Op de pootjes terecht

Standard

De kern van veerkracht is onvoorwaardelijke liefde voor jezelf kunnen voelen. Wanneer je zonder oordeel met jezelf kunt zijn, wat kan je dan nog gebeuren?

Die liefde kun je stapje voor stapje bij jezelf ontwikkelen. Ik leerde dat er, hoe diep je ook zakt, er altijd een stem in je is, die weet wat goed voor je is, die je hoop geeft en die wil dat je nooit opgeeft.

Dit zijn wijze woorden van Marja den Boer, auteur van het boek ‘De wetten van vallen en opstaan’.

Haar woorden raken me. Omdat het zo herkenbaar is. Vele, vele malen ben ik ‘gevallen’. Zeker in de (lange) periode dat psychiatrie nog zo’n groot deel van mijn dagelijks leven beheerste, heb ik vanzelfsprekend veel dieptepunten meegemaakt. Was ik voor de zoveelste keer opgenomen. Altijd denkend dat het nooit meer goed zou komen. Maar gaandeweg leerde ik steeds sneller uit die gitzwarte put omhoog te krabbelen. En zeker toen ik wat meer van mezelf ging houden, mezelf meer ging waarderen, ging het herstel sneller.

Ergens in die lange weg schreef ik eens een hele mooie brief aan mezelf. Waarin ik beschreef dat er in mij altijd een vlammetje brandt. Soms een miezerig waakvlammetje, soms een prachtig vreugdevuurtje. Het vlammetje levenskracht wat me door mijn moeder meegegeven is met mijn geboorte. Het vlammetje wat voor me zorgt, wat me behoedt en beschermt.

Dat vlammetje zorgt ervoor dat ik weer opsta, als ik val.

Tegenwoordig heb ik gelukkig steeds minder ‘val-momenten’. Maar als het met dan toch nog eens incidenteel overkomt, kan ik terugdenken aan dat vlammetje. Als trouwe metgezel op mijn levensreis. Ik hou van dat vlammetje, ik hou van mezelf.

Het helpt écht als je onvoorwaardelijk, zonder oordeel, van jezelf houdt, jezelf serieus neemt en waardeert, om op te staan, te herstellen na een mindere periode. Zonder oordeel, zonder veroordeling naar jezelf leren kijken, dat is een hele kunst op zich. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Ook dat gaat met vallen en opstaan.

Tegenwoordig durf ik gerust te zeggen dat ik van mezelf hou. Ben ik – over het algemeen – tevreden met mezelf. En ervaar ik kracht. En toch, heel soms ligt dat veroordelen nog op de loer. Als ik voor mezelf ga invullen wat andere mensen wel van me zullen denken. Mensen oordelen en veroordelen zo snel.

Ergens in die lange weg die ik al heb afgelegd, kwam ik tot het prachtige inzicht, dat andere mensen misschien wel allerlei verzinsels hebben bedacht over mij als psychiatrisch patiënte. Wat natuurlijk in zo’n klein dorp al heel snel bekend is. Maar toen bedacht ik dat ik – alleen ik – weet hoe het écht zit. Wat ik meegemaakt heb, wat ik voel. Dat blijft voor een ander niet te begrijpen. En dát inzicht was een enorme bevrijding voor mezelf. En een enorme boost voor mijn zelfwaardering.

Ik hoef alleen maar mijn hart te volgen! Mijn hart liegt niet! Mijn hart vertelt me wat goed is. Mijn hart is mijn waakvlammetje. Wat me altijd vergezelt, op de prachtige levensreis. Soms met hobbels en valkuilen. Maar altijd weer krabbel ik omhoog. Kom ik op mijn stevige basis terecht.

Zoals bij de ‘waaiboei’, een kunstwerk bij Nieuw-Statenzijl. Een enorm anker, met een ronde onderkant. Het ding kan plat geslagen worden door de wind, maar de sokkel is stevig en rond. Hoezeer ook uit het lood geslagen, de waaiboei richt zich altijd weer op. Vanzelfsprekend dat ik die waaiboei heel symbolisch vind voor mijn levenspad. En als ik dus weleens somber ben, rijden we er even naar toe. Om tegen de waaiboei te duwen en te zien dat het ding altijd weer ‘op zijn pootjes terecht komt’

Advertisements