Mooi mens!

Standard

Afgelopen woensdag was het dan zover; mijn hulpverlener, die ik al vanaf 2007 kende, kwam bij ons, voor de laatste afspraak. Maanden geleden had hij al aangekondigd dat hij een andere baan zou krijgen.

Het waren bijzondere tijden, die afgelopen maanden, waarin we nog een aantal afspraken hadden. Met het naderend afscheid waren de gesprekken nog intenser, diepgaander dan álle voorgaande, vele gesprekken die we samen hadden.

We hebben sámen een weg bewandeld. Een weg van ik – die heel beschadigd was – naar gaandeweg een volwassen, sterke vrouw, die ik ben geworden. Het was een weg met vele kronkels, met soms diepe kuilen en obstakels. Maar soms waren er op die weg ook prachtige vergezichten.

En dan nu, afgelopen woensdag, zaten we voor de laatste keer bij elkaar. We drinken koffie, we eten gebak. Ik geef een collage met teksten, uit mijn dagboeken, die ik verzameld heb.

En dan is er dat onvermijdelijke, laatste moment; afscheid!

We omhelzen elkaar! Ik bedank hem voor alles wat hij voor me heeft betekend en heeft gedaan. Hij noemt me een mooi mens! Dat is een groot compliment.

Als hij de loopplank over gaat, moet ik natuurlijk huilen. Het is niet niks, zo’n afscheid.

Maar ik bedenk ook dat onze wekelijkse afspraken dan wel afgelopen zijn, maar dat ik de uitspraken en lessen die ik van hem geleerd heb, meedraag in mijn hart.

 

Hij is – net als ik – een mooi mens!

Een cadeautje op een doordeweekse dag

Standard

Soms zijn er van die dagen, van die momenten, dat er iets moois gebeurt in het contact met andere mensen. Zomaar onverwachts. Een cadeautje op een doordeweekse dag.

Ik had gisteren een afspraak met mijn hulpverlener. Hij kwam op huisbezoek, zoals wel vaker, als ik geen auto tot mijn beschikking heb. Natuurlijk vroeg hij hoe het met me gaat. Het gaat best goed. Ik grapte zelfs dat het erop lijkt dat ik een ‘normaal’ mens dreig te worden. Af en toe eens een paar slechte dagen, die dan echter ook weer gewoon voorbij gaan. Niets verontrustends.

Ach, het is zo anders geweest! En dus komen hulpverlener en ik in een gesprek waar we terugblikken op de ‘reis’ die we samen gemaakt hebben. Al acht jaar lang heb ik gesprekken met hem. In het begin soms zelfs dagelijks.

Hij weet als geen ander van de diepe dalen die ik doorgemaakt heb. Hij kent mijn pijn en mijn angst. Hij heeft me vaak geholpen weer een sprankje licht te zien, aan het eind van de tunnel.

We hebben ook wel eens lijnrecht tegenover elkaar gestaan. Dan verweet ik hem dat hij me niet voldoende hielp, terwijl hij ondertussen het vuur uit zijn sloffen liep. Gaandeweg ontdekten we dat ik de praktische oplossingen die hij bedacht, niet zo hard nodig had. Maar dat ik juist gewoon steun wilde, door erkenning van mijn strijd.

Ook sloeg mijn machteloosheid wel eens over op hem. Dan verlamden we beiden en konden we ook niet samen door één deur. Totdat hij ontdekte dat hij zich soms zo machteloos kon voelen en dat niet wilde toegeven.

Zo zaten we gisteren te praten. Ik hem vertellend hoeveel steun ik aan hem heb gehad en hoe mooi het dan nu is, dat ik een vrijwel normaal mens ben.

Maar het is geen eenrichtingverkeer. Hij vertelt mij dat hij ook heel veel van mij geleerd heeft. Dat hij door mij heeft leren luisteren. En daardoor de vraag achter de vraag hoort. Hij heeft ervaren dat hij zich soms machteloos kan voelen, maar dat dat niet erg is.

Even vervagen de grenzen van de toch altijd wat strakke relatie tussen hulpverlener en cliënte. We zijn even allebei normale mensen, die elkaar laten weten hoe bijzonder we de ander vinden.

Het is een prachtig gesprek. Een gesprek die ik – als het mogelijk was – zou willen inlijsten, vasthouden.

Na drie kwartier gaat hij weer verder, naar de volgende cliënt. Ik voel me bijzonder. Zelfs emotioneel. Omdat het gewoon mooi is dat je zo’n bijzonder contact kan hebben met een medemens. Als cadeautje op een doordeweekse dag.

En alsof het nog niet genoeg is, open ik ‘s avonds mijn mailbox en vind ik een heerlijke lange brief van onze vrienden uit Frankrijk. De twee mensen die we nog nooit ‘live’ ontmoet hebben, maar die voelen alsof we ze al jaren persoonlijk kennen en waarmee we een grote band van vertrouwen en gelijkgestemdheid ervaren. Altijd heb ik kippenvel als ik hun verhalen lees. Van liefde, van ontroering.

We liggen ‘s avonds gezellig tegen elkaar aan in bed. En we voelen ons rijk. Met zulke mooie, bijzondere contacten met medemensen.

Soms is het leven – zelfs het normale leven – heel mooi!