s avonds weer uitgenodigd is om een hapje mee te eten. Er zijn veel zorgzame vrienden en kennissen in onze omgeving. Erik hoeft bijna nooit zelf te koken. Af en toe haalt hij een frietje of een pizza. Liefdevol vertelt hij mij dat hij zich nu alweer verheugt op de lekkere maaltijden die ik altijd maak.

Elke dag is het feest, als Erik komt! Mijn maatje, mijn rots in de branding, mijn ontzettend lieve vriend, waarbij ik mag en kan schuilen. Waarbij ik 100% mezelf kan zijn.

Hij mist me. Tegenwoordig redt hij zich wel thuis. Maar is het niet gezellig. En neemt hij weinig tijd voor zichzelf, omdat – juist dan – hij er zo mee geconfronteerd wordt dat ik er niet ben.

Het gaat ons allebei goed, zelfs ondanks dat ik af en toe opgenomen ben. Over de gehele linie zijn we allebei sterker en stabieler geworden. Krijgen we vaak te horen dat we “goed bezig zijn”, met de projecten waarmee we een zinvolle invulling geven aan ons dagelijks leven. Samen overleven we stormen. Samen zijn we een goed team.

We zijn elkaars liefde van ons leven. Zelfs al waren er eerdere relaties, zowel bij Erik als ook bij mij.

We liggen samen op het éénpersoonsbed op de afdeling. Plotsklaps wordt Erik stil. En heel serieus. Met vochtige ogen stelt hij mij die éne vraag: “Wil je met me trouwen”?

Ik antwoord “Ja”, natuurlijk ook met vochtige ogen.

Een prachtig moment. Om niet te vergeten! En – heel symbolisch – juist op die plek waar alles drie jaar geleden begon.

Wat zijn we rijk geworden!